Brazilië plichtmatig naar zuinige zege

PARIJS, 11 JUNI. Buiten het Stade de France gaat de wedstrijd tussen Schotland en Brazilië gewoon door. Het regent hard, maar de plassen op de weg naar de metro zijn geen beletsel voor de Schotse en Braziliaanse jongens om naar hartelust te voetballen.

Wanneer een oude Braziliaan zijn kunstjes vertoont juichen de Schotten, wanneer een dronken Schot de bal hoog in de lucht schiet gillen de Brazilianen. Wanneer een Braziliaans meisje haar drijfnatte shirt met nummer 9 (Ronaldinho) tot vreugde van zowat iedereen uittrekt, blaast een Franse politieman op zijn fluit en maant hij het uitgelaten supportersvolk door te lopen. De wedstrijd is afgelopen. Het duel eindigt onbeslist.

Het was het opwindende slot van de mooiste wedstrijd van de avond. Veel mooier en opwindender dan de echte wedstrijd in het stadion van Saint Denis, het duel tussen de Braziliaanse sterren en de Schotse werkers, dat door de Brazilianen fortuinlijk met 2-1 werd gewonnen. Buiten het stadion werd nog voetbal gespeeld als een spel, vreugdevol, als een volksvermaak. Binnen waren er slechts zakelijke belangen en spanningen die een rol vervulden. Onder het toeziend oog van hoogwaardigheidsbekleders en vermogende geldschieters voetbalden de voetballers beroepsmatig, haast omdat het hun plicht en hun broodwinning was.

De Schotten lieten te weinig zien waarom ze als voetballers bekend zijn. Nauwelijks strijd, nauwelijks gedrevenheid, nauwelijks snelheid. De Brazilianen zochten bijna wanhopig naar de balbeheersing, het samenspel en de passie die ze zo graag in hun spel doen. Natuurlijk waren er een paar fantastische acties van Ronaldo, een paar oogstrelende demonstraties van balvaardigheid van Rivaldo en een paar unieke passeerbewegingen en trucjes van Denilson, maar verder was hun spel teleurstellend. Zoals Brazilianen steeds minder laten zien wat binnen hun mogelijkheden ligt. Plezier in voetbal bewaren ze voor thuis of voor op de demonstratietrainingen die ze van hun sponsor Nike verplicht zijn te geven.

De meeste Brazilianen zien er vermoeid uit. De ellenlange voorbereidingen, trainingsstages en wedstrijden over de hele wereld lijken sporen te hebben nagelaten. De jongste spelers zijn nog het meest gedreven. Ronaldo, 21 jaar pas en de man naar wiens doelpunten iedereen in Frankrijk hunkert, loopt over van enthousiasme wanneer hij de bal heeft. Dan is hij bereid door een muur van verdedigers te gaan, want elke muur van verdedigers is voor hem een uitdaging. En dan is er Denilson, 20 jaar en het grootste talent dat de Braziliaanse school na Ronaldo heeft voortgebracht. Kraaiend van plezier speelt hij subtiel de bal met de hak of met welk deel van zijn schoenen ook naar een medespeler. Eén tegenstander passeren is zijn doel, meer dan één tegenstander passeren zijn hoogste doel. Om over scoren maar te zwijgen.

Trainer Zagallo laat Denilson te weinig spelen. Hij is nog jong en wild. En hij verspeelt wel eens de bal. Dat zal het zijn. Daarom stelt hij liever de versleten Bebeto of de schuwe Giovanni op. Maar zeker nu Romario door een blessure niet meer mag meedoen, zou een voetballer als Denilson een verrijking zijn. Pas in de tweede helft toen Brazilië maar niet langs de stugge Schotten kon komen, mochten Leonardo en Denilson hun kunsten op de plaats van Giovanni en Bebeto komen vertonen. Toen ook maakte Brazilië de winnende tweede treffer. Eigenlijk maakte Schotland het doelpunt. Verdediger Boyd duwde namelijk per ongeluk de bal met zijn schouder in zijn eigen doel.

De Brazilianen waren al even fortuinlijk op 1-0 gekomen. Al na vijf minuten duwde Sampaio de bal uit een hoekschop met zijn schouder in het Schotse doel. Een verrassend snelle voorsprong die de hooggespannen verwachtingen leek te gaan inlossen. Maar behoudens een ongelooflijke solo van Ronaldo langs drie, vier Schotten (rijp voor een nieuwe reclamespot), een kleine solo van dezelfde Ronaldo en een snoeiharde volley van Roberto Carlos die op de handen van doelman Leighton uiteenspatte, bleven de Brazilianen in gebreke. Ze moesten zelfs dulden dat de Schotten op gelijke hoogte kwamen door een strafschop van Collins. De strafschop was op z'n minst omstreden omdat het duwtje van Sampaio in de rug van Gallagher nauwelijks een overtreding genoemd kon worden.

Het meest vermakelijk waren de fouten van de Braziliaanse verdedigers. Baiano, Aldair en doelman Taffarel haalden de raarste dingen uit met de bal. Verdedigen is een kunst die de meeste Brazilianen niet verstaan. Wie in de verdediging staat, staat daar omdat niemand anders er wil staan. En Brazilianen die koel en zakelijk verdedigen, kunnen weer niet goed genoeg voetballen. Zo zullen er altijd wel oneffenheden in het Braziliaanse spel te vinden zijn. Spelen met een bal is hun tweede natuur, voetballen volgens de regels en normen van de moderne tijd doen ze niet graag. Voetballen volgens een bepaalde strategie is een verplichting.

Het is zoals de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano in Glorie en tragiek van het voetbal stelt: “De jaren zijn voorbijgegaan en uiteindelijk heb ik mijn ware identiteit aanvaard: Ik ben niet meer dan een bedelaar om goed voetbal. Met de hoed in de hand ga ik door de wereld en in de stadions smeek ik: 'een mooie actie asjeblieft'. En wanneer ik goed voetbal zie, ben ik dankbaar voor het wonder dat het mij een biet kan schelen welke club of welk land het mij schenkt.”

Voetballen op straat, voetballen op de weg naar de metro van Saint Denis, in de vuile plassen van het vers gevallen regenwater. Daar heerst nog de strategie van het voetbalplezier. Niet in het stadion. Zelfs bij Brazilianen niet meer. Hooguit een of twee jonge jongens kunnen de grauwheid ontstijgen. Zoals Ronaldo en Denilson. Maar dat zijn wonderkinderen. Voetballers die hopelijk van hun trainers het wereldkampioenschap met hun kunsten mogen verblijden.

    • Guus van Holland