Toestand prins Claus na operatie 'verrassend goed'

Prins Claus (71) heeft gisteren in Hamburg een prostaatoperatie ondergaan. Hij herstelt goed.

ROTTERDAM, 10 JUNI. De Rijksvoorlichtingsdienst meldde vanmorgen dat het met Prins Claus na zijn prostaatoperatie van gisteren “verrassend goed” gaat. “Hij is al een paar keer uit bed geweest en heeft zelfs wat gegymd. Volgens de arts heeft hij ook zijn van nature opgewekte humeur hervonden”, aldus hoofddirecteur E. Brouwers.

In het Allgemeines Krankenhaus Barmbek in Hamburg verwijderde urologisch chirurg prof. R. Tauber de door een kwaadaardige tumor aangetaste prostaatklier van de prins. De verwachting is dat Claus enige tijd in het ziekenhuis blijft. De behandeling in Duitsland door Tauber was “een persoonlijke keuze van de prins, op basis van vriendschap”, aldus Brouwers. Vorige week werd het gezwel bij Claus in Hamburg ontdekt.

Koningin Beatrix reist vandaag naar Hamburg, aldus de RVD. Gisteren werkte ze haar geplande afspraken af. Sigrid, de oudste zuster van Claus die in Hamburg woont, bezocht haar broer gisteren in het ziekenhuis. De prostaatoperatie die Claus onderging is, volgens de leerboeken, een type operatie voor prostaatkankerpatiënten met een niet uitgezaaide tumor. De kans dat met de weggeopereerde prostaatklier ook de tumor voorgoed is verwijderd en ook na vijf en tien jaar niet terugkomt is groot, tegen de 90 procent.

Een kwaadaardig prostaatgezwel groeit meestal aan de achterzijde van de prostaatklier die onder de blaas rond de urineleider ligt. Prostaatkanker wordt daardoor vaak pas opgemerkt als mannen klagen over aanhoudende lage rugpijn, pijn in de heupen of in het bekken. Een prostaattumor geeft dikwijls pas laat plasklachten, omdat de urineleider er niet door wordt dichtgedrukt. Dat gebeurt vaak wel bij een goedaardige prostaatvergroting die meestal rond de urineleider groeit. Prins Bernhard is vorige maand aan zo'n prostaatvergroting geopereerd.

Als bij een prostaatoperatie uitzaaiingen in de omliggende lymfeknopen worden gevonden, laat de chirurg de prostaat gewoonlijk zitten en ondergaat de patiënt niet een op genezing, maar op levensverlenging gerichte chemo- of radiotherapie. Radicale prostaatverwijdering gebeurt vaak via een snede in de buik, maar er zijn ook technieken waarbij de chirurg via de urineleider in de penis werkt.

In de medische wetenschap heerst een controverse over het nut van een radicale prostaatverwijdering bij vroege prostaatkanker. Prostaatkanker betreft over het algemeen een langzaam groeiende tumor bij oudere mannen. De overweging om niet meteen te opereren is dat de kans groot is dat de mannen in de tien tot vijftien jaar na ontdekking van de prostaattumor aan een andere ziekte overlijden zonder ooit last te krijgen van hun prostaattumor. Een operatie brengt een risico van een paar procent met zich mee dat er urine-incontinentie onstaat en een iets grotere kans dat zenuwen worden geraakt, waardoor de patiënt impotent wordt. Bij autopsie van 70-jarige mannen die aan welke doodsoorzaak dan ook overlijden, kan de patholoog bij een groot deel tumorweefsel in de prostaatklier aantonen dat nooit tot last is geweest. Er loopt wereldwijd een aantal onderzoeken dat zou moeten aantonen wat gunstiger is: de tumorgroei kritisch volgen of direct opereren. Het is nog maar de vraag of deze onderzoeken ooit met een wetenschappelijk verantwoord resultaat worden afgesloten, omdat steeds meer mannen zich laten screenen. Slechts weinig mannen kunnen het emotioneel aan om, als er iets wordt gevonden, niet tot een operatie te besluiten. Leven zonder prostaatklier is goed mogelijk. De prostaatklier produceert het zaadvocht, waarin kort voor de zaadlozing uit het zaadzakje het sperma wordt gemengd.

Bij ongeveer de helft van de mannen waarbij een prostaattumor aan het licht komt is de tumor uitgezaaid, maar dat percentage daalt sterk door de screening. Als het aantal nieuwe gevallen van longkanker bij mannen ook de komende jaren blijft dalen, wordt prostaatkanker de meestvoorkomende tumor bij mannen. In 1993 werden ruim 7.000 longtumoren en bijna 5.400 prostaattumoren ontdekt in Nederland. Hetzelfde jaar stierven ook 7.000 mannen aan longkanker, tegen 2.300 aan prostaatkanker. Daaruit blijkt dat prostaatkanker beter te genezen of vaker door een andere doodsoorzaak wordt ingehaald dan longkanker. Bij 75-plussers is prostaatkanker al de meestvoorkomende tumor.