Suriname weigert justitie toegang voor verhoor van Bouterse

DEN HAAG, 10 JUNI. De Surinaamse regering weigert het justitieel onderzoeksteam uit Nederland toe te laten dat onderzoek wil doen naar de betrokkenheid van onder meer oud-legerleider Bouterse bij cocaïnesmokkel. Vice-president P. Radakishun heeft dat gistermiddag verklaard tegenover de plaatselijke media. “Ik laat geen gifmenger in onze keuken komen”, aldus Radakishun in een toelichting op de weigering.

De Surinaamse regering zou het verzoek hebben geweigerd omdat het verhoren van Bouterse, tegenwoordig adviseur van staat, een politieke achtergrond heeft. Volgens Radakishun is nog geen officiële weigering aan de Nederlandse regering gestuurd, maar wordt daar op dit moment aan gewerkt.

Nederland stuurde halverwege vorige maand een verzoek van de Haagse rechtercommissaris De Vries naar Paramaribo om in Suriname getuigen en verdachten te laten horen door een specaal onderzoeksteam.

Dat eerste verzoek is door een Nederlandse fout echter nooit in Paramaribo aangekomen. Daarom stuurde minister Sorgdrager (Justitie) eind mei opnieuw een verzoek naar Suriname. Dat kwam wel aan.

Bij het ministerie van Justitie in Den Haag wacht men inderdaad nog op een officiële reactie op het verzoek het onderzoeksteam toe te laten. “De Surinaamse regering moet officieel toestemming geven voordat de onderzoekers aan de slag kunnen. We hebben noch een toestemming, noch een weigering gekregen, dus we wachten gewoon af”, aldus een woordvoerder vannhet ministerie.

Het onderzoeksteam wil naast oud-legerleider Bouterse ook de president van de Centrale Bank H. Goedschalk en drie andere betrokkenen verhoren over hun rol in een grootscheepse cocaïnehandel. De bedoeling was Bouterse c.s. te verhoren op 22 juni. De verhoren hebben betrekking op vijf transporten naar Nederland van in totaal 1.336 kilo cocaïne.

Een weigering van de Surinaamse regering om mee te werken aan het onderzoek zou een schending van het rechtshulpverdrag tussen de Nederlandse en de Surinaamse regering betekenen. Dat verdrag werd in 1995 ingesteld.