Sociale partners dicteren kabinet

Voor het eerst in hun bestaan kwamen de sociale partners tot overeenstemming over de uitvoering van de sociale zekerheid. “Wij schrijven regeerakkoorden”, zegt werkgeversvoorzitter Blankert die moet afwachten of het akkoord door het nieuwe kabinet zal worden overgenomen.

DEN HAAG, 10 JUNI. We zijn er uit, nu is de politiek aan zet. Dat was gisteren de boodschap van de voorzitters van werkgevers- en werknemersorganisaties toen zij hun akkoord presenteerden over de wijze waarop de sociale zekerheid moet worden geprivatiseerd. De sociale partners wilden het zo snel mogelijk eens worden, om een maximaal rendement te halen uit de formatie.

Nu worden er knopen doorgehakt voor de komende vier jaar, dus is het nu het moment om veranderingen in het systeem van de sociale zekerheid voor te stellen. En wat is er dan mooier, zo redeneren de sociale partners, dan met unanieme voorstellen te komen waar het kabinet verdeeld was. “Wij schrijven regeerakkoorden”, zei werkgeversvoorzitter Blankert. En FNV-voorzitter De Waal wilde de auteurs van het regeerakkoord wel terwille zijn met een zinsnede: “Er zij privatisering in de sociale zekerheid langs de lijnen van het akkoord van de sociale partners.”

De formateurs kunnen het akkoord eenvoudig overnemen, want eigenlijk verandert er niet zoveel ten opzichte van de huidige situatie. Dat was althans gisteren de conclusie van zowel werkgevers als werknemers. Met de kabinetsvoorstellen, waarop de sociale partners gevraagd was te reageren, des te meer. Het kabinet had het oordeel of iemand recht heeft op bijvoorbeeld een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering, de zogenoemde claimbeoordeling, willen overlaten aan de overheid. Marktpartijen, zoals verzekeraars, zouden dan onderling wel uitvechten wie die uitkering zo efficiënt en (dus) zo goedkoop mogelijk bij de rechthebbenden terecht kon laten komen.

Maar zo'n tweedeling werkt niet, is de conclusie van de sociale partners. Werklozen en arbeidsongeschikten zouden voortdurend heen en weer worden gestuiterd van het overheidsloket naar het loket waarachter de commerciële organisaties zitten. Beter is het om de claimbeoordeling te laten zitten waar die nu zit: bij uitvoeringsorganisaties (GAK, SFB) en, als het goed is, bij tal van nog tot de markt toe te treden uitvoerders.

Het verschil met de huidige situatie moet, wat de vakbonden betreft, dan wel zijn dat de 'claimafdeling' van de uitvoeringsinstelling zonder winstoogmerk werkt en veel meer dan nu het geval is wordt afgezonderd van de rest van het bedrijf. Anders gaan de uitvoerders elkaar maar beconcurreren op het punt wie de minste rechthebbenden een uitkering toekent.

Omdat alles onder één dak zit - beoordeling van het recht op een uitkering én de uitvoering daarvan - zal de uitvoering efficiënter en goedkoper worden voor de werkgever die de sociale premies betaalt. Voor de werknemer is het antwoord op de vraag 'wat betekent het voor mij?' dat de gecompliceerde dienstverlening bij de uitkeringen voortaan achter één loket te vinden is. En als de uitvoerders er in slagen veel mensen van een uitkering naar een baan te loodsen, betaalt iedereen ook nog eens minder premies.

“Wij stellen overzichtelijke veranderingen voor”, verklaarde De Waal gisteren. “En dat is goed, want er is al zo veel overhoopgehaald in de sociale zekerheid.” Volgens de FNV-voorzitter kunnen de voorstellen van de sociale partners dan ook op korte termijn worden ingevoerd, mogelijk al over twee jaar. Maar om dat te bereiken moet nu de politiek aan het werk, legde werkgeversvoorzitter Blankert uit. “Ik hoop niet dat onze snelheid en durf beloond wordt met politiek getreuzel”, waarschuwde hij.

Blankert vreest dat er vertraging optreedt bij het privatiseren van de sociale zekerheid, omdat het gesloten akkoord niet is wat PvdA en D66 in gedachten hadden. Iets vergelijkbaars is de sociale partners al eens overkomen, toen ze in korte tijd overeenstemming bereikten over flexibilisering van de arbeidsmarkt en vervolgens twee jaar moesten toezien hoe hun akkoord bij de Tweede Kamer op de plank bleef liggen.

Hoewel het kabinet had gevraagd om een akkoord tussen werkgevers en werknemers over de toekomst van de organisatie van de sociale zekerheid, komt het eindresultaat als een onaangename verrassing. Eigenlijk had het kabinet er niet op gerekend dat de sociale partners tot overeenstemming zouden komen. Vooraf leken ze immers tot op het bot verdeeld. Daarmee zou de kabinetsnota de enige leidraad voor de toekomst van de sociale zekerheid zou zijn geweest.

Verrast is de politiek over de opstelling van de werknemers, wier belangen het kabinet onder aanvoering van minister Melkert (Sociale Zaken) meende te hebben verdedigd door de claimbeoordeling publiek en dus objectief te houden. PvdA'er Melkert zocht zelfs kort voor de verkiezingen de camera's van het NOS Journaal om zijn opponent in het kabinet, minister Zalm (Financiën), te waarschuwen dat “er grenzen zijn aan marktwerking en aan politieke samenwerking”, woorden waarmee de vakbeweging een hart onder de riem diende te worden gestoken. De VVD'er Zalm wilde de hele uitvoering van de sociale zekerheid, inclusief de claimbeoordeling, onderbrengen bij de markt, maar in het kabinet moest hij bakzeil halen.

Met het gisteren gesloten akkoord krijgt Zalm alsnog gelijk en is zijn partijgenoot en eerstverantwoordelijke voor de kabinetsnota, staatssecretaris De Grave, in een lastige positie gekomen. Hoewel contrair aan het standpunt van zijn partij, verdedigde De Grave de in zijn nota aangebrachte scheiding tussen publieke en private uitvoering met uiterste inspanning.

Totdat het CTSV, de toezichthouder in de sociale zekerheid, op zijn nota reageerde en er brandhout van maakte. Geen scheiding in de uitvoering van de sociale zekerheid, liet het CTSV vorige week weten. Of geheel in handen van de overheid, of overlaten aan de markt, vond de toezichthouder. Dan moet het maar in zijn geheel worden geprivatiseerd, was de razendsnelle tournure van staatssecretaris De Grave.

De reden dat uitgerekend de vakbeweging met die totale privatisering heeft ingestemd, is terug te voeren op één woord: invloed. Waar het kabinet met zijn voorstel de werknemers volgens De Waal volledig buitenspel zet, is de invloed met het akkoord van gisteren maximaal “op alle niveaus”.

De werknemers hebben bedongen dat ze weer samen met de werkgevers opdrachtgever zullen zijn van de uitvoerders van de sociale wetten. Zo worden de sociale partners net als voorheen bij de uitvoering van de sociale zekerheid betrokken en lijken de kabinetsformateurs niet om hen heen te kunnen.

    • Robert Giebels