Onderweg met Nico Haasbroek; 'De wereld ervaart mij niet als diensthoofd'

Iedere week rijdt deze krant met een ondernemer - en soms een hoofdredacteur - mee op de achterbank. Waarom zit hij in de auto en niet op de fiets? Voelt hij zich belangrijk? Deze week: Nico Haasbroek, hoofdredacteur van het NOS Journaal. Auto grijsbruine Mercedes van Taxi 19000 Route van zijn huis in Rotterdam naar de studio in Hilversum

Rotterdam, 10 JUNI. Nico Haasbroek komt op krukken naar buiten, hij is een paar weken geleden geopereerd aan zijn heup. Hij draagt zwarte instapschoenen en hij wil er graag even op wijzen dat hij een pak van Hugo Boss draagt, “want ik moet naar een vergadering”.

Zie je hem op sloffen en in zijn dikke wollen vest over straat schuifelen, dan weet je: vandaag geen vergadering. Op zulke dagen bungelt zijn tas aan de hengsels op zijn buik, en blijft daar hangen, ook als hij ergens een broodje gaat eten. Maar wil hij netjes zijn, dan stopt hij zijn spullen in een rugzak. “Je wordt heel handig.”

Mij betrap je niet - zo kijkt hij. Ik maal niet om status. Natuurlijk, het Journaal heeft drie chauffeurs in dienst en er is verder nog een speciaal contract met Taxi 19000. Maar dat is allemaal vooral om videobanden te vervoeren, geen mensen. “Elektronische verbindingen”, zegt Haasbroek, “zijn vaak duurder dan een autorit.” Hij wordt nu alleen maar gereden omdat hij tijdelijk gehandicapt is.

Die videobanden die iedere dag overal vandaan gehaald moeten worden, dát heeft, zegt Haasbroek, ook te maken met wat hij wil met het Journaal: minder limousines met gezagsdragers in beeld, méér gewone mensen. Dus worden er niet alleen in Den Haag opnamen gemaakt, maar ook in een Heerenveens bejaardentehuis of bij de sociale dienst van Roermond.

Anderhalf jaar zit hij nu bij de NOS en er zijn twee dingen waar hij zich over verbaast: dat het Journaal nog altijd onaantastbaar is - “om acht uur bel je zelfs je oude tante niet, iedereen zit te kijken” - en dat hij zelf, groot liefhebber van nieuws, steeds vaker denkt: wat ís nieuws? En: wat heeft het voor zin om het te laten zien? “Als ik hier iets heb geleerd”, zegt hij, “dan is het wel de betrekkelijkheid van de dingen.”

Daar wil hij “iets mee doen”, zegt hij. Hij loopt erover te denken om iedere uitzending te laten eindigen met En dan te bedenken dat...Dat er vandaag weer zoveel mensen van de honger zijn omgekomen. Dat Hans van Delft vandaag voor zijn examen is geslaagd. Dat het ziekenhuis in Eindhoven dit jaar ondanks grote verliezen meer mensen heeft kunnen helpen.

U wilt dat echt?

“Daar ben ik serieus over aan het nadenken.”

Om meer ander nieuws te krijgen wil Nico Haasbroek dat iedereen die bij het Journaal werkt eens goed gaat nadenken wie ze zelf allemaal kennen, wat ze zelf allemaal weten. “We hebben de neiging om daar niets mee te doen. We gaan naar kantoor, we zetten de computer aan en we laten ons leiden door wat zich aandient.”

Niet goed, vindt Haasbroek.

In het ziekenhuis, vertelt hij, lag hij naast een man uit voormalig Joegoslavië die zoveel verkeerd bezoek kreeg dat hij het niet kon laten te zeggen: je werkt of voor een koppelbaas of je zit in de criminaliteit. Haasbroek zag de reportage al voor zich. Maar nee. “Die man zei: daar moeten we het maar niet over hebben, want jij bent van het Journaal.”

Vond u het leuk dat hij dat wist?

“In dit geval was het niet erg praktisch.”

In andere gevallen wel?

“Soms zou je ervan willen profiteren, maar mijn ervaring is dat je er op het moment suprême niets aan hebt.”

Komt Haasbroek bij een topconferentie, overal staan hekken. Hij wil even naar zijn buitenlandredacteur, dus hij vraagt aan de bewaking of hij er even langs mag, ik ben de hoofdredacteur. “Zegt zo'n man: ja meneer, daar kunnen we echt niet aan beginnen. Je komt er gewoon niet in. Dan denk ik: hoe vaak zou iemand dat tegen hem hebben gezegd, dat-ie de hoofdredacteur is van het NOS Journaal?”

Privé rijdt Haasbroek in een Citroën Xantia turbo diesel break. “Ik heb mijn kind geleerd om dat snel achter elkaar uit te spreken, want het klinkt zo grappig.”

Die auto, zegt hij, hoort volgens de CAO bij zijn rang. “Ik ben diensthoofd.”

Maar u bent toch hoofdredacteur?

“Jawel. Maar die status heb ik niet. Dat hebben ze me ook duidelijk te verstaan gegeven toen ik naar de NOS ging. Als directeur en hoofdredacteur van TV Rijnmond verdiende ik meer.”

Waarom heeft u die status dan niet?

“Snap ik ook niet. Ik vond het heel raar, maar ik heb er geen punt van gemaakt. Voor mij is het een aansporing om in de praktijk te laten zien hoe raar het is.”

Hoe dan?

“Dat gaat vanzelf, als je ziet hoe ik het doe en door wie ik zoal benaderd word. Thuis heb ik zo'n glossy liggen, Media Facts, waarin ik op een foto sta tussen Lebed en Zjoukhanov, de man die mogelijk president van Rusland wordt. Toen ik dat zag, dacht ik: de wereld ervaart mij toch niet als diensthoofd.”

    • Jannetje Koelewijn