'Niet gebakken aan die cultuur'

Nieuwelingen in de Tweede Kamer - waar komen ze vandaan en wat willen ze? Ras-VVD'er Atzo Nicolaï wil dat Nederland trots wordt op het culturele erfgoed en hij wil één publieke omroep.

Atzo Nicolaï

Partij: VVD

Leeftijd: 37 jaar

Opleiding: doctoraal staats- en bestuursrecht en doctoraal politicologie

Vorige functie: algemeen secretaris Raad voor Cultuur

Woonplaats: Amsterdam

DEN HAAG, 10 JUNI. “Zit je nou nog steeds niet in de politiek?”, vroeg een geschiedenisleraar een paar jaar geleden aan Atzo Nicolaï. Het was tijdens een reünie van zijn brugklas van het Rotterdams Montessori Lyceum en het antwoord was ontkennend. Verbazing alom, want Nicolaï had het zijn klasgenoten in de brugklas destijds nadrukkelijk aangekondigd: “Ik ga later de politiek in.”

De voorspelling is alsnog uitgekomen. De uit Friesland stammende Nicolaï is nu lid van de Tweede Kamer. Vanzelfsprekend meldde hij zich voor een plek in de VVD-fractie. Nicolaï weet niet anders dan dat hij op de liberalen stemt en hij was jarenlang lid van de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD. Nicolaï: “Maar ik wilde niet via de politiek meteen na mijn studie de echte politiek in gaan. Eerst wilde ik de wereld van binnenuit leren kennen door in een bepaalde sector te stappen.”

Die 'bepaalde sector' werd de culturele. Nicolaï begon zijn carrière als 'cultuurambtenaar' op het ministerie van - toen nog - Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur waar hij het bracht tot algemeen secretaris en de facto de hoogste baas van de Raad voor Cultuur, het adviesorgaan bij uitstek van de regering op alle gebieden van de cultuur.

De keuze voor cultuur van een rechtgeaard lid van een partij die zich op cultureel gebied nimmer profileert, lijkt misschien opmerkelijk. Maar voor Nicolaï is de combinatie VVD en cultuur zo logisch als wat, want het bieden van maximale ruimte aan het individu is zowel de 'moeder van alle principes' van liberalen als van de kunst- en cultuursector. Nicolaï: “Iemand die zoals ik uit de cultuurwereld komt, kan, als hij in de politiek stapt, het beste bij de VVD terecht.”

Mensen die Nicolaï aan het werk hebben gezien, spreken van een ambitieus en wat arrogant man. Ze gaan er vanuit dat hij slechts kort Kamerlid zal zijn, omdat de VVD de plek voor Nicolaï zal claimen die nu nog voor D66 bezet wordt gehouden door Aad Nuis, de staatssecretaris van Cultuur.

Maar voor Nicolaï is 'ambitie' geen synoniem voor 'staatssecretaris van Cultuur': “Als je in het kabinet zit, doe je toch iets anders dan wat ik met het Kamerwerk wil, namelijk politiek bedrijven. In het kabinet draait het echt om het besturen en dat lijkt op wat ik altijd al heb gedaan.”

Bovendien, zo schetst Nicolaï zijn overwegingen, is het onderhand tijd voor een bredere blik dan die ene die alleen maar op cultuur is gericht. “Ik ben niet gebakken aan die cultuur, mijn interesses gaan verder.” Ruimtelijke ordening, justitie, binnenlands bestuur en onderwijs - Nicolaï is multi-beschikbaar.

Het ligt niettemin voor de hand dat hij op zijn minst met de portefeuille cultuur zal worden bedeeld. Leidmotief is dan het liberale principe van Throbecke:: 'de overheid is geen oordeelaar van kunst en wetenschap'. Nicolaï: “Ik ben niet naar de Kamer gegaan om me inhoudelijk met het cultuurbeleid te bemoeien. De overheid geeft geld en een paar globale richtingen aan voor het cultuurbeleid en zegt verder tot de cultuursector: 'u heeft alle ruimte'. Dat betekent dat je als Kamerlid niet steeds vragen moet gaan stellen over het ene toneelgezelschap waar geld bij moet en het andere waar geld af moet. Maar als de opera broodjes gaat verkopen van subsidiegeld, mag je, ook als liberaal, natuurlijk wèl aan de bel trekken.”

Hoewel de bemoeienis met cultuur zo gering mogelijk moet zijn, mag de politiek wat Nicolaï betreft wel eens wat meer benadrukken dat het op cultureel gebied wel goed zit met de reputatie van Nederland in het buitenland. Volgens Nicolaï behoort Nederland tot een van de toonaangevende landen op cultuurgebied. “Kijk wat we als klein land hebben aan cultureel erfgoed, aan schilderkunst en monumenten. En ook nu draaien we op een heel hoog niveau van kunstbeoefening mee zoals in de muziek, architectuur en literatuur.” En hoe gaan we daarmee om? Kleintjes en besmuikt. “Daardoor wordt kunst en cultuur in de samenleving en dus ook in de politiek niet als het meest prestigieuze terrein gezien”, verzucht het nieuwe Kamerlid.

Heeft dat geringe prestige ook gevolgen voor Kamerleden die cultuur in hun portefeuille hebben? Allerminst, want tot dat domein behoren ook de media. Daar kan vermoedelijk wel worden gescoord, want dat is een politiek gevoelig terrein. In het verkiezingsprogramma van de VVD staat Nicolaï's opdracht glashelder omschreven: in plaats van de huidige post-verzuilde lappendeken aan publieke omroepen moet er één omroep komen.

De VVD is volgens Nicolaï de enige politieke partij die zo duidelijk is over het publieke bestel. De redenering erachter is simpel: de publieke omroep moet programma's uitzenden die wegens een te klein aantal kijkers voor de commerciële omroep niet interessant zijn. Dan is het wellicht afgelopen met tv-programma's zoals 'Kunst, omdat het moet'. Nicolaï: “De naam van dat programma staat symbool voor ons omroepbeleid dat zegt: 'zoveel procent cultuur en zoveel procent amusement'. Voor een publieke omroep zoals de VVD die ziet, is het uitzenden van cultuurprogramma's een vanzelfsprekendheid. Als ik nu naar de publieke omroepen kijk, is het mij lang niet altijd duidelijk waarvoor ik kijk- en luistergeld moet betalen. Want ik zie daar dezelfde spelletjes als bij de commerciële omroep waar ik geen geld voor hoef te betalen. Dat ondergraaft de legitimiteit van het kijk- en luistergeld. De VVD wil die legitimiteit waarborgen en daarom is mijn partij de beste verdediger van die ene publieke omroep.”

    • Robert Giebels