Kritiek op IMF is onterecht

De financiële crisis die Rusland onlangs heeft lamgelegd, lijkt weer te zijn bedaard. Na zeer zware druk op de roebel en een duik van de aandelenkoersen op de Moskouse beurs met maar liefst 40 procent lijken de beleggers eind vorige week naar Rusland te zijn teruggekeerd. De rentevoet, die even tot een surrealistische 150 procent was opgevoerd om de munt te steunen, is weer verlaagd.

De Russische economie is echter nog niet buiten gevaar. De financiële crisis - de derde in zes maanden - is veroorzaakt doordat Moskou er maar niet in slaagt belasting te innen en doordat de regering haar uitgaven niet weet te beteugelen. Het begrotingstekort beliep vorig jaar rond de 6,8 procent van het bruto nationaal product, meer dan het dubbele van het binnen de EU geldende maximum. Internationale beleggers besloten dat lenen aan de Russische regering - zelfs tegen kapitale rentetarieven - eenvoudig te riskant was, nu de Russische regering werd geleid door een nieuwe, onervaren premier en het Kremlin niet van plan leek de situatie recht te zetten.

Premier Sergej Kirijenko heeft nu beloofd forse bezuinigingen door te voeren, het aantal ambtenaren te beperken, en fiscale wanbetalers te straffen. Maar beleggers weten dat beloften doen iets anders is dan ze houden. Bezuinigen op de overheidsuitgaven ligt politiek gezien in Rusland nog moeilijker dan in andere landen, omdat miljoenen werknemers al in geen maanden hun salaris hebben ontvangen. Daarbij zijn beleggers niet erg onder de indruk van Kirijenko's belofte meer belastingen te innen. De belastingwetgeving in Rusland is voor verbetering vatbaar, maar beleggers beseffen terdege dat een effectieve belastinginning afhangt van een efficiënte bureaucratie en die kan Rusland niet in een jaar uit de grond stampen.

Rusland zal aangewezen blijven op inkomsten uit de export van grondstoffen, voornamelijk olie.

De financiële crisis is dus niet bezworen door beloften van iemand in het Kremlin maar - net als in Azië - door de reactie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het besef bij de beleggers dat het IMF de economie van een kernmogendheid met zo'n groot strategisch belang nooit zal laten instorten. Maar heeft de interventie van het IMF Rusland geen nieuwe problemen bezorgd?

Weinig instellingen zijn voor de huidige internationale betrekkingen van groter belang en tegelijk zo onbegrepen als het IMF. Haast alle regeringen van ontwikkelingslanden (en ook die van sommige industrielanden zoals Groot-Brittannië) hebben de afgelopen tientallen jaren een beroep op het IMF gedaan. En haast alle leiders hebben het IMF uiteindelijk de schuld gegeven van de gevolgen daarvan. Wereldwijd heerst de misvatting dat het IMF zich niets gelegen laat liggen aan gewone mensen. In ruil voor het verstrekken van kredieten aan door crises getroffen regeringen eist het onveranderlijk de sluiting van verliesgevende fabrieken, het snijden in de begroting, de verkoop van staatsondernemingen en hogere belastingen. Van het leed dat daarvan het gevolg is trekt het IMF zich vermoedelijk niets aan. De duur betaalde functionarissen van het Fonds komen aanvliegen, logeren in de beste hotels, laten hun recept achter en vertrekken weer. De ineenstorting van de gezondheidszorg in Zambia, de nooddruft in Zimbabwe, de werkloosheidsstijging in Thailand worden alle geweten aan recente IMF-saneringen. De bevolking van Rusland - die het IMF in veel gevallen toch al beschouwde als een louter door Amerikanen gedomineerde club - zal in de komende maanden wel tot een zelfde conclusie komen.

De economie is een wetenschappelijke discipline, maar bepaald geen exacte wetenschap. De mechanismen die in een economie werkzaam zijn, zijn bekend, maar welk beleid er op een gegeven moment precies moet worden gevoerd is altijd een zaak van subjectieve afweging en intellectuele mode. In de jaren zestig en zeventig besteedden economen weinig aandacht aan inflatietempo's; begin jaren tachtig golden - vooral in de Verenigde Staten - begrotingstekorten als een aanvaardbaar middel om een land uit een recessie te halen. De bewering dat het IMF in het verleden een verkeerd beleid heeft gevoerd, is dus niet bijster diepzinnig: dat hebben tal van regeringen over de hele wereld op diverse tijdstippen gedaan. Bovendien ligt het voor de hand dat het IMF als internationale organisatie altijd de neiging zal hebben zulke fouten te maken. Gebrekkige kennis omtrent etnische scheidslijnen binnen een land kan bij het IMF tot totaal verkeerde conclusies leiden omtrent de werkloosheid die ontstaat als gevolg van zijn voorschriften. Optimisme over het vermogen van een regering om economische wetgeving ten uitvoer te leggen zou een even rampzalig effect kunnen hebben. Maar de overige kritiek is meestal onterecht.

In tegenstelling tot de heersende opvattingen verwacht het IMF geen wonderen à la minute. Het verdeelt zijn programma's doorgaans over een periode van enige duur en is zich bewust van de politieke moeilijkheden. Zo stond de hervorming van het belastingstelsel in Rusland al sinds jaren op de agenda van het IMF, dus lang voordat internationale beleggers in paniek raakten. Daarbij beslist het IMF niet over de onderlinge prioriteit van de hervormingen: hulppakketten komen in overleg met regeringen tot stand, en het doel van het Fonds is altijd de snelste methode te vinden om de economische groei te herstellen. Natuurlijk hebben failliete regeringen niet veel te kiezen in zulk overleg. Maar het failliet is gewoonlijk veroorzaakt door het economisch wanbeheer van zulke regeringen, niet door het beleid van het IMF. Zo is de recente financiële crisis in Azië uniek, omdat het daarbij niet ging om het onverantwoordelijk gedrag van regeringen maar om het gedrag van particuliere ondernemingen die door hun regeringen niet tot de orde werden geroepen. Indonesië onder Soeharto wees een IMF-programma van de hand omdat het zijn particuliere sector, waarbij de familie van de dictator betrokken was, niet wilde herstructureren. Ten slotte werden land en volk door de financiële markten gestraft, net zolang totdat men de IMF-condities toch accepteerde.

Voor elke stem die het IMF nonchalance jegens gewone mensen en hun ellende verwijt, is er een andere stem die het IMF kritiseert om zijn vrijgevigheid. Heel wat economen stellen dat particuliere investeerders die bewust risico hebben gelopen door te beleggen in Aziatische dictaturen niet voor de gevolgen van hun stommiteit gevrijwaard dienen te worden door het Fonds. Het IMF heeft er wijs aan gedaan deze kritiek te negeren, juist om een nog grotere sociale crisis in Azië te voorkomen. Wellicht is het scala van beleidsmaatregelen nog altijd verkeerd - maar het streven is loffelijk.

Het IMF zal met zekerheid een omstreden instelling blijven. Er valt weinig te doen aan het overwicht dat grote westerse landen - en dan vooral de Verenigde Staten - in de organisatie hebben. Westerse regeringen verschaffen nu eenmaal het meeste geld en krijgen thans het verzoek in de nabije toekomst nog meer bij te dragen. Het Amerikaanse Congres zal zeker geen hogere bedragen toezeggen als daarmee Washingtons macht binnen het IMF zou afnemen.Het is verleidelijk te stellen dat het Fonds zijn beleid beter zou moeten toelichten. Maar het IMF moet ook discreet blijven, juist om de soevereiniteit van individuele staten te respecteren. Geen regering zal het op prijs stellen in het openbaar van incompetentie te worden beticht. De IMF-vertegenwoordigers in diverse landen houden wel persconferenties, waar ze hun prioriteiten proberen uiteen te zetten. Maar ook daar zijn er grenzen aan wat ze kunnen zeggen: één verkeerd woord kan een land juist in de financiële crisis storten die het Fonds tracht te voorkomen.

Dit betekent niet dat het IMF niet meer kan doen om zijn gedrag te veranderen. Het zou zijn interne besluitvorming doorzichtiger moeten maken en zijn eigen economische evaluaties openbaar moeten maken. Het zou zich kunnen verlaten op rapporten van non-gouvernementele organisaties over de situatie in een land, en het zou research van onafhankelijke economen kunnen inkopen, ter verbreding van het debat over wat er bij toekomstige crises moet worden besloten. Maar ook al komen al deze veranderingen er, dan nog zal het IMF geen koesterende organisatie worden. Toch zal de behoefte eraan blijven bestaan. Toen Europa in de jaren dertig een grote crisis doormaakte, was er geen IMF. De nationale politiek van de betrokken landen leidde tot een wereldoorlog. De crises van nu zijn beangstigend, maar ze blijven beheersbaar juist omdat het IMF bestaat.