Koersval in Azië na zorg om China en yen

AMSTERDAM, 10 JUNI. De aandelenmarkten in Oost- en Zuidoost-Azië hebben vanmorgen zware klappen opgelopen nadat openlijke steun aan de Japanse yen uitbleef tijdens overleg tussen de zeven grootste industrielanden in Parijs.

De Japanse yen zakte vanmorgen naar 141,50 yen per dollar, voordat de munt enigszins herstelde tot 140,50 yen per dollar. Reden voor de verzwakking was dat de onderministers van Financiën van de zeven grootste industrielanden, die deze week bijeen zijn in Parijs, niet wilden ingaan op een mogelijke steun voor de yen. Het herstel van de yen kwam nadat de Amerikaanse onderminister van Financiën Summers vanmorgen alleen losliet dat de G7 vandaag de mogelijke negatieve effecten van een zwakke yen zouden bespreken. De koers van de Japanse munt is sinds begin dit jaar met 9 procent gedaald.

In de rest van Azië wordt gevreesd dat de daling van de yen de andere munten in de regio verder onder druk zet. De Taiwan-dollar bereikte vanmorgen de laagste koers tegenover de Amerikaanse dollar in elf jaar. Ook de meeste andere munten waren zwak. De Indonesische roepia verloor 8,5 procent op 13.000 roepia per dollar.

Met name de angst voor de devaluatie van de Chinese munt, de yuan, drukte zwaar op aandelenmarkten en valutakoersen. De Chinese centrale-bankpresident Dai Xianglong zei gisteren dat “met name de depreciatie van de yen een zeer ongunstig effect heeft op de Chinese export en het aantrekken van buitenlandse investeringen”. Hij zei dat de yuan wel stabiel zou worden gehouden tegenover de dollar, maar de harde belofte dat China niet zou devalueren, die sinds een half jaar vast deel uitmaakt van elke uitspraak van Chinese officials op dit gebied, ontbrak ditmaal. De Hongkongse bestuurder Tung Chee-hwa onderstreepte vanmorgen wel dat Hongkong de vaste band met de Amerikaanse dollar zou handhaven. Hongkong en China zijn de enige landen in de regio die hun munten sinds het uitbreken van de financiële crisis voor een devaluatie hebben behoed.

De zwakte van de yen en de vrees voor een Chinese devaluatie drukten vanmorgen zwaar op de aandelenbeurzen, die vrijwel alle op verlies stonden. Sinds de yen aan zijn terugtocht begon, zijn de verliezen op de beurzen stelselmatig opgelopen.

In Hongkong zakte de Hang Seng-index met 4,9 procent naar 7979 punten. Dat is het laagste niveau sinds drie jaar. In oktober vorig jaar veroorzaakte een flinke koersdaling in Hongkong een kortstondige val van de Westerse aandelenkoersen. Met name aandelen in Chinese beursfondsen werden verkocht. Buitenlandse beleggers opereerden vooral aan de verkoopzijde.

Ook de beurs van Singapore kreeg een koersdaling van 4,4 procent te verwerken. Bangkok zakte met 5,24 procent naar het laagste niveau sinds de Azië-crisis begon. In Seoul zakten de koersen met 4,3 procent weg en Kuala Lumpur verloor 3,1 procent. Jakarta verloor 0,7 procent en ook in Tokio, dat wisselend reageert op de daling van de yen, moesten de koersen met 1,2 procent terug.

In Rusland daalden de koersen vanmorgen met 5,5 procent, ondanks morele steun en hulpbeloften van de G7-landen en van de Duitse kanselier Kohl voor de financiële crisis waarin het land zich bevindt. Op de beurs van Bombay zakten de koersen met 4,5 procent in. Pakistaanse aandelen gaven ruim 7 procent prijs.