Kluivert bij Oranje bevrijd van frustraties

Patrick Kluivert (21) was het afgelopen seizoen bij AC Milan wisselspeler. Bij het Nederlands elftal leeft de spits weer op. 'Het plezier in het voetbal moet toch voorop staan, niet het geld.'

AMSTERDAM, 10 JUNI. Na een miserabel seizoen bij AC Milan wil Patrick Kluivert op het wereldkampioenschap voetbal wat recht zetten. In dienst van Oranje trainde hij de afgelopen weken dat de vonken er vanaf vlogen. Tijdens de oefenwedstrijden vond hij langzaam het geschonden zelfvertrouwen terug. Dat culmineerde in twee gave treffers tegen Nigeria.

Kluivert lijkt voorlopig bevrijd van de frustraties die hij opliep in Italië. Nederland ontvluchtte hij wegens de negatieve publiciteit na z'n wandaden. Toen zelfs de aanhang van Ajax hem in de Arena uitfloot omdat hij matig presteerde, was voor hem de maat vol. Maar bij Milan, de kampioen van weleer die roemloos als tiende eindigde in de Serie A, deelde hij ook in de misère. In het San Siro-stadion kwam hij van de regen in de drup. Daar moest hij eveneens in het stof bijten toen de aanhang van de rossoneri zijn acties begeleidde met een snerpend fluitconcert. Il Bergkamp nero, de zwarte Bergkamp die mislukte bij Inter, werd de Amsterdammer spottend genoemd. Hij zou een gouden koppel gaan vormen met George Weah. Maar hij werd uiteindelijk een wisselspeler die kon opdraven als er weinig meer te redden viel. Hoeveel ontgoocheling kan een mens verdragen?

De almachtige president van Milan, Silvio Berlusconi, heeft inmiddels trainer Fabio Capello ontslagen. Kluivert neemt zelf wel ontslag. Liever vandaag nog dan morgen. Maar dan moet er een club bereid zijn om de afkoopsom te betalen die Milan voor hem vraagt, naar verluidt zo'n 35 miljoen gulden. “Als de clubleiding vasthoudt aan dat bedrag, is de kans niet zo groot dat ik wegkom”, zegt hij wat mistroostig aan de vooravond van het vertrek van het Nederlands elftal naar Frankrijk. “Zakt de vraagprijs dan heb ik voorkeur voor clubs in landen als Engeland, Spanje en Italië. Er is belangstelling genoeg.”

Kluivert, getooid met een grijze baseballpet en gehuld in een gifgroen leren jack, laat er geen twijfel over bestaan dat hij zijn buik vol heeft van AC Milan. En niet geheel toevallig noemde hij Italië pas als laatste land waar hij wil voetballen. “De Italiaanse spelers worden naar mijn mening voorgetrokken ten opzichte van de buitenlandse jongens. Voetballers van eigen bodem of profs die al lang in Italië spelen worden altijd opgesteld. Of ze nu goed of slecht presteren, dat maakt niet uit. Het gaat daar met buitenlanders net als met koeien. Je mag naar buiten om te grazen en dan moet je weer naar binnen. Misschien is het een oplossing als ik vertrek uit Italië.”

Kluivert kreeg bij Milan steeds minder plezier in zijn werk. “De ploeg was er voornamelijk op uit om doelpunten te voorkomen, niet om ze te maken. Als spits moet je het dan maar uitzoeken. Je krijgt helemaal geen ondersteuning vanuit het middenveld. In het Nederlands elftal krijg ik ook nog eens ballen van de vleugels. Bij Milan kwam er helemaal niets van de flanken. Er wordt gevoetbald zonder visie. Dat Oliver Bierhoff nu is aangetrokken, vind ik nog geen echte verbetering. Er moet een grote speler voor het middenveld komen die daar alles regelt. Ik wil best eens met de nieuwe trainer Zaccheroni rond de tafel zitten. Ik denk echter dat het weinig zin heeft. Ik wens Bierhoff het beste. Als hij op dezelfde manier moet voetballen als ik afgelopen seizoen, zie ik het somber voor hem in.”

Het zoete leven in Italië, la dolce vita, was mooi, het salaris fantastisch. Maar Kluivert kent nu ook de keerzijde van het voetbalbestaan in Italië. “Het plezier in het voetbal moet toch voorop staan. Niet het geld dat je verdient”, beseft hij. Misschien zijn de afgelopen weken zijn ogen geopend in het trainingskamp van Oranje. Vele gesprekken voerde hij met zijn collega-internationals die wel goede ervaringen hebben opgedaan in buitenlandse competities. Zoals de spelers van Arsenal (Bergkamp, Overmars) en Barcelona (Bogarde, Hesp, Reiziger). Een paar weken optrekken met Oranje was voor Kluivert in alle opzichten een verademing. Het beklemmende gevoel van Milan raakte hij kwijt. Met name tegen Nigeria stond de speler weer op die de bal genadeloos en loepzuiver in de meest onverwachte hoeken van het doel schiet. Het jongensachtige is ook in hem terug. Hij maakt grapjes over de sponsorballpoints die journalisten gebruiken. Er staan portretten van spelers op. Nieuwsgierig zoekt hij naar z'n eigen beeltenis. Z'n stopwoordjes “zeker weten”, waarmee hij menige zin pleegt te beëindigen, komen maar al te vaak weer over zijn lippen.

Ondertussen kijkt hij uit naar de eerste klus tegen de Belgen, komende zaterdag in Saint-Denis. “Het wordt een moeilijk karwei”, voorspelt de spits die ook hunkert naar de rentree van Bergkamp. “De Belgen zullen niet nog eens van ons willen verliezen. De eerste klap op het WK is een daalder waard. Gaan wij op dezelfde voet verder als de afgelopen wedstrijden dan kunnen we nog voor een verrassing zorgen. We komen naar Frankrijk om goud te halen. Niet alleen om leuk mee te voetballen. En voor mij persoonlijk geldt ook nog eens dat ik op het WK de basis wil leggen voor een nieuw contract.”