In Kosovo dreigt de etnische strijd verder te escaleren

PRIŠTINA, 10 JUNI. In Kosovo maken de Serviërs en de Albanezen zich op voor een verdere escalatie van de strijd, dit ondanks waarschuwingen dat zich in Kosovo een humanitair probleem van de eerste orde ontwikkelt

De in Duitsland zetelende regering van de eenzijdig uitgeroepen 'Republiek Kosovo' besloot gisteren alle Kosovaren in het buitenland een nieuwe oorlogsbelasting op te leggen om de strijd tegen de Servische overheersing te financieren. De regering financiert sinds de afschaffing van de autonomie van Kosovo in 1989 een ondergrondse samenleving in de provincie door de heffing van een inkomstenbelasting van drie procent onder de Albanese inwoners van Kosovo en vooral de 400.000 Kosovaren die in landen als Duitsland werken. Gisteren liet ze weten dat de Kosovaren in het buitenland 300 tot 600 mark per persoon extra moeten betalen als “verplichte financiële mobilisatie” voor “de verdediging van ons volk” tegen aanvallen van de Serviërs.

De Serviërs versterken intussen hun militaire aanwezigheid in Kosovo. Gisteren kwam een trein met duizend soldaten en met 46 pantserwagens in Kosovo aan. Het was de vijfde opeenvolgende dag dat het leger dergelijke troepenversterkingen naar Kosovo stuurt. Tot dusverre werd steeds volgehouden dat de militaire acties tegen de Albanezen werden uitgevoerd door de politie en speciale paramilitaire eenheden. Het leger zou zich er niet mee bemoeien. In werkelijkheid deed het dat wel, zoals in onafhankelijke media gepubliceerde brieven van soldaten aantoonden. Nu wordt van de inzet van het leger geen geheim meer gemaakt.

Hoewel het aantal vluchtelingen vanuit Kosovo naar Noord-Albanië is afgenomen tot minder dan duizend per dag, neemt het humanitaire drama gestaag in omvang toe. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zijn 65.000 Albanezen in Kosovo op de vlucht geslagen. In het bergachtige, ontoegankelijke en dunbevolkte Noord-Albanië zitten er vijftienduizend, in Montenegro achtduizend en in Macedonië eveneens achtduizend. De UNHCR sprak gisteren van “een omvangrijke humanitaire crisis” in Kosovo en in Noord-Albanië. Vluchtelingen die naar Albanië komen, vertellen gruwelverhalen over het optreden van de Serviërs - verhalen die vaak doen denken aan de oorlog in Bosnië. Een vrouw vertelde gisteren hoe dronken Servische soldaten haar huis in het dorp Llacan doorzochten naar wapens, haar en haar man mishandelden en hun twee dochters van dertien en veertien verkrachtten. De dochters pleegden daarna zelfmoord door van een rots in de rivier de Drini te springen. (Reuters, AP, AFP)