Gesprek met afgetreden procureur-generaal Fayez Abu Rahma; 'In Gaza zijn geen rechters meer, alleen gevangenen'

Het Palestijnse gezag doet alles om het rechtssysteem buiten werking te stellen, aldus Fayez Abu Rahma. Daarom is hij eind april als procureur-generaal opgestapt.

GAZA, 10 JUNI. Palestijnse rechters en advocaten krijgen geregeld decreten en andere documenten onder ogen die vorige maand en ook deze maand nog zijn ondertekend door de procureur-generaal. Alleen is er geen procureur-generaal. De laatste, de 69-jarige Fayez Abu Rahma, is 30 april afgetreden uit onvrede met de manier waarop het Palestijnse Gezag zijn kantoor (en het Palestijnse rechtssysteem) passeerde en negeerde.

Wie tegenwoordig uit naam van de procureur-generaal stukken tekent, is Abu Rahma een raadsel. Maar dat het gebeurt, verbaast hem op zich niet. In de acht maanden dat hij procureur-generaal was, heeft hij wel meer dingen meegemaakt die juridisch volstrekt niet door de beugel konden. Dat is de reden dat hij uiteindelijk aftrad. “Het Palestijnse Gezag is een zafia”, zegt hij somber. “Een 'mafia' hoort bij de 'm' in het alfabet. Het Palestijnse Gezag is erger: dat is al bij de letter 'z' aangeland. Het doet alles om het rechtssysteem buiten werking te stellen.”

Fayez Abu Rahma zit in zijn advocatenkantoor in het hart van Gaza-stad achter zijn bureau de autobiografie (in het Arabisch) van de Israelische minister Ariel Sharon te lezen. Abu Rahma heeft voorlopig weinig anders om handen. Toen hij vorige zomer de wegens corruptie afgetreden procureur-generaal Al-Qidra opvolgde, zegde hij al zijn zaken af. Hij wilde geen belangenvermenging. Nu wacht hij tot de cliënten terugkomen.

Abu Rahma wilde het Palestijnse Gezag niet door het slijk halen. Maar zijn bezorgdheid voor het Palestijnse rechtssysteem wint het van zijn politieke correctheid. Hij heeft net gehoord dat de vice-gouverneur van Bethlehem, die een fel stuk over minister van Justitie Freih Abu Middein in de krant Al-Quds heeft geschreven, door een knokploeg in elkaar is geslagen.

Abu Rahma was altijd een loyaal lid van Arafats Fatah-partij. Een intimus van Arafat bovendien, die tot voor kort bereid was de 'oude man' de vele misstappen te vergeven die hij sinds zijn entree in Gaza in 1994 heeft gemaakt. Toen Arafat hem vorig jaar vroeg of hij procureur-generaal wilde worden, aarzelde hij niet. “Ik dacht, als hij mij vraagt voor deze baan, is hij van goede wil. Dan respecteert hij de grondwet. Abu Ammar kent mijn principe: met de wet valt niet te sollen. Ik vergiste me. Het Gezag heeft mij gebruikt om de wet buiten werking te stellen.”

Hij noemt de kritieke toestand van het rechtssysteem “een puur interne zaak”, die niets met Israel of het vredesproces te maken heeft. “We moeten onszelf de schuld geven, niemand anders”, zegt hij. Abu Rahma's kritiek geldt vooral minister Abu Middein, die zelf advocaat is. Abu Middein liep ooit stage op Abu Rahma's kantoor. Volgens Abu Rahma was het Abu Middein die hem vanaf de eerste dag het werken als procureur-generaal onmogelijk maakte - niet alleen door hem inhoudelijk te dwarsbomen, maar ook met kinderachtige pesterijen.

“Na mijn benoeming stelde Abu Middein twee medewerkers aan in mijn kantoor, die hij tekeningsbevoegdheid gaf voor als ik er niet was. Ik protesteerde. Onbevoegden juridische stukken laten tekenen is tegen de wet. De twee mannen bleven. Kort daarop pakte de minister mijn twee secretaresses af, een van mijn twee lijfwachten en de koffie-man. We verhuisden naar een nieuw gebouw - we zaten tot dan toe met 50 man in 5 kamertjes, met een open wc in de gang - en hij weigerde ervoor te betalen. En vlak voor mijn aftreden werden onze drie telefoonlijnen plotseling afgesneden. Toen ik navraag deed bij de minister van Telecommunicatie, zei deze: 'Mijn collega van Justitie heeft mij per fax gesommeerd om uw lijnen af te sluiten omdat u gaat verhuizen.' Dat was onzin natuurlijk. We zaten net een paar maanden in het nieuwe gebouw.”

Toch had hij dit soort hindernissen voor lief genomen, zegt hij, als hij tenminste zijn werk had kunnen doen. Maar spoedig werd duidelijk dat ook dat niet op prijs werd gesteld. Afgelopen najaar gaf Abu Rahma opdracht om 11 Hamas-gevangenen vrij te laten die al twee jaar zonder vorm van proces in de gevangenis zaten. De Palestijnse wet stelt dat arrestanten binnen 48 uur in staat van beschuldiging moeten worden gesteld. Hij wist dat Arafat onder zware Israelische en Amerikaanse politieke druk stond om de mannen in de cel te laten zitten, in het kader van de terrorisme-bestrijding. Maar wet is wet, zei Abu Rahma, en er bestaan andere methodes om die jongens vast te houden, die niet strijdig zijn met de wet. Toen er niets gebeurde, liet hij de 11 vrij. “Binnen twee uur had Arafat ze alle 11 weer laten arresteren. De directeur van de gevangenis en een van diens medewerkers werden op staande voet ontslagen, omdat ze mijn decreet hadden uitgevoerd. De cipiers werden gearresteerd, om dezelfde reden. De militaire aanklager werd twee dagen opgesloten.”

Abu Rahma probeerde belet te krijgen bij Arafat. Toen hij hem na weken eindelijk te spreken kreeg, vroeg hij Arafat: “Waarom straft u mensen die mijn orders opvolgen, niet mij?” Arafat lachte en zei niets. Abu Rahma protesteerde niet, liet de gevangenen niet opnieuw vrij. Hij deed niets. Palestijnse mensenrechtenorganisaties, die zijn daad hadden toegejuicht en hem een 'moedig man' hadden genoemd, bestookten hem nu met protesten. Ze wilden dat hij doorzette, de confrontatie nog eens aanging. “Maar wat kon ik doen? De straat op? Het was zonneklaar dat het Gezag zijn eigen lezing had van wetten en regels.”

In februari trad de Palestijnse opperrechter af. Hij had bij Arafat geklaagd dat de minister van Justitie stukken verdonkeremaande en vonnissen negeerde. De voorzitter van het Islamitische Hof was al eerder opgestapt, om dezelfde reden. Rechtszaken tegen Arafats intimi werden steeds vaker geseponeerd, ook al hadden ze zich ergens schuldig aan gemaakt. Toen Abu Rahma een dagvaarding tekende voor een man die met 1,5 kilo drugs was gesnapt, wilde de politie dat niet uitvoeren: verdachte bleek goede connecties te hebben.

Begin april barstte de bom. In Ramallah werd een topman van Hamas vermoord. Het Palestijnse Gezag kwam met 'bewijsmateriaal' dat de daders binnen Hamas zelf gezocht moesten worden. Hamas stelde het Gezag verantwoordelijk. De politie arresteerde tientallen Hamas-activisten en Hamas-leiders in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Abu Rahma wil over deze politiek delicate zaak weinig kwijt. Maar advocaten die het ene verzoekschrift na de andere hebben ingediend om na twee maanden hun Hamas-cliënten in de gevangenis eens te mogen spreken, vertellen dat de procureur-generaal hun dat recht wilde gunnen - zoals de wet ook vereist - maar dat Arafat en Abu Middein hem de pas afsneden. De twee bewindslieden, zeggen zij, gaven de rechter opdracht niet in de rechtszaal te verschijnen waar Abu Rahma de verzoekschriften wilde laten behandelen.

Toen vaardigde Abu Rahma een decreet uit dat twee advocaten in Gaza Hamas-leiders Rantisi en Makadmeh in de gevangenis mochten bezoeken. De chef van politie, die zo'n decreet moet gehoorzamen, sloeg dat in de wind. Die avond, 30 april, ging Abu Rahma naar Arafats kantoor en liet een handgeschreven ontslagbrief achter. Van Arafat heeft hij nooit meer wat gehoord.

Abu Rahma zegt: “Het kantoor van de procureur-generaal is belangrijk. Alle juridische problemen belanden op zijn bureau. Hij moet erop toezien dat burgers en overheden hun rechten en plichten naleven. Het Gezag vindt dat blijkbaar bedreigend. De situatie is nu zo erg dat er geen rechters meer zijn, geen procureur-generaal. Enkel gevangenen.”

    • Caroline de Gruyter