Geen sprake van autonomie; Habibie biedt Oost-Timor 'niets nieuws'

JAKARTA, 10 JUNI. Oost-Timorese leiders in ballingschap hebben afhoudend gereageerd op de aankondiging van president Habibie van Indonesië dat hij Oost-Timor een speciale status wil geven. Nobelprijswinnaar José Ramos-Horta noemde het aanbod “niets nieuws”.

Volgens Portugal, de voormalige kolonisator van Oost-Timor, biedt Habibie's toezegging geen oplossing voor de toekomst van het omstreden eilanddeel.

President Habibie zei gisteren te overwegen Oost-Timor een speciale status te geven, vergelijkbaar met die voor de hoofdstad Jakarta, de provincie Atjeh en het sultanaat Yogyakarta. Hoewel zo'n speciale status nauwelijks iets verandert aan de manier waarop Oost-Timor zal worden bestuurd, en er zeker geen sprake zal zijn van verregaande autonomie, leggen waarnemers de uitspraak van Habibie uit als een opmerkelijke stap van de Indonesische regering die onder Soeharto nooit heeft willen praten over een aparte status voor Oost-Timor.

Na terugtrekking van Portugal in 1975 riepen nationalisten in Oost-Timor de onafhankelijkheid uit, maar enkele weken later vielen Indonesische troepen binnen en in juli 1976 werd de voormalige kolonie geannexeerd als 27ste provincie van Indonesië. Die inlijving is formeel nooit geaccepteerd door de Verenigde Naties. De afgelopen jaren zijn veelvuldig berichten naar buiten gekomen over schendingen van mensenrechten in Oost-Timor, met als dieptepunt het bloedbad op 12 november 1991, toen Indonesische militairen het vuur openden op een menigte demonstranten in de hoofdstad Dili. Daarbij vielen ten minste 50 en waarschijnlijk veel meer doden.

Ramos-Horta, die in 1996 samen met de Oost-Timorese bisschop Carlos Belo de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zei gisteren niet de indruk te hebben dat het voorstel van Habibie tegemoet komt aan de wensen van de bevolking in Oost-Timor. “Wat we vragen, en dat is heel eenvoudig, is dat het Oost-Timorese volk het recht krijgt, de mogelijkheid, om zijn oordeel over zijn eigen toekomst tot uitdrukking te brengen via een referendum onder toezicht van de Verenigde Naties.” Volgens Ramos blijft Indonesië bij zijn oude standpunt dat “de VN de illegale annexatie van Oost-Timor moeten erkennen”. In Lissabon zei een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de verklaring van Habibie “het gebrek aan flexibiliteit van de Indonesische regering weerspiegelt” en dat het aanbod van de president “geen enkel uitzicht biedt op vooruitgang in de onderhandelingen”.

Een hoge functionaris is Jakarta zei dat het Indonesische aanbod een vorm van erkenning zou kunnen inhouden van het bijzondere culturele en religieuze karakter van het overwegend rooms-katholieke Oost-Timor. Maar Habibie liet er geen misverstand over bestaan dat met hem niet valt te praten over politieke autonomie of onafhankelijkheid van Oost-Timor. “Dat zullen we niet laten gebeuren. Absoluut niet”, aldus Habibie.

Habibie heeft inmiddels 16 politieke gevangen vrijgelaten, onder wie 15 uit Oost-Timor. Onder hen is niet rebellenleider Gusmão. Hij en anderen worden mogelijk pas vrijgelaten als de kwestie Oost-Timor definitief is geregeld, zo liet Habibie doorschemeren. De Oost-Timorese activist Fernando Araujo zei dat de vrijlating van Gusmão en terugtrekking van de Indonesische troepen voorwaarden zijn voor enigerlei vreedzame oplossing. “Als Habibie Gusmão niet vrijlaat, zullen we blijven doorvechten en sterven voor onafhankelijkheid van ons land”, zei Araujo. (AFP, Reuters)