Documentaire en fictie weer onontwarbaar verweven

Who the Hell is Juliette? (?Quién diablos es Juliette?). Regie: Carlos Marcovich. Met: Yuliet Ortega, Fabiola Quiroz, Salma Hayek, Francesco Clemente. In: Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht.

'Actuar' (optreden) en 'actual' (werkelijk) zijn twee woorden die Yuliet Ortega, een 16-jarige husselaarster en gelegenheidsprostituee uit Havana, steeds maar door elkaar haalt. Het zou toeval kunnen zijn, maar het misverstand kan ook haar in de mond gelegd zijn door de regisseur van Who the Hell is Juliette? (Quién diablos es Juliette?), een film die ook voortdurend en opzettelijk documentaire en fictie met elkaar verwart. Is de hoofdpersoon Yuliet of Juliette? Wie is Juliette? Een verzinsel van de regisseur, zegt Yuliet.

Carlos Marcovich, een in Argentinië (1963) geboren Mexicaanse cameraman, die met Who the Hell is Juliette? zijn regiedebuut maakt, schreef naar eigen zeggen geen scenario voor de 'documentaire'. Het dubbelportret van de goedgebekte straatmeid en het Mexicaanse fotomodel Fabiola Quiroz, die elkaar ontmoetten tijdens de opnamen van een videoclip van Marcovich, zou vorm hebben gekregen tijdens het draaien en vooral in de montage. Inderdaad maakt Marcovich optimaal gebruik van zijn materiaal, ook 'mislukte' scènes, conversaties tussen personen voor en achter de camera, videomateriaal, super 8-opnamen en foto's, om een carrousel van fictie en realiteit tot stand te brengen. Inhoudelijk is daarentegen het gegeven nogal mager: beide vrouwen, de een maatschappelijk veel succesvoller dan de ander, zouden niet alleen fysiek sprekend op elkaar lijken (in de praktijk valt die gelijkenis nogal tegen), maar ook gemeen hebben dat ze hun vader niet of nauwelijks kennen. De vader van Yuliet/Juliette meldt zich op zeker moment bij de regisseur, die een hereniging voor de camera ensceneert, door de naar New Jersey geëmigreerde Cubaan op een bootje te laten aanmeren op een onbewoond eiland, waar zijn dochter zich bevindt. De verbijstering van het meisje, als ze zich realiseert dat die man met een bos bloemen in zijn armen haar vader moet wezen, lijkt niet geënsceneerd, in tegenstelling tot het volgende helikoptershot van het eiland met vader en dochter, maar zonder camera.

Het debuut van Marcovich, mede tot stand gekomen met steun van het Hubert Bals Fund en eerder dit jaar te zien op het festival van Rotterdam, charmeert en imponeert op een oppervlakkige manier. Veel hout snijdt het niet, maar het is aangenaam om naar te kijken, niet alleen omdat die twee meisjes het aanzien meer dan waard zijn, maar ook omdat de al dan niet spontane verwarringen in beeld prettig gepuzzel opleveren.

    • Hans Beerekamp