Blinde trots

IN NEDERLAND schaamde menigeen zich rot toen de luchthaven Schiphol van de Europacup-finale in Amsterdam gebruikmaakte om een eigen politieke kwestie te forceren. In Frankrijk heeft men minder last van gêne. Daar is een groot sportevenement juist aanleiding om weer wat conflicten op de spits te drijven. Op de valreep is Air France weliswaar weer gaan vliegen, maar dat sluit niet uit dat de organisatie van het WK voetbal komende maand nog wat wijnboeren op haar weg vindt.

Waar komt dat verschil tussen Nederland en Frankrijk vandaan? Het heeft natuurlijk met geschiedenis te maken. Frankrijk heeft een sterke en zichtbare staat, die er om vraagt op gezette tijden te worden uitgedaagd. Nederland daarentegen doet graag alsof de staat is afgeschaft, zodat elk meningsverschil door iedereen gezamenlijk moet worden gesmoord.

Dat onderscheid uit zich ook in de wijze waarop het grootste voetbaltoernooi aller tijden wordt beleefd. Anders dan het cliché veronderstelt is Frankrijk redelijk nuchter. In Nederland staat de wereld nu al, nog voordat er een bal is gaan rollen, op commando van een onzichtbare hand nagenoeg stil. Wie dezer dagen met de trein door suburbia reist, passeert middenklasse-wijken die oranje gekleurd zijn alsof er een bevrijding valt te vieren.

Voetbal en Oranje bieden kennelijk de broodnodige nationale trots die dit land, ondanks de brede erkenning voor het poldermodel, in het dagelijks leven node mist. Vandaar dat er alom tevredenheid snort over de soepele voorbereiding van het nationale elftal dat dit keer - anders dan in 1974, 1978, 1990 en 1994 - onderling geen ruzie heeft gemaakt over de coach dan wel de speelwijze. Het conflictmodel dat in de jaren zeventig tot sportieve successen leidde, heeft plaatsgemaakt voor een consensuscultuur die ook elders in de maatschappij wordt omarmd.

HET LIJKT ALLEMAAL reuze gezellig. Maar achter die oranje gevels gaat een complexe wereld schuil. Voetbal is een steeds belangrijker onderdeel geworden van onze cultuur. Het is niet alleen maar sport, doch ook theater, taal, collectieve identiteit en economie. Kortom, voetbal weerspiegelt de psychologie van de macht, zoals Financial Times-journalist Simon Kuper jaren geleden in een empirische studie al heeft aangetoond. De nog onbevestigde berichten dat de nieuwe mondiale opperbaas Sepp Blatter zijn verkiezing tot voorzitter van de FIFA heeft gekocht, hebben dat deze week opnieuw geïllustreerd.

Hopelijk wordt het WK in Frankrijk een mooi toernooi, met goed of interessant voetbal en zonder gewelddadige hysterie. En als het Nederlands elftal zich in gunstige zin onderscheidt, is dat mooi meegenomen. Maar laat het daarbij blijven. De betekenis van voetbal mag zich dan wel ver buiten de stadionhekken uitstrekken. Als sport er toe leidt dat een halve natie denkt dat haar maatschappelijke problemen zich met een oranje petje of sjaal laten ondervangen, wordt ze blind voor de vragen die na de finale op 12 juli hoe dan ook weer zullen opdoemen.