Asmara wil onderhandelen; Eritreërs 'slaan aanval Ethiopië af'

SENAFE, 10 JUNI. Eritrea zegt gisteren tijdens hevige gevechten bij het grensstadje Zalambessa een Ethiopisch offensief te hebben afgeslagen, maar heeft volgens Ethiopië “enorme verliezen” geleden. Vanmorgen zijn Eritrese troepen in de aanval gegaan bij Badme, in de omstreden Yirga-driehoek.

Zalambessa behoort niet tot de betwiste gebieden in het conflict, maar sinds de escalatie van de gevechten, begin vorige week, is de omgeving van het stadje wel een slagveld geworden.

De strijd speelde zich gisteren af op Ethiopisch grondgebied, tien kilometer van de grens. Vooruitgeschoven posities van de Eritreërs werden onder vuur genomen door het, na aanvankelijke tegenslagen, aan kracht winnende Ethiopische leger. Beide partijen zetten zwaar materieel in, waaronder tanks. Aan Eritrese zijde vielen gisteren ten minste vijf doden en 40 gewonden. Berichten uit Ethiopië maken melding van zware verliezen aan Eritrese zijde.

In Senafe, aan de Eritrese kant van de grens, op enkele kilometers afstand van Zalambessa, was gisteren urenlang het geluid van inslaande mortiergranaten, afkomstig van Ethiopische artillerie, te horen. Hoewel het ging om een van de hevigste gevechten sinds het uitbreken van de vijandelijkheden op 12 mei, lieten de inwoners van Senafe het geraas van het nabije oorlogsgeweld gelaten over zich heen gaan.

Mannen zaten rustig in een bar een kopje koffie te drinken. Regelmatig kwamen er soldaten van het front binnen en brachten het laatste nieuws. Rond drie uur in de middag meldde een militair: “We hebben hen vrijwel teruggedreven, we moeten alleen nog hun laatste loopgraven veroveren”. De Eritrese soldaten maken een uiterst zelfverzekerde indruk. In de hoofdstad Asmara volgde enkele uren later een regeringscommuniqué waarin werd gemeld dat de Ethiopiërs zich terugtrokken. In Senafe was inmiddels niet langer het geluid te horen van inkomende mortiergranaten.

Op de weg van Senafe naar Asmara reden vele auto's besmeurd met modder als camouflage. De route vormt de ader voor al het commerciële verkeer tussen Eritrea en Ethiopië. Er viel nu echter geen enkel Ethiopisch voertuig te bekennen. De handel tussen beide landen is volledig stilgevallen. Een ontwikkeling die Eritrea zwaar treft.

Via de Eritrese havensteden Assab en Masawa voerde Ethiopië tot voor kort al zijn goederen in en betaalde daarvoor aan Eritrea. Sindsdien heeft Ethiopië zijn invoer verplaatst naar de haven van Djibouti.

Eritrea is door de oorlog vrijwel afgesloten geraakt van de buitenwereld. Na de bombardementen vorige week op het vliegveld bij Asmara vliegt vrijwel geen enkele luchtvaartmaatschappij meer op Eritrea. Ethiopië dreigt ieder toestel richting Asmara neer te schieten. Eritrea's landsgrenzen met Soedan zijn sinds lange tijd gesloten en die met Djibouti liggen in een vrijwel ondoordringbare woestijn. Per boot over de Rode Zee valt het land te bereiken, maar Ethiopië heeft gewaarschuwd ook op boten te zullen schieten. Eritrea protesteerde gisteren bij de Verenigde Naties en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid tegen deze lucht- en zeeblokkade door Ethiopië.

Eritrea's president Isayas Aferworki riep gisteren op tot rechtstreekse onderhandelingen met Ethiopië om alsnog tot een vreedzame oplossing te komen. In een gesprek met journalisten in Asmara liet hij zich kritisch uit over de Amerikaanse diplomatie. “Het probleem met het vredesproces is de haastige manier waarop de Amerikanen het uitvoerden. Ze geloven in een snelle oplossing en gaan te werk als een bulldozer. Zo'n tactiek werkt niet. Het past niet in onze cultuur”, aldus de Eritrese president.

    • Koert Lindijer