Zwerven onder Amsterdam

Voor het eerst sinds tijden daal ik weer af in de metro van de Digitale Stad. Een paar jaar geleden kwam ik hier regelmatig onder een schuilnaam die me is ontschoten. Ik schilderde de muren van de synagoge van Baruch en bouwde samen met mijn Hamburgse vriendin infanta een therapiecentrum voor verslaafde internetgebruikers. Dat laatste leek me wel handig. Ik bracht zoveel tijd op het net door dat ik wel eens aan mezelf twijfelde.

De digitale metro is een ondergronds netwerk van kamers, bordelen, chatrooms, spelletjes, Internetgebruikers en robots, dat deel uitmaakt van de Digitale Stad. Het is een 'literaire' wereld zonder plaatjes waar je beweegt door woorden als [trap] en [kiosk] in te tikken. Dagelijks zijn er zo'n dertig tot veertig reizigers te vinden, veelal studenten en mensen die op hun werk een snelle Internetverbinding hebben.

Deze keer log ik in onder mijn eigen naam en arriveer op het Meeting point van het Centraal Station. “Er is een [trap] die naar beneden naar de hal van het metrostation gaat. Bij de ingang van de metro zie je de [h]elpdesk en de [inf]ormatiebalie. In de hal is een [kiosk] waar je actueel Metro-nieuws kan vinden. Je kan vanaf hier ook naar het [S]tationsplein, de [haven] en de [trein]en”, lees ik.

Ik neem de trap en ga op zoek naar de plekken van vroeger. “Opgewonden over hetgeen je tegemoet gaat daal je met de roltrap af naar de hal van metrostation Centraal Station.”

Omdat ik bijna alle commando's ben vergeten, kijk ik wie er aanwezig zijn. Ik kom Dimitri tegen en vraag hem of de synagoge nog bestaat. Hij neemt me mee. “Dit is de eerste digitale synagoge. Hij is nog niet helemaal af, maar wel al duizend jaar oud.” De synagoge verkeert nog in goede staat. Ik loop even rond en dan gaan we verder, naar het Roeterseiland waar de psychologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam staat. Het therapiecentrum is onvindbaar.

Dimitri wil niets uitleggen, want dat zou afbreuk doen aan de mystiek van de virtuele ondergrondse. Gelukkig heeft hij wel een handige homepage met veel informatie over de metro (www.dimitri.demon.nl) Al surfend verfris ik mijn kennis over de commando's die je nodig hebt om te overleven in de metro. Ik weersta de verleiding zelf een kamer te bouwen, omdat ik me herinner dat het destijds dagen kostte met infanta iets te maken.

Het is rustig in de metro. Er zijn 25 mensen on line. Groena begint tegen me te praten. Het duurt even voor ik begrijp dat het geen mens is, maar een poes. Eigenlijk ook geen echte poes, maar een programmaatje dat zich gedraagt als een poes. Met het commando 'kijk groena' kom ik meer over haar te weten. Ze houdt een enquête over besturingssystemen onder metro-bewoners. 32 Procent gebruikt Windows, leidt ik uit haar analyse af.

De digitale metro is een hechte sociale gemeenschap. Mensen worden verliefd, trouwen, ontmoeten elkaar in het echt, maken ruzie en sluiten elkaar in kamertjes op. Ook in de wereld van de metro lopen slechte mensen rond. Toen de Metrobank opende en iedereen gratis 100 Mecu kreeg, begonnen velen een jacht op het grote, digitale geld. Gebruiker Q richtte een pandjeshuis in waar je geld kon krijgen voor de programma's en plaatsen die je had gemaakt. Als je ze vervolgens weer wilde gebruiken, moest je betalen.

Als ik voor de tweede keer inlog, flitst er een boodschap over mijn scherm: “Ben je hier nu alweer?” Betrapt log ik uit om naar bed te gaan.

    • Marie-José Klaver