Wereldleiders willen oorlog tegen drugs opvoeren

Wereldleiders spreken op een driedaagse conferentie bij de Verenigde Naties hun steun uit voor een actieplan om de drugsoorlog op te voeren. Ook de drugsproducerende landen zijn verheugd over het plan.

NEW YORK, 9 JUNI. In ferme bewoordingen hebben wereldleiders gisteren bij de Verenigde Naties hun vastberadenheid uitgesproken de strijd tegen de drugshandel met hernieuwde energie aan te gaan. “In de annalen van de geschiedenis moet komen te staan dat de grote kruistocht van landen tegen drugs hier in New York is begonnen. Een kruistocht die niet eerder zal eindigen dan wanneer we dit kankergezwel hebben uitgeroeid, dat onze samenlevingen van binnenuit opeet”, aldus de Franse president Jacques Chirac. Ook de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, sprak van een “momentum op weg naar een drugsvrije wereld in de 21ste eeuw”.

Zo'n dertig staatshoofden en honderd regeringsvertegenwoordigers spreken drie dagen lang bij de VN hun steun uit voor een politieke verklaring en een actieplan om de drugsoorlog op te voeren. De idee is dat in de huidige, minder door ideologieën verdeelde wereldgemeenschap meer ruimte is voor gezamenlijke maatregelen.

De Amerikaanse president Bill Clinton memoreerde dat er “te lang een vijandig debat is gevoerd tussen de drugsproducerende landen en de landen waar drugs worden geconsumeerd. Dat was schadelijk en heeft de strijd tegen de drugs niet vooruit geholpen”. Want er mag dan volgens Clinton wel “vooruitgang” zijn geboekt, dat mag niet worden verward met “echt succes”.

Het aantal drugsgebruikers in de wereld stijgt. Volgens ruwe VN-cijfers bedraagt het aantal heroïnegebruikers 8 miljoen, voor cocaïne is dat 13 miljoen, voor amfetamine-achtige drugs 30 miljoen. De jaarlijkse omzet van drugshandel is wereldwijd 400 miljard dollar. Dat is twee keer zoveel als in de automobielindustrie omgaat.

Ook de leiders van de belangrijkste drugsleverende landen zoals Bolivia, Colombia en Mexico beklemtoonden voorop te willen gaan in het opvoeren van de drugsoorlog. “We moeten meer doen, meer samen en meer voor ons allen”, zei de Mexicaanse president Ernesto Zedillo. De drugsproducerende landen zijn verheugd over het nieuwe actieplan omdat erin wordt afgesproken ook de vraag naar drugs tegen te gaan. Zedillo wees er nog eens fijntjes op dat de kiem van het drugsprobleem ligt in de rijkste landen waar “het overgrote deel van de vraag naar drugs” vandaan komt. Maar landen in Midden- en Zuid-Amerika betalen de prijs voor dit consumptiepatroon.

“Onze mannen en vrouwen sterven het eerst in het gevecht tegen drugshandel. Onze gemeenschappen lijden het eerste onder het geweld en onze instituties worden het eerst door corruptie aangetast”, zei Zedillo. Zijn Boliviaanse collega Hugo Banzer rekende voor dat zijn land “in een tijd dat we extreme armoede moeten bestrijden” de komende vijf jaar bijna een miljard dollar nodig heeft voor drugsbeleid. Zo'n 800 miljoen dollar is vereist om 35.000 families die nu afhankelijk zijn van de verbouw van coca aan een ander bestaan te helpen en 38.000 hectare aan illegale plantages te vernietigen.

In ruil voor die inspanningen beloven de Westerse landen hun gebruikers van hun verslaving af te helpen. Chirac pleitte voor solidariteit met de verslaafden. “Zij moeten niet alleen maar de taal horen van misdaadbestrijding maar ook de taal van menselijke aandacht”.

Volgens waarnemers deed Chirac ook weer een subtiele aanval op het Nederlandse drugsbeleid. Hij waarschuwde voor vrijplaatsen voor drugssyndicaten. “De inspanningen van ons moeten niet worden gefrustreerd door de laksheid van bepaalde landen”, aldus de Franse president. Vervolgens waarschuwde hij degenen die “drugs trivialiseren”, zoals zij die “tolerant met soft drugs” omgaan. Dergelijke drugs mogen dan misschien niet fysiek verslavend werken, ze leiden tot psychische verslaving, aldus het Franse staatshoofd. “Het brengt gebruikers tot isolement, op de grens van delinquentie. Het brengt mensen langzaam maar zeker in een wereld van stilte en morele verwarring. Het opent de weg naar meer brutale vormen van afhankelijkheid”.

Actiegroepen die in New York pleiten voor een open discussie om een liberaler en minder repressief drugsbeleid uit te stippelen, reageren teleurgesteld op de toespraken. “Al tientallen jaren wordt er gewerkt met mislukte ideeën zoals verboden en het trainen van legers. De prijzen voor drugs dalen, het gebruik neemt toe, meer regeringen worden gecorrumpeerd. Nog meer uitgeven aan dit beleid zal geen beter resultaat opleveren”, zegt Ethan Nadelmann, directeur van het Lindesmith Center, de invloedrijkste actiegroep in New York.

Zijn instituut is verantwoordelijk voor een twee pagina grote advertentie gisteren in The New York Times. Daarin vragen 500 politici en wetenschappers - van ex-VN-chef Perez de Cuellar tot Andries van Agt - de VN om een alternatief drugsbeleid. “Zolang drugs illegaal blijven, zal er veel geld mee kunnen worden verdiend en dat is de kern van het probleem”, zegt Nadelmann. “Uw opvattingen klinken geheel logisch voor mij maar waarom is er geen enkele regeringsleider die hier zoiets zegt”, vroeg een Amerikaanse journaliste gisteren aan Nadelmann op een persconferentie. “Nederland en Zwitserland steunen ons maar veel landen durven op deze pep-rally niet voor hun mening uit te komen”.

    • Marcel Haenen