Vrijblijvend getetter

Het boetekleed dat Jaques Wallage vorige week tegenover mr. Arthur Docters van Leeuwen aantrok hield een flinke morele aanmoediging voor de voormalige 'super-PG' in. Vier maanden na diens val sprak Wallage voor een tv-camera alsnog zijn vertrouwen in Docters van Leeuwen uit en kwam hij terug van zijn eerdere steun aan het beleid van minister Sorgdrager.

Sinds de 'opstand' van het college van procureurs-generaal, die Docters van Leeuwen in februari de kop kostte, had Wallage zich afgevraagd (politiek jargon voor: was hij tot beter inzicht gekomen) of Sorgdrager de ministerraad wel juist had voorgelicht over de zogenaamde opstand van de procureurs-generaal tegen haar op donderdagavond 22 januari. Wellicht had de minister, aldus Wallage, de zaak te gekleurd voorgesteld tegenover de overige ministers (lees: premier Kok) en de voorzitter van het college van procureurs-generaal op lichtvaardige gronden de laan uitgestuurd.

Het gebeurt niet vaak dat een politicus van de eerste rang zichzelf in het openbaar corrigeert. Eigenlijk gaf Wallage voor de camera's van Zembla toe, dat hij te snel zijn steun aan het ontslag van Docters van Leeuwen had gegeven. Te oordelen naar zijn kritische kanttekeningen over Sorgdrager leek hij ook spijt te hebben van zijn instemming met het beleid dat de minister in de hele kwestie heeft gevoerd. Achteraf bezien erkent Wallage dat de waarheid in deze kwestie aan coalitiebelangen is opgeofferd. Uit wat Wallage nu zegt valt op te maken dat hij vindt dat de minister van Justitie de houding van de procureurs-generaal verkeerd heeft beoordeeld en overspannen heeft gereageerd op een opstand die au fond geen opstand was. Die eerlijkheid siert de politicus. Maar de vraag moet worden gesteld wat een boetekleed waard is als de drager er slechts in poseert op de televisie, maar het in de Tweede Kamer laat afweten - zowel tegenover de Sorgdrager als tegenover Docters van Leeuwen.

Het interpellatiedebat dat de Tweede Kamer vorige week over de ommezwaai van Wallage hield was niet veel meer meer dan een schertsvertoning. Van enig serieus debat was geen sprake. De regeringspartijen, met inbegrip van Wallage's PvdA, hielden zich op de vlakte en minister Sorgdrager had zich wegens bezigheden buitenslands laten vervangen door haar collega Dijkstal, die zijn vingers niet aan haar dossiers wenste te branden en alle lastige vragen uit de weg ging. Ook Wallage zelf liet het erbij zitten. Hoewel hij voor de VARA-televisie had verklaard dat Docters van Leeuwen wat hem betreft na de kabinetsformatie onder een nieuwe minister in zijn oude functie zou mogen terugkeren, deed hij er in de Kamer nagenoeg het zwijgen toe.

Het lag voor de hand dat Wallages opmerkingen op de televisie reacties van de oppositie zouden oproepen, want in het debat dat de Kamer in februari over het ontslag van Docters van Leeuwen voerde, had zijn fractie de minister op de belangrijkste punten ontzien, dan wel gesteund. Bij die gelegenheid had de PvdA met geen woord gezinspeeld op de rehabilitatie van Docters van Leeuwen en op diens eventuele ambtsherstel. Maar in Zembla hield Wallage weinig slagen om de arm. Hij zal die mogelijkheid, naar we mogen aannemen, niet à l'improviste onder ogen hebben gezien. Daar moet hij vooraf over hebben nagedacht. De zaak was immers al te ver gevorderd om nog door een interventie van de zijlijn te kunnen worden gekeerd. Bovendien was het beroep dat Docters van Leeuwen tegen zijn ontslag heeft ingesteld de commissie van beroep van het departement van Justitie al gepasseerd. Van een lichtzinnig motief om de kwestie op te rakelen kan dan ook geen sprake zijn geweest. Eerder van de behoefte van een politicus om zijn ziel te reinigen van de smetten van de coalitiediscipline. Wat Wallage nu weet, kan hem echter in februari niet onbekend zijn geweest. Een kind kon toen al zien dat Sorgdrager niet door een opstand van ambtenaren in moeilijkheden was gekomen, maar van de weg was geraakt doordat zij de macht over haar stuur verloor en niet meer in staat was haar kalmte te hervinden. De Kamermeerderheid had toen de moed moeten hebben de minister naar huis te sturen.

Maar in het Nederlandse parlement gaat het coalitiebelang, in het zicht van de verkiezingen, altijd boven alles. Elke parlementaire meerderheid onderwerpt zich aan dat belang, zelfs ten koste van haar politieke integriteit. Het had natuurlijk op de weg gelegen van D66, van oudsher de parlementaire waakhond van de staatkundige normen en waarden, om de minister van justitie tot heengaan te bewegen, maar bij gebreke van animo in de vriendenclub van Sorgdrager had die aandrang van de PvdA moeten uitgaan. Als zij het niet van de nieuwe fractievoorzitter Thom de Graaf had willen vergen om zo kort na zijn debuut het doodvonnis over een geestverwante minister uit te spreken, had Wallage dat in zijn plaats behoren te doen. Indien de PvdA-fractievoorzitter meent dat Docters van Leeuwen onder een nieuw kabinet in zijn oude functie mag terugkeren (“ik heb alle vertrouwen in de capaciteiten van de heer Docters van Leeuwen”), dan had hij in februari niet de super-PG moeten laten gaan, maar de minister moeten wegsturen. Maar als Wallage toen had gezegd wat hij nu zegt, zou hij niet alleen D66 maar ook zijn geestverwant premier Kok tegenover zich hebben gevonden. Volgens Wallage liet Kok zich door Sorgdrager een opstand op de mouw spelden, die het product was van de paniekstemming waaraan Sorgdrager ten prooi was gevallen.

Docters van Leeuwen kan bij de ambtenarenrechter wellicht zijn voordeel doen met de uitspraken van Wallage. In dat geval zou één man er baat bij hebben gehad. We zouden er allemaal mee geholpen zijn als bij de kabinetsformatie de afspraak wordt gemaakt dat politici geen uitspraken op de televisie meer doen zonder die in het parlement te herhalen. Het moet afgelopen zijn met het getetter van politici zonder enig gevolg voor de politiek.