Overdekt Velodrome moet baanrennen tot leven wekken

ROTTERDAM, 9 JUNI. De wielerbaan in Sloten zal nog deze zomer worden verbouwd tot het eerste overdekte wielerstadion van Nederland. Op 5 september zal het Velodrome Amsterdam in gebruik worden genomen. Het complex biedt plaats aan 2.600 toeschouwers.

Er zijn 1.600 zitplaatsen en 1.000 staanplaatsen op het middenterrein. Met de bouw van een overdekte wielerbaan, dat een investering van 6,5 miljoen gulden vergt, gaat een lang gekoesterde wens van de Nederlandse baanrenners in vervulling. Het stadsdeel Slotervaart/Overtoomse Veld wordt de enige aandeelhouder van de BV Velodrome.

Het is de bedoeling dat jaarlijks ten minste vier grote wielerevenementen op de baan in Amsterdam worden gehouden. Dit jaar zijn dat achtereenvolgens een aanval van Danny Stam en Robert Slippens op het Nederlandse uurrecord achter een derny (9 september), een mix van sport en amusement onder de naam Derny's en Hazes, de Grote Prijs Peter Post (op een nader vast te stellen dag in november) en de Grote Kerstprijs voor stayers (27 december). Dat laatste gebeurt naar Duits voorbeeld. In een uitverkochte Westfalenhal in Dortmund wordt al ruim veertig jaar elke tweede kerstdag een stayerswedstrijd achter motoren van bijna 1.000 cc gehouden. Verder staan in het Velodrome in het najaar de Internationale Grote Sprintersprijs, de NK koppelkoers en de NK derny op het programma.

De directie van het Velodrome zal de eerstkomende jaren worden gevormd door vertegenwoordigers van het sportadviesbureau Smulders Tilmans & Partners uit de hoofdstad. J. Timmermans van de BV Velodrome Amsterdam stelde gisteren vast dat het baanwielrennen in Nederland “min of meer dood is”. Hij voorziet echter een opleving van deze tak van wielrennen als gevolg van het afnemen van het aantal wegwedstrijden. “Het organiseren van wegwedstrijden wordt steeds moeilijker, bijvoorbeeld door belemmeringen die gemeenten opwerpen en politie die niet meer beschikbaar is om wedstrijden te begeleiden.”

Belangrijk pluspunt vergeleken bij het wielrennen op de weg is volgens Timmermans dat bij baanwedstrijden de renners vaker voorbij komen. In het verleden heeft het baanwielrennen echter steeds minder liefhebbers gelokt. Uit financiële overwegingen is gekozen voor een bescheiden opzet, met een geringe toeschouwerscapaciteit.

Belangrijkste financier is de lokale overheid. Het grootste deel van de 6,5 miljoen gulden die de overkapping kost, is afkomstig van de gemeente Amsterdam (1,5 miljoen), het stadsdeel Slotervaart/Overtoomse Veld (800.000 gulden) en het gemeentelijk leningfonds (2,7 miljoen). Het minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de sportkoepel NOC*NSF steken 250.000 gulden in het Velodrome, sponsor Amstel levert een bijdrage van een ton en de wielerunie (KNWU), die met het Velodrome een nationaal trainingscentrum krijgt, doneert 25.000 gulden.

De jaarlijkse exploitatie-kosten worden geschat op zes tot zeven ton. Inkomsten verwacht de BV Velodrome Amsterdam uit sponsoring, trainingen, recettes bij wedstrijden, horeca-omzet, het verkopen van individuele trainingskaarten en nevenactiviteiten zoals popconcerten voor een klein publiek. “We worden geen concurrent van de Arena”, zei Timmermans, die acht jaar lang directeur was van de Amsterdam Arena, tot een half jaar voor de opening van het stadion. Hij verwacht dat het Velodrome na twee of drie jaar een winstgevende onderneming zal zijn.