Naar Rotterdam terug

Breng mij naar Rotterdam terug. Een eeuw liedjes over de Maasstad en haar inwoners. Uitg. Donner Boeken. Prijs, inclusief 2 cd's, ƒ 39,90. ISBN 90 5255 079 4

Vrouw, geef me een peentje Ik weet niet waar je woont... Ik woon al op de Binnenweg Daar groeien de peentjes langs de weg Vrouw, geef me een peentje Ik weet niet waar je woont!

Veel oudere Rotterdammers kennen dit vrolijke refrein. Van het liedje waarvan het vermoedelijk ooit deel uitmaakte, is geen tekst meer bekend. Peter Blanker, de stadsbard van Rotterdam, heeft er vier coupletten bij gemaakt waarin het mysterie van deze echte Rotterdamse deun wordt bezongen. Het eindigt zoals het begon:

Waarom moest hij weten waar zij woonde. Om zo'n peen? Waar leidde toch dat rare Rotterdamse liedje heen? Maar daar kommen we nooit meer uit... Daarom zingen we tot besluit:...

'Vrouw, geef me een peentje', uitgevoerd door het ensemble Peter Blanker Consort en de vocaalgroep 'Vanouds de Rotterdamsche Zangkamer', is een van de aardigste opnamen op een cd met vijftien Rotterdamse liedjes, die hoort bij een bundel van honderd Rotterdamse liedjes en voordrachten. Met de publicatie van 'Breng mij naar Rotterdam terug' over een eeuw liedjes over de Maasstad en haar inwoners viert Donner Boeken, vanouds een Rotterdamse boekhandel, zijn tienjarige vestiging aan het Binnenwegplein. Bij de op fraai papier gedrukte bundel behoort nog een tweede cd, met historische opnamen van onder anderen J.H. Speenhoff ('Daar komen de schutters') en Maurice Dumas, troubadours die in de eerste decennia van deze eeuw in Rotterdam triomfen vierden. Het geruis van de 78-toeren platen is met behulp van computertechnieken onderdrukt.

Peter Blanken, die deze bundel over een eeuw kleinkunst samenstelde, rubriceerde de liedjes en voordrachten in twaalf hoofdstukken, zoals de havens en de zee, wijken en buurten, het bombardement, fameuze stadsgenoten als 'Ali Cyaankali, de gevaarlijkste vrouw van Rotterdam' en Erasmus ('laat je klauwen wapperen want dat boek is nou wel uit') en lof- en liefdesliederen.

Ook de keerzijde van het leven komt aan bod en die vertoont verrassend grote continuïteit. 'Een lange wandeling door onze straten is om den drommel niet een groot genot', heet het in een voordracht uit 1904 die op het repertoire van de acteur Nap de la Mar stond. 'Je breekt je hals in kuilen en in gaten. Je schoenen zijn in één maand kapot.'

Er is uiteraard de bekende nostalgie over de drie rosse uitgaans- centra die Rotterdam in die eeuw had: de Polder (met de beruchte Zandstraat), die plaats moest maken voor het stadhuis en het postkantoor, de Schiedamschedijk, die bij het bombardement in 1940 werd verwoest, en Katendrecht, dat in het Nieuwjaarscabaret in 1963 nog werd bezongen als de plek waar de zeeman nog fatsoenlijk terecht kon ('Een blik, een lach, een zoen, pas daarna komt de poen') voordat het werd gesaneerd tot een brave woonwijk.

De mooiste tekst blijft, ook in deze Rotterdamse bundel, die van Ketelbinkie, maar dat was ook meer een lied voor zeelui dan voor landrotten. Blanker noemt het nuchtere relaas over de ondergang van de kombuishulp van de zeeman-journalist Anton Beuving een 'monumentje voor slachtoffertjes van kinderarbeid', maar gelukkig zingt hij het niet politiek correct.

Aan de titel van het boek 'Breng mij naar Rotterdam terug' is een verhaal verbonden dat Peter Blanker graag vertelt. De beroemde cabaretier Louis Davids (1883, Rotterdam) schreef het lied in 1911 toen hij, samen met zijn al even bekende zuster Henriëtte (Heintje), in Engeland optrad. Hij stuurde het naar Rotterdam waar de humorist Albert Bol er direct groot succes mee had. In 1913 verhuisde Davids met zijn Engelse vriendin Margie Morris naar Amsterdam, weg van Rotterdam waar zijn wettige echtgenote, Betsy Kokernoot, woonde. In de hoofdstad herschreef hij zijn lied. Blaak en Calandplein werden vervangen door Amsterdamse namen en het nieuwe lied werd populair. Louis en Margie hadden trouwens ook nog een Engelse versie ('Bring me back to London town') van hun lied, dat dus - zo schrijft de bloemlezer enigszins dramatisch - 'na ruim tachtig jaar ballingschap in het verre Mokum weer thuis is'.

    • Jan Gerritsen