Millennium

Lees ik het woord 'millennium', dan moet ik vaak aan Hoogezand denken, het station van Hoogezand dat intussen is afgebroken en vervangen door een nieuw. De beslissing daartoe zag je ver van te voren aankomen, want het hoge, haveloze gebouw kreeg maar geen verfje, de dienstwoning stond leeg - de stationschef was allang vertrokken naar een premiewoning - en er stond niet eens een bord met 'Station moet blijven'. Dus op een dag is het gesloopt. Maar niet voor 1976, want toen stond het er nog.

Ik had mijn werk in Sappemeer. Ik woonde in Spier, onder de rook van de vuilverbranders in Wijster. Ik nam meestal de auto. Maar soms, als het mooi weer was, liep ik - een uur gaans - naar het station in Beilen. Stapte over in Groningen, nam de trein naar Sappemeer. Collega's achter het stuur zagen mij in de berm naar het werk lopen, boden mij de laatste tweehonderd meter nog een lift. Want dat gesjouw door het gras, met de papieren in de hand, vonden ze geen gezicht.

Ik werkte daar aan 'het grootste gasveld ter wereld' - iets waar ik nogal trots op was. Ik was verantwoordelijk voor de computerij ter plaatse en het werd dan ook mij persoonlijk aangerekend dat bij de jaarwisseling in 1975 het jaar niet wisselde. 'Een gelukkig 32 december!' werd mij op 2 januari toegeroepen. Nou ja, een nalatigheid die ik snel had gerepareerd.

We lezen bijna elke dag in de krant van het 'millenniumprobleem'. Daarmee is bedoeld dat als straks, over anderhalf jaar, de wijzers van de klok de 21ste eeuw in zullen draaien, veel computers van 1999 zullen terugvallen op 1900, omdat ze destijds zo slordig geprogrammeerd zijn. Omdat computers niet meer, zoals vroeger, op zichzelf staan, maar opgenomen zijn in netwerken, zo luidt de bange voorspelling, zou bij de eeuwwende de hele wereld wel 's op z'n kop kunnen komen te staan. We lezen ook dat onze leiders ons waarschuwen voor een ramp. Ze 'maken zich zorgen', 'zijn ernstig bezorgd'. Dat vinden ze heerlijk. Er wordt gesproken van 'miljarden', van 'wizzkids' die voortijdig van school moeten worden gehaald om de rampspoed te keren.

U begrijpt dat ik hier een beetje om lachen moet. Als je wilt weten of je huidige computersystemen op 1 januari 2000 ook werkelijk de datum 1 januari 2000 aangeven, moet je doen alsof het nu al 1 januari 2000 is. Als dat fout gaat, heb je nog anderhalf jaar om de foute instructies op te sporen en te corrigeren of, mocht dat niet lukken, de computer te vervangen door een nieuwe.

Het was 31 december 1976 - een jaar na mijn foutje. Ik had vrij, maar ik was toch even naar mijn werk gegaan. Het had gesneeuwd en ik ging te voet. In Beilen stapte ik op de trein, in Sappemeer stapte ik uit. Ik liep naar kantoor, trof daar voorbereidingen voor het nieuwe jaar. We draaiden de klok door tot na middernacht, we deden alsof het 1 januari was - en dat ging goed. De klok dacht ook dat het 1 januari 1977 was. En toen draaiden we de klok weer terug, want het was nog niet zo ver.

Het was drie uur en ik ging naar huis. De weg terug, naar het station, door de sneeuw, was zo romantisch dat ik doorliep naar het station in Hoogezand. Dat oude, negentiende-eeuwse station.

In de hoge, kale wachtkamer stond een kolenkachel die al jaren niet meer gebrand had. Het werd koud. Er kwam geen trein. Ik moest die avond per se in Amsterdam zijn. Ik ging naar het loket, om te horen dat er nog één trein ging - naar Groningen. Hij vertelde me dat ik in Groningen, met de trein naar Amsterdam, niet verder zou komen dan Zwolle. Vanwege Oudejaars- avond.

“Dat heb ik anders nergens gelezen”, zei ik scherp.

“Staat in het spoorboekje, meneer.”

Meer dan een uur moest ik wachten tot de trein kwam. Het was intussen gaan regenen. De wegen begonnen te spiegelen. In Groningen nam ik de trein naar Zwolle, ik stapte uit in Beilen.

Ik belde een taxi. Er reden geen taxi's.

En toen draaide de wereld zich een kwartslag om, als de schijf in een parkeermeter: buiten dienst. Alsof het millennium al uitgebroken was.

Toen kon ik gelukkig niet meer naar Amsterdam.