Handelaar verweert zich in zaak Bols

AMSTERDAM, 9 JUNI. Optiehandelaar Stanley M. heeft gisteren met veel cijfers en technische verhandelingen bij de rechtbank in Amsterdam aannemelijk proberen te maken dat hij in 1994 en 1995 niet met voorkennis heeft gehandeld in opties van het dranken- en voedingsmiddelenconcern BolsWessanen.

M. noemde de opgesomde feiten in de dagvaarding “selectief en eenzijdig”. Geconfronteerd met het oordeel van een technisch analist stelde hij vast dat “geen enkele deskundige de absolute waarheid in pacht heeft.” Ook ontkende hij iets gehoord te hebben uit het geruchtencircuit. “Wat is dat trouwens, het geruchtencircuit?”, kaatste hij de bal terug naar de rechters. De zaak draait om verdachte transacties in put-opties van dit beursfonds, waarmee M. en andere verdachten in 1994 en 1995 speculeerden op koersdalingen. Op 3 juli 1995 vond een explosieve handel in opties plaats, terwijl BolsWessanen een dag later met het bericht kwam met een verwachte winstdaling van 20 procent. Dit leidde tot een koersdaling waardoor kopers van de put-opties grote winst gemaakt zouden hebben. M. ontkende niet die dag fors te hebben gehandeld, maar zijn activiteiten zouden logisch zijn voortgevloeid uit een eerder uitgezette strategie. “Ik bouw gedurende langere tijd een positie op, maar de officier van justitie haalt daar een paar feitjes uit en rukt die uit hun verband.” Het voordeel dat hij op 3 juli 1995 behaalde noemde hij “een kwestie van grote mazzel”. (ANP)