'Eritrea moest wel in actie komen tegen Ethiopië'

Eritreërs koesteren na 30 jaar onafhankelijkheidsstrijd een diepgeworteld wantrouwen jegens Ethiopië. En verder zijn ze zeer strijdvaardig: “Ze zijn gek als ze denken met ons te kunnen dollen.”

ASMARA, 9 JUNI. De ambtenaren in het gebouwencomplex waar de Eritrese president Isayas Aferworki zetelt, rennen naar de ramen. Ze steken hun hoofden naar buiten en turen de hemel af. Zijn het Ethiopische of Eritrese gevechtsvliegtuigen in de lucht? Er volgen geen doffe klappen van inslaande bommen, waarna de ambtenaren gerustgesteld naar hun bureaus terugkeren.

“De Ethiopische bommenwerpers hebben ons nu twee dagen met rust gelaten”, zegt Yemane Gebre Meskel, woordvoerder van de president. “Maar laat je niet voor de gek houden. Er zullen grootschalige bombardementen volgen door de Ethiopiërs in de komende dagen. Ze gaan burgerdoelen bestoken in Asmara, ze hebben het openlijk aangekondigd.”

Wanneer de Ethiopiërs dit dreigement hebben geuit kan geen enkele Eritrese functionaris vertellen, maar voor hen is het een vaststaand feit.

De Eritreërs wassen hun handen in onschuld. Ethiopië is de serie bombardementen vrijdag begonnen. Eritrea viel niet eerst diezelfde ochtend de Noord-Ethiopische stad Makelle aan. “We bombardeerden Makelle als vergelding”, aldus Yemane. “Ons doelwit was de luchthaven daar. Het valt te betreuren dat daarbij burgerslachtoffers vielen. Maar waarom vielen ze eerst Asmara aan? Waarom proberen ze onze luchtmacht uit te schakelen? Ik dacht dat dit maar een klein grensconflict was! Heeft Ethiopië een geheime agenda?”

De Eritreërs stellen zich even strijdvaardig op als de Ethiopiërs. We accepteren geen dictaat, verklaren zowel ministers als burgers. “Ze zijn gek als ze denken met ons te kunnen dollen”, zegt een veteraan van de bevrijdingsstrijd terwijl hij in een café in de hoofdstad zijn cappuccino nuttigt. “We hebben ons bloed voor dit land geofferd en we laten ons grondgebied nu niet meer afnemen.”

De presidentiële woordvoerder Yemane noemt de Ethiopiërs niet oprecht. “Sinds begin dit jaar rollen ze onze grenzen op. Ze namen steeds meer van ons grondgebied in, ze vallen er de bevolking lastig en installeren in deze veroverde gebieden hun bestuur. We moesten wel in actie komen.”

Yemane legt een oude koloniale landkaart op tafel. Hierop staat de betwiste Yirga-driehoek afgebeeld als Eritrees grondgebied. Er bestaat daarom geen enkele twijfel over de koloniale grenzen, verkondigen de Eritreërs. Dan schuift Yemane een recente Ethiopische kaart ernaast. “Zie je, hier hebben ze de grenzen opeens verlegd en bevindt Yirga zich in Ethiopië. Deze landkaart publiceerden ze plotsklaps vorig jaar. Als Ethiopië de koloniale grenzen zou erkennen, is er geen enkel probleem”.

Eritrea verklaart zich nog steeds bereid te onderhandelen. Ook onderdelen van het Amerikaans-Rwandese vredesplan blijken aanvaardbaar. “We zijn bereid de omstreden gebieden te demilitariseren”, belooft minister van Financiën Gebreslassie Yosief. “We kunnen praten met de Ethiopiërs, maar wel in aanwezigheid van bemiddelaars, want we kunnen hen niet meer vertrouwen.”

Het valt niet moeilijk Eritreërs te laten praten over hun diepgewortelde wantrouwen jegens Ethiopië. De 30-jarige bevrijdingsstrijd tegen het regime in Addis Abeba heeft diepe en nog lang niet genezen wonden veroorzaakt. Dat er inmiddels een ander regime in Ethiopië aan de macht is, verandert daar weinig aan.

“Er bestaan nog steeds krachten in Ethiopië die onze onafhankelijkheid niet hebben geaccepteerd”, vertelt een hoge functionaris. “Sommige Ethiopiërs willen ons economisch wurgen om vervolgens ons land over te nemen. Wist je dat het radiostation van de Noord-Ethiopische provincie Tigre heeft opgeroepen tot de val van onze regering? Wat denken ze wel! Ja, we zijn een jong land maar niet zwak. Ze onderschatten ons.”

Een Eritrese minister die anoniem wil blijven noemt de Ethiopische politiek infantiel. Volgens hem neemt de Ethiopische premier, Meles Zenawi, grote risico's door driftig op de oorlogstrom te slaan. “Hij kan zijn militaire dreigementen tegen ons niet waarmaken”, meent hij. “Zijn leger is een puinhoop, slecht gemotiveerd en met slecht materieel. Waarom denk je dat we zoveel van hun gevechtsvliegtuigen uit de lucht hebben kunnen schieten? Om eerlijk te zijn: als we zouden willen kunnen we zo Tigre binnenlopen. Er staat geen serieus leger tegenover ons.”

Na al deze bravoure gaat de minister wat langzamer spreken. “Weten ze eigenlijk wel wat ze aandoen?”, zegt hij om zijn bedroefde gevoelens weer te geven. Tijdens de bevrijdingsoorlog terroriseerden Ethiopische bommenwerpers jarenlang de Eritrische bevolking. Duizenden burgers verloren hun leven.

“Realiseert Meles zich wel wat hij bij ons Eritreërs oproept door zijn bommenwerpers op ons af te sturen”, zegt de minister. “Het is onbegrijpelijk, dagelijks worden we nog geplaagd door nachtmerries uit het verleden en nu beginnen ze weer! Het is onmenselijk, zelfs in een oorlog is dit onredelijk. Waren het de Soedanezen geweest die ons bombardeerden, dan had ik niet geklaagd, maar de Ethiopiërs, nee. Ik kan het nog steeds niet geloven.”

Een afstandelijke opinie valt niet meer te vinden in de Eritrese hoofdstad Asmara. Hevige emoties bepalen de visies. Na lange discussies volgt er soms wel een diepe zucht van teleurstelling. “Dit is het ergste wat onze beide landen kon overkomen”, besluit de minister van Financiën, Gebreslassie Yosief. “Honderd jaar geleden kon je grensconflicten op deze wijze oplossen, maar nu is dat niet meer het geval.”

    • Koert Lindijer