De nieuwe farmacologie; Hoe informatietechnologie een revolutie heeft teweeggebracht in het genenonderzoek, de diagnostiek en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen

De grote farmaceutische bedrijven verwachten stuk voor stuk dat over vijf tot tien jaar de meeste nieuwe medicijnen zullen zijn gebaseerd op de genetica.

Nieuwe geneesmiddelen uit de biotechnologie zullen geen symptomenbestrijders meer zijn, zoals tegenwoordige bloeddrukpreparaten of cholesterolverlagers, maar zullen - als logisch vervolg op biotechnologische diagnostiek - vroeg ingrijpen in het ziekteproces. Dat vergt een totaal nieuwe farmacologie, die onder meer mogelijk wordt door het Human Genome Project, een in 1990 begonnen inspanning van het Amerikaanse ministerie van Energie en de National Institutes of Health om alle 80.000 genen van het menselijk DNA te ontrafelen en de drie miljard moleculen waaruit ze zijn opgebouwd te rangschikken. Van die 80.000 genen 'codeert' zo'n vijf procent voor het aanmaken van specifieke eiwitten die vervolgens aanzetten tot allerlei processen in het lichaam. De rest wordt gemakshalve junk DNA genoemd.

De zoektocht naar al dan niet 'gemankeerde' genen vergt andere inspanningen, dan wat binnen het farmaceutische onderzoek tot dusverre gebruikelijk was. Op grote schaal gaan belangrijke farmaceutische ondernemingen allianties aan met bedrijfjes die goed zijn op het gebied van informatietechnologie en gigantische databases - genenbibliotheken - opbouwen. Daaruit kan tegen betaling informatie worden gehaald. De biologie kende traditioneel de begrippen in vitro (de reageerbuis) en in vivo (het lichaam), daar is nu in silico (de chip) bij gekomen. Drie portretten van Amerikaanse bedrijfjes in een nieuwe branche.

    • Bram Pols