De methoden van Starr

HET GAAT ER NIET om of president Clinton iets heeft gehad met Monica Lewinsky en zo ja wat, maar of hij de waarheid heeft gesproken. Dat is de klassieke verdediging van de niet-aflatende aanval die de speciale aanklager Kenneth Starr heeft ingezet op het Witte Huis. Het onderzoek is bovendien bewilligd door minister van Justitie Janet Reno en gestempeld en gezegeld door een speciaal college van drie federale rechters.

Toch is er ook kritiek op het almaar voortslepende onderzoek van Starr, dat de aandacht van het Witte Huis voortdurend afleidt van het eigenlijke werk: regeren. Starr heeft in elk geval een prominente verdediger in de persoon van de voorzitter van de commissie voor justitie in de Senaat, Orrin G. Hatch. In maart nam deze het op voor de belaagde aanklager in een groot stuk op de opiniepagina van de New York Times.

Als men een onafhankelijke aanklager afmeet naar het aantal veroordelingen dat hij op zijn naam brengt, schreef de Republikeinse senator voor Utah, dan is Starr een van de meest effectieve aanklagers sinds deze speciale functie werd ingesteld. Hij heeft twaalfmaal een formele schuldbekentenis (guilty plea) en driemaal een rechterlijke veroordeling in de wacht gesleept. Dat mag wel veertig miljoen dollar kosten, vond Hatch.

De kosten in geld zijn echter niet het grote punt. Dat zijn de methoden van Starr. Deze ziet er niet tegenop moeder Lewinsky te laten getuigen tegen haar kind. En over dat kind vraagt hij bij de bibliotheek op welke boeken zij heeft geleend. Dat zijn methoden van de Inquisitie en een vrije Amerikaan onwaardig. Starr vindt verder dat Clintons lijfwachten van de Secret Service getuigenis moeten afleggen over hun waarnemingen in de privé-sfeer van hun baas. Met alle risico's van dien voor de effectiviteit van hun beschermende taak. De naoorlogse Amerikaanse geschiedenis leert dat de Verenigde Staten het zich niet kunnen veroorloven een loopje te nemen met de bescherming van hun presidenten. HET JONGSTE initiatief van speciale aanklager Starr is gericht tegen het beroepsgeheim van de advocaat. Hij wil dat de raadsman van Vincent Foster, de naaste medewerker van Clinton die zelfmoord pleegde, verklaringen aflegt over wat hij met zijn overleden cliënt heeft besproken. Starr erkent op zichzelf wel het belang van de vertrouwelijkheid van de conversaties tussen advocaat en cliënt. Hij meent echter dat daar minder zwaar aan dient te worden getild wanneer de cliënt, zoals Foster, overleden is. Alsof de wetenschap dat het geheim na overlijden verbroken kan worden niet evenzeer een verkillende werking op de relatie tussen raadsman en cliënt heeft.

De grondslag van het beroepsgeheim is niet het belang van de beroepsbeoefenaar en zelfs niet dat van de concrete cliënt. Grondslag is dat mensen in nood zich zonder vrees voor repercussies kunnen wenden tot hulpverleners. In zijn drift om Clinton te pakken, zet de speciale aanklager een belangrijk element van het maatschappelijk contract op het spel. Wat is het volgende doelwit van Starr? De arts van die arme Foster? Zijn dominee?