Cultuurminister (1)

De kunstwereld vraagt om een 'volwaardige' minister van Cultuur die in Europa 'met overtuiging en autoriteit' Nederlandse waarden uitdraagt (NRC Handelsblad, 22 mei). Het is waar dat een staatssecretaris geen deel uitmaakt van de regering. Deze wordt immers gevormd door staatshoofd en ministers. Toch is dat niet de reden voor het geringe gewicht van Nederland in de Europese politiek.

Er is een minister van Defensie. Die klaagt over gebrek aan 'slagkracht' en wil dat de minister-president het hele externe beleid (Defensie, Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Europese Zaken) coördineert. Er is ook een minister van Financiën. Toch ontbrak het hem, ook samen met zijn minister-president, aan 'overtuiging en autoriteit' om voor de Nederlandse ECB-kandidaat een achtjarig ambtstermijn te waarborgen.

Europa is een cultureel mozaïek. Willen daarin de kleinere bouwstenen niet door de grotere aan het oog worden onttrokken, dan zullen zij zich gezamenlijk moeten manifesteren. Het gaat niet alleen om de Nederlandse maar ook om - onder meer - de Griekse, Portugese, Ierse en Deense cultuur. Binnenkort volgen de Estse, Tsjechische en Sloweense en, op iets langere termijn, de Servische en Kroatische en andere Balkanculturen. Al deze kleinere staten moeten zich samen sterk maken voor een multicultureel Europa. Nu hebben de grotere staten nog het initiatief. Op 25 mei gaven in Parijs de Franse, Duitse, Britse en Italiaanse ministers van Onderwijs een verklaring uit over espace universitaire Européen (term naar analogie van de Europese Economische Ruimte). Daarin zal, dankzij wederzijds erkende studiepunten, elke Europeaan zijn leven lang en in zijn eigen tempo aan alle Europese universiteiten kunnen studeren. Welnu, geen betere manier om toekomstige buitenlandse bewindslieden van de Nederlandse waarden te doordringen dan ze hier onderwijs te geven.

    • Mr. R. Misset