Zege op Roland Garros is ook overwinning voor tennisacademie Barcelona; Moya de sterkste in Spaanse broederstrijd

PARIJS, 8 JUNI. De verliezer waande zich bij voorbaat winnaar, omdat hij met zijn beste vriend de afspraak van zijn leven had op het court central van Roland Garros. Met een glimlach omhelsde Alex Corretja gisteren de nieuwe kampioen Carlos Moya na een kleurloze partij van drie sets (6-3, 7-5 en 6-3), die pas leuk werd toen de twee Spaanse tennissers op het podium gingen voetballen met eregast Pelé. Alleen met een voetbal leek Corretja behendiger dan zijn landgenoot. “Wellicht dat bondscoach Vicente me nog nodig heeft voor het WK voetbal”, grapte Corretja.

Wanneer de Spaanse voetballers in Frankrijk dezelfde teamgeest etaleren als hun tennissende collega's moeten ze als een serieuze kanshebber op de wereldtitel worden beschouwd. Net als vier jaar geleden, toen Sergi Bruguera zijn landgenoot Alberto Berasategui versloeg en Arantxa Sanchez-Vicario de titel bij de vrouwen ophaalde, profiteerde het Spaanse tennis optimaal van zijn uitgekiende opleidingssysteem. De Nederlandse bondscoach Michiel Schapers toonde zich vorig jaar al jaloers op de uitgebalanceerde structuur in Spanje, waar uit zeventien regionale centra de toptalenten worden gerecruteerd voor de tennisacademie in Barcelona.

Het Spaanse talent groeit dus met elkaar op en spiegelt zich tegelijkertijd aan andermans succes. Als puber van 16 jaar zag Carlos Moya vijf jaar geleden de laatste set van de opwindende finale tussen Jim Courier en Sergi Bruguera. “Toen schoot het voor het eerst door me heen hoe mooi het was te winnen op Roland Garros. Ik zag Sergi winnen van de toenmalige nummer 1 van de wereld en ik wilde dolgraag met hem ruilen. Nu verlaat ik Parijs als de winnaar en ik kan het nauwelijks geloven.”

Het duurde vier jaar voor Moya zijn fysiek en geestelijk versleten voorbeeld heeft kunnen opvolgen. Maar Corretja had er dit jaar geen moment aan getwijfeld dat een Spanjaard in Parijs zou zegevieren. Met 19 deelnemers moest Spanje toch eens een winnaar produceren? “De onderlinge solidariteit heeft de basis gelegd voor ons succes”, sprak Corretja, filosofisch. Ook hij waande zich een beetje winnaar na een finale die geen moment echt tot leven kwam. Daarvoor miste de klassieke gravelspecialist de wapens om de messcherpe forehand in het aanvallende spel van Moya te neutraliseren.

Het onderlinge respect vertaalde zich dus in een oprechte omhelzing en hoe schrijnend was het contrast met het tafereel, al bijna twee weken geleden op een buitenbaan van Roland Garros. John van Lottum bereikte eindelijk de top-100 na een zwaarbevochten zege op Jan Siemerink en er kon nauwelijks een slap handje van af bij de verliezer. Droogjes verklaarde Siemerink vervolgens dat het hem geen barst kon schelen dat hij tegen een landgenoot had gespeeld. Het Nederlandse tennis bestaat nu eenmaal uit enkele, goed florerende BV'tjes die zich niet bekommeren om de rest.

Mede daarom dreigt het Nederlandse tennis binnenkort terug te keren naar de anonimiteit van de jaren tachtig, toen alleen Schapers en de jonge Brenda Schultz aan de grandslamtoernooien deelnamen. Bij de vrouwen lijkt de kloof met de wereldtop al bijna onoverbrugbaar. Het was een veeg teken dat het nu al bejubelde talentje Michelle Gerards uit Limburg niet eens door de kwalificaties voor het juniorentoernooi heen kwam. En zij was nota bene de enige deelnemer, want in die leeftijdscategorie heeft Nederland nauwelijks tennissers met enige bagage.

Hoe anders ligt dat in de Spaanse enclave, waar de drie halve finalisten Corretja, Moya en Mantilla elkaar van kinds af aan inspireerden tot topprestaties. Ook tijdens Roland Garros gingen de Spanjaarden gezellig met elkaar op stap, likten gezamenlijk aan een ijsje en leefden zich uit in videospelletjes. Wat was daar nou zo vreemd aan, vroeg Corretja zich verwonderd af. “Ik heb het al zwaar genoeg op toernooien, waar ik word omringd door concurrenten die mij willen verslaan. Dan is het wel zo prettig dat daar nog enkele vrienden tussen lopen die zich over mij ontfermen als ik me rot voel.”

En dus genoot Corretja gisteren van de wave door het stade Roland Garros, al kwam die tevens voort uit de verveling bij het publiek. Maar Moya voorkwam in elk geval een dodelijk saaie marathon en bewees wederom dat hij momenteel de meest complete Spaanse tennisser is. De ironie wilde dat Moya het gravel als zijn minste ondergrond beschouwde. Hij durft echter initiatief te nemen vanaf de baseline, beschikt over een knallende forehand en een uitstekende service.

Dankzij zijn eerste grandslamtitel steeg Moya van 12 naar 5 op de ATP-ranking. Die positie bezette hij al eerder. Maar hoe nu verder? “Wellicht ben ik wel de nummer 1 als ik Wimbledon win”, grapte Moya. Hij weet wel beter, want op gras voelen alleen de Spaanse voetballers zich thuis. Desondanks is de 21-jarige speler uit Mallorca nu al een voorbeeld voor al die kinderen die mogen trainen op La Salut, de beroemde tennisclub in Barcelona. Manuel Santana, de winnaar op Roland Garros in 1961 en '64, Andres Gimeno (1972) en Sergi Bruguera waren typische gravelspecialisten.

Moya beheerst uiteraard ook het klassieke repertoire voor gemalen baksteen - hoe geniepig waren zijn dropshots! - maar hij heeft tevens een powergame ontwikkeld waarin ruimte is voor exercities naar het net. Dankzij Carlos Moya, vorig jaar reeds finalist op het rebound ace van de Australian Open, is de banvloek opgeheven dat Spaanse tennissers alleen schitteren op gravel. Al was het logisch dat de winnaar van het graveltoernooi in Monte Carlo na zijn winst op Marcelo Rios zijn droom zou realiseren op Roland Garros.