Vondels verzen stromen nog prachtig

Voorstelling: Leeuwendalers/Een Vondelcommentaar van Joost van den Vondel/Marcel Otten door Het Toneel Speelt. Decor en kostuums: Reinier Twebeeke; kostuums: Rien Bekkers; regie: Hans Croiset; spelers: Marcel Hensema, Alice Reys, Gees Linnebank e.v.a Gezien 6/6 Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl. (020) 523 77 67.

In aanwezigheid van Hare Majesteit de Koningin ging afgelopen zaterdag in de Amsterdamse Stadsschouwburg Leeuwendalers van Joost van den Vondel in première. De voorstelling, uitgevoerd door Het Toneel Speelt, beleefde het afgelopen weekeinde drie uitvoeringen, onder gastheerschap van Het Nationaal Comité Vrede van Munster.

Vondel schreef Leeuwendalers in 1647, een jaar voordat de Vrede van Munster een feit werd. Alles in dit barokke, speelse stuk draait dan ook om het begrip 'vrede', in de meest uiteenlopende betekenissen van het woord. Landsvrede, vrede tussen geliefden, zelfs vrede als gemoedsrust.

Het conflict in het stuk - als er al een werkelijk conflict is - draait om de tegenstelling tussen een fictief Noord en een fictief Zuid. De twee adoptieve kinderen, een zoon en dochter, van de heersende, alweer fictieve, graven mogen elkaar aanvankelijk niet huwen - maar door een speling van het lot uiteindelijk wel.

Het is een wat drakerig, barok verhaal dat hoe dan ook intrigeert. Vondel blijft een groot toneelschrijver. Marcel Otten noemt zijn bewerking een 'commentaar', geheel in de traditie van Heiner Müller, die Shakespeare onder handen nam. Ottens commentaar is een actualisering, zowel stilistisch als inhoudelijk. Er staan verwijzingen naar de supermarkt in, en ook opmerkingen over de op handen zijnde Europese eenwording. Het maakte de uitvoering fris en levendig, maar werkelijk noodzakelijk was het niet. Vondel geeft de toeschouwer voldoende ruimte zelf zijn visie te bepalen. Bovendien onttrok Vondel zich in Leeuwendalers aan elke actualiteit. Hij wilde de vrede bezingen.

Hans Croiset, die intussen een respectabele Vondel-traditie op zijn naam heeft staan, regisseerde Leeuwendalers met een grote mate van abstractie. De bomen in een pastoraal bos waren groene stroken, neerdalend uit het toneelhuis in een picturale belichting van Reinier Tweebeeke. Schilderkunst speelde überhaupt een belangrijke rol. Befaamde zeventiende-eeuwse schilderstukken als De Nachtwacht en schutterstukken van Frans Hals werden eerst in een tableau vivant geïmiteerd en vervolgens kwamen zij tot leven. De volmaakt historische kostumering van Rien Bekkers zorgde ervoor dat het tijdsverschil van enkele eeuwen moeiteloos werd overbrugd.

De acteurs speelden strikt in de retorische traditie. Volop heftige gebarentaal, dramatische dictie, het spel groter dan groot. Gees Linnenbank kon hiermee uitstekend uit de voeten, hij wist zelfs de befaamde openingsregels van de Gysbregt van Aemstel (Wie zich ten langen leste/ erbarremt over mij en mijn benauwde veste') weer nieuw leven in te blazen. Jules Croiset zette een wildeman neer, zoals we die kennen uit de handboeken voor toneel. Zoiets puur 'historisch' zie je zelden. Cox Habbema, die een cruciale rol vertegenwoordigde als de oude min, was wel erg lijzig op de manier van een non. Haar rol verdiende meer temperament.

Croiset noemt deze versie een 'gelegenheidsuitvoering'. Dat mag zo zijn, ik vind dat slechts drie uitvoeringen onrecht doen aan zowel het stuk als de voorstelling. De verzen van Vondel stroomden prachtig en er was geen sprake van de beruchte dreun der alexandrijnen.