Voetbal was niks, tot ik verliefd werd

Ik zat op de middelbare school. Als ik in die tijd ergens niets mee had, was het voetbal. Maar ja, ik werd verliefd. En hij voetbalde. Wat doe je dan? Dan ga je kijken.

Dat deed ik zo'n twee jaar lang, soms ook naar de training. Dan waren er altijd mensen bezig met het clubblaadje. Stencillen, adresseren, dat soort dingen. Op een gegeven moment hadden ze wat hulp nodig. Zo ben ik er ingerold.

Samen met m'n vriend - ja, hij is nu m'n echtgenoot - ging ik ook een jeugdelftal leiden. Toen hij een bestuursfunctie kreeg, ging ik dat alleen doen. Ouders vonden dat wel vreemd. Vroegen ze bijvoorbeeld of ik wel verstand van voetballen had. De jongens zelf vonden het de normaalste zaak van de wereld. Als ze zich in de kleedkamer stonden te verkleden, zeiden ze vaak tegen mij: 'Marna, doe de deur eens dicht. Er lopen vrouwen buiten.'

Bij de D'tjs was ik ook grensrechter. Later ben ik ook bij de senioren gaan vlaggen. In het begin kwam daar veel commentaar op. Soms van de scheidsrechter, in de trant van: 'Mevrouw, zou u dat nou wel doen.' Of van tegenstanders die het veld niet inwilden toen ze hoorden dat de grens van Quick een vrouw was. Ach, dat was twintig jaar geleden. Toen was voetbal natuurlijk veel meer een mannenwereld dan nu.

Tegenwoordig zit ik in het jeugdbestuur, ik coördineer de E'tjes en de F'jes. Daarnaast draai ik zo nu en dan bardiensten en houd ik op zondag de scores bij van het cricketteam. Alles bij elkaar ben ik per week heel wat uurtjes op de club. Daardoor neem ik soms ook thuis de telefoon op met: 'Met het clubhuis van Quick, met Marna.'