Verplichte Cito-toets omstreden

Staatssecretaris Netelenbos wil dat alle ruim 7500 basisscholen de Cito-test gaan afnemen. Critici vrezen dat ouders gewapend met die gegevens van school naar school zullen trekken.

ROTTERDAM, 8 JUNI. Voor Rotterdamse ouders belooft er een wereld open te gaan. Als basisscholen voortaan de Cito- of een vergelijkbare eindtoets moeten afnemen in de hoogste klas, zoals staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) schrijft in een brief aan de Tweede Kamer, zal ook Rotterdam aan de Cito-toets moeten geloven.

Voor het eerst zal 95 procent van de ouders in die stad kunnen zien hoe hun 12-jarige kind op de Cito-toets 'scoort' en kunnen beoordelen of ze bijvoorbeeld het Havoadvies van de leraar kunnen onderschrijven.

Landelijk maakt zeventig procent van de ruim 7.500 basisscholen gebruik van de Cito-eindtoets, tegen vijf procent van de 200 Rotterdamse basisscholen. De overige 190 scholen in Rotterdam beoordelen wat 12-jarigen weten en kunnen aan de hand van de zogeheten entreetoets, die daar niet geschikt voor is. De entreetoets is door het Cito ontwikkeld om hiaten in de kennis op te sporen van 11-jarigen aan het begin van de hoogste klas, zodat de leraar weet waaraan hij aandacht moet besteden. De entreetoets kost vier gulden per leerling, de Cito-eindtoets 21 gulden. De entreetoets gaat zeven jaar mee, terwijl de eindtoets elk jaar moet worden vernieuwd.

Verplichte invoering van de Cito-toets is omstreden. Montessori- en Vrije scholen vinden de toets te beperkt. Ook de schoolbesturen zeggen in een reactie ervoor te vrezen dat basisscholen hun leerlingen alleen nog zullen klaarstomen voor de Cito-toets. Wat zegt immers een goed Cito-cijfer over de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind?, zo is de redenering.

Andere scholen vinden de toets eenvoudig te duur. Maar de behoefte van de overheid en ouders aan objectieve, vergelijkbare cijfers over de prestaties van scholen neemt toe. Zo moeten gemeenten vanaf 1 augustus bijhouden of basis- en middelbare scholen onderwijsachterstanden van leerlingen effectief bestrijden en veel ouders willen, voorzien van de nodige informatie, op zoek gaan naar een goede school. Openbare publicatie van Cito-resultaten per school in een soort consumentengids per regio, zoals de fracties van VVD- en D66 in de Tweede Kamer willen, is politiek nog niet haalbaar. Netelenbos (PvdA), het CDA en GroenLinks vrezen dat basisscholen dan worden afgerekend op 'kille' cijfers die volgens deze partijen weinig zeggen over de kwaliteit van een school. Zo zou het voor een school met kinderen van hoogopgeleide ouders gemakkelijker zijn om hoge Cito-cijfers te halen dan voor een school waar de betrokken ouders analfabeet zijn. Ook zijn ze bang dat scholen verstrikt raken in een concurrentiestrijd.

Van middelbare scholen worden al wel vanaf september onder andere de eindexamen- en uitvalcijfers gepubliceerd in de 'kwaliteitskaart' die Netelenbos vanmiddag presenteert. Met die gegevens kunnen ouders vanaf volgend schooljaar een redelijk geïnformeerde schoolkeuze maken.

Toch nemen de kansen van nieuwsgierige ouders toe om ook aan Cito-cijfers te komen. Volgens het plan van Netelenbos moeten basisscholen hun Cito-resultaten vanaf het jaar 2000 overhandigen aan de gemeente. Op grond van die gegevens kan de gemeente dan beoordelen of scholen wel effectief onderwijsachterstanden bestrijden. Het rijk kan vervolgens bekijken of gemeenten voldoende ondernemen tegen onderwijsachterstanden. Volgens juristen kunnen ouders via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) proberen om aan die gegevens te komen. Na een beroep op de WOB kreeg het dagblad Trouw vorig jaar de beschikking over de examencijfers van middelbare scholen.

Tot nu toe krijgen ouders hooguit de Cito-resultaten van de school waar zij hun kleuter inschrijven, als de school al gebruik maakt van de Cito-toets. In de praktijk weigeren veel scholen echter toetscijfers vrij te geven. Een aantal Montessorischolen weigerde dat onlangs tegenover het Amsterdamse gemeentebestuur. Zij hadden in 1997 voor het eerst gebruikt gemaakt van een toets, de zogeheten Malt-toets, die na een jaar is opgeheven omdat hij niet vergelijkbaar bleek met de Cito-toets. In de rechtszaak van de familie Schaapman tegen het gemeentebestuur wilde wethouder Van der Aa (onderwijs) de resultaten van de Malt-toets onderling vergelijken. Omdat de scholen die niet wilden leveren, mislukte die poging.

    • Frederiek Weeda