Vancouver wil radicale aanpak drugsgebruik

De Oost-Canadese stad Vancouver kampt met een omvangrijk aantal problematische harddrugsgebruikers. Een groeiend aantal mensen wil de drugs gratis gaan verstrekken.

VANCOUVER, 8 JUNI. Natasha, een kauwgom-kauwende jonge vrouw, wisselt in de wachtkamer ervaringen uit met een van haar mede-patiënten. “Pijnlijk”, luidt haar meewarige antwoord op de vraag hoe ze zich voelt na een maandenlange afkick-procedure van heroïne en cocaïne. Maar met enige trots voegt ze eraan toe dat ze inmiddels tien dagen af is van methadon, een heroïnevervanger die haar is verstrekt door dokter Stanley de Vlaming.

De wachtkamer van De Vlaming in Vancouver wijkt drastisch af van de gemiddelde huisartsenpraktijk in Canada. Zijn kliniek aan Blood Alley, in het oostelijk deel van het oude centrum van de stad, is een toevluchtsoord voor drugsverslaafden. Ze lopen er binnen, zonder afspraak, in vuile trainingspakken en met ongekamde haren. Een vrouw van een jaar of dertig hangt versuft onderuit op een oude leren bank. Voor de deur ligt iemand wezenloos op de trap.

De Vlaming is een van de weinige artsen die praktijk voeren in de zogeheten Downtown Eastside van Vancouver. Tevens is hij een van de weinige medici die het tij proberen te keren van het overweldigende drugsprobleem in de wijk, een van de ernstigste in Noord-Amerika. Onlangs is dat probleem, dat gepaard gaat aan een epidemie van het HIV-virus, officieel uitgeroepen tot een 'noodsituatie voor de volksgezondheid'. Het debat over oplossingen wordt gedomineerd door een roep om het drugsgebruik niet langer justitieel aan te pakken en het medisch verstrekken van harddrugs.

“Ik voel me gefrustreerd,” zegt De Vlaming, een Canadese arts van Nederlandse afkomst, tussen twee bezoeken van patiënten door. De Vlaming is een van de felste tegenstanders van het gedogen van drugsgebruik. Volgens hem zou dat een allerlaatste 'noodgreep' moeten zijn, waarvoor het nog veel te vroeg is. Als voorbeeld van een “juiste aanpak” van het verslavingsprobleem wijst De Vlaming op het succesvolle afkicken door Natasha. “Maar naar mij wordt niet geluisterd”, zegt hij.

De meeste van de acht- tot tienduizend verslaafden in de Downtown Eastside zijn er slechter aan toe dan Natasha. Ze wonen op straat of in vervallen hotels, die direct worden betaald door de bijstandsinstanties. Om de hoek van Blood Alley ligt het centrum van wat wel 'het oorlogsgebied' wordt genoemd: vijf bij acht straten waar honderden verslaafden zitten, hangen, dealen en spuiten op klaarlichte dag, te midden van het verkeer van Vancouver, dichtgetimmerde ramen en pandjeshuizen.

“Ik kan maar niet geloven dat dit deel van de stad echt in Canada is”, zegt Norman Edwards, een hulpverlener die aan Blood Alley gratis koffie en donuts verschaft aan hongerige verslaafden. “Het lijkt hier meer op een Derde-Wereldland.” Elke maand, vertelt Edwards, maken de gebruikers hun uitkering in twee of drie dagen op aan drugs - het maandelijkse Mardi Gras van de Downtown Eastside, wanneer iedereen tegelijk aan de heroïne en cocaïne is. “Daarna zitten ze voor de rest van de maand zonder geld, en onderhouden ze hun verslaving met kleine criminaliteit.”

De overvloed aan drugs in Vancouver is volgens Edwards te wijten aan de afwezigheid van een havenpolitie, een gevolg van het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Verenigde Staten. Maar omdat de Amerikaanse havensteden er nog wèl een havenpolitie op na houden, sturen drugsbaronnen uit vooral Azië hun waar volgens Edwards bij voorkeur “naar dom Couverdorp, waar geen politie is.” Wegens het milde klimaat en de overvloed aan goedkope cocaïne, is Vancouver een magneet geworden voor verslaafden uit heel Canada en uit de VS.

Sinds het begin van de jaren negentig 'doen' de meeste druggebruikers er een mengeling van heroïne en cocaïne. Allemaal met injectienaalden, want bij snuiven gaat te veel verloren. In tegenstelling tot heroïne, waarvan een shot een uur of acht 'goed' blijft, is van de cocaïne een groot aantal toedieningen nodig om high te blijven: wel vijftien tot twintig per dag, vaak onophoudelijk voor een paar dagen, totdat de gebruiker in slaap valt of overlijdt. Vorig jaar stierf in Vancouver gemiddeld bijna elke dag een verslaafde aan een overdosis.

Vancouver heeft de grootste georganiseerde omruil van injectienaalden in Noord-Amerika - vorig jaar werden ruim 2,5 miljoen steriele naalden omgeruild voor gebruikte. Desondanks grijpt veertig procent van verslaafden nog steeds regelmatig naar gebruikte naalden. In Downtown Eastside woedt dan ook een epidemie van het HIV-virus, de veroorzaker van AIDS. Volgens onderzoeker Steffanie Strathdee is een kwart van de verslaafden besmet. Van de honderd onbesmette gebruikers lopen binnen een jaar twintig het virus op (in Amsterdam is dat vier op de honderd).

In reactie is een aantal bepleiters opgestaan van een radicale aanpak van het verslavingsprobleem. Gil Puder, een politieagent die jarenlang dienst heeft gedaan in de Downtown Eastside, is een van de bekendste voorvechters. Spuiten onder dokterstoezicht, naar Zwitsers voorbeeld, zou criminaliteit en HIV-besmetting moeten terugdringen.

“De war on drugs is een mislukking”, zegt Puder. De harde aanpak van verslaafden naar Amerikaans model is volgens hem “propaganda voor politici”. Bovendien werkt het volgens hem averechts. “We maken het probleem erger door verslaafden in het criminele circuit te drijven. We kunnen ze veel beter in klinieken stoppen en helpen met afkicken.” Dit zou kunnen worden bekostigd met besparingen op politie- en justitiekosten.

Puder heeft bijval gekregen van onder meer de hoogste lijkschouwer in Vancouver, een invloedrijke rechtse denk-tank en een politiebaas. Medische verstrekking van harddrugs is bespreekbaar voor de minister van Justitie van de Canadese deelstaat British Columbia, Ujjal Dosanjh. De Canadese minister van Volksgezondheid, Allan Rock, heeft de politiek gevoelige kwestie tot nog toe links laten liggen. Zijn goedkeuring is nodig voor een experiment.

De Vlaming vindt de plannen echter niet goed doordacht. Het fundamentele verschil tussen heroïne en cocaïne wordt volgens hem over het hoofd wordt gezien. “Verstrekking van cocaïne is krankzinning”, zegt hij. “Hoeveel cocaïne zou ik een patiënt moeten voorschrijven? Een kruiwagen vol? Er is nooit genoeg cocaïne voor iemand die aan een binge bezig is. Zo werkt het gewoon niet.” Ook het plan het gebruik formeel te gedogen laat hem koud. “De politie kijkt al lang de andere kant op. In feite hebben we al jaren een gedoogdbeleid in Vancouver.”