Te veel nitraat baart ook boeren zorgen

Het ondiepe grondwater bevat op tal van droge zandgronden te veel nitraat, en het gevaar bestaat dat ook het dieper gelegen grondwater daarmee te maken krijgt.

GRAVE, 8 JUNI. Harrie Opsteegh is medeschuldig aan de vervuiling van het grondwater met nitraat. Daar windt de melkveehouder uit het kerkdorp Velp bij het Noord-Brabantse stadje Grave ook geen doekjes om.

Maar of het uit de mest naar het ondiepe grondwater uitgespoelde nitraat veel of weinig onder zijn 25 hectare grasland voorkomt, weet Opsteegh in het geheel niet. “Daar ontbreekt een meetmethode per bedrijf voor. Was die er wel, dan wist ik ten minste waar ik aan toe was”, zegt hij aan de keukentafel van zijn hoeve De Zomerdam. Hij weet hij dus ook niet of er in dat grondwater meer of veel meer nitraat zit dan volgens de richtlijn van de Europese Gemeenschap is toegestaan.

Volgens die richtl ijn mag er in het grondwater niet meer dan 50 milligram nitraat per liter zitten. Nederland voldoet daaraan bij lange na niet. Milieuorganisaties vinden dat zo ernstig dat ze in maart van dit jaar de staat voor de rechter hebben gedaagd. Een van deze organisaties is het Waterpakt, een samenwerkingsverband van de Waddenvereniging, de werkgroep Noordzee, de vereniging Behoud IJsselmeer en de stichting Reinwater. Beleidsmedewerker Jan de Wit: “Nederland kent door de aanwezigheid van veel vee op de zandgronden - het gaat om 250.000 hectare, ofwel tien procent van het totale landbouwareaal - de slechtste uitgangspositie van alle lidstaten, maar het heeft zich ook de slechtste leerling van de klas getoond. Denemarken had in het midden van de jaren '80 net zo'n positie maar heeft zich door ingrijpende maatregelen van dat odium kunnen bevrijden.”

De hinderlijkste bestanddelen van mest zijn fosfor en stikstof. Een deel van de stikstof komt als ammoniak in de lucht. Een ander deel komt, gebonden in nitraat, in de grond terecht. Omdat de droge zandgronden te weinig capaciteit hebben om het te denitrificeren, sijpelt het met het regenwater als nitraat (NO ) in het grondwater. In circa 75 procent van de waarnemingen op 120 meetpunten in Noord-Brabant is in het bovenste grondwater een overschrijding van de EG-nitraatrichtlijn vastgesteld. Bij metingen in de Peel werd zelfs bijna 200 milligram per liter aangetroffen. Dat staat in het Milieuverslag van de provincie over 1996, het laatste dat voorhanden is. Te veel nitraat leidt tot de groei van algen. Het duidelijkst is dat te zien aan de 'groene soep' die zich op water vormt, al is fosfaat, dat ook in mest zit, daar medeschuldig aan. Volgens het Waterpakt “is in veel wateren het evenwicht volledig zoek en komen allerlei planten en diersoorten niet meer voor”. Maar het kan ook ernstige gevolgen hebben voor degenen die het vervuilde water drinken en dat zijn op dit moment vooral de mensen die zelf putten hebben geslagen. Ook bladgroenten zoals sla kunnen te veel nitraat bevatten. Nitraat wordt in het lichaam namelijk omgezet in nitriet en in nitrosaminen en kan, vooral bij baby's die flesvoeding krijgen, het zuurstoftransport in het lichaam belemmeren. Nitrosaminen kunnen het erfelijk materiaal beschadigen en zo kanker veroorzaken. Volgens onderzoek van de Universiteit Maastricht kan het gebruik van nitraatrijk drinkwater krop veroorzaken, een vergroting van de schildklier.

Het probleem is dus ernstig en kan nog veel ernstiger worden als het nitraat na verloop van tijd in het diepere grondwater terechtkomt. Daaruit halen veel waterleidingmaatschappijen hun water. “Wij halen het drinkwater op een diepte van 200 tot 300 meter, dus problemen hebben we nu nog niet. Maar bij ongewijzigd beleid komen die er ongetwijfeld en gaat het ons vele miljoenen guldens kosten om het spul eruit te halen”, aldus een woordvoerder van de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant. Vandaar dat melkveehouder Opsteegh en duizenden rundveehouders op de zogenoemde droge zandgronden, die voornamelijk liggen in het zuiden en het oosten van Nederland, een vermindering van het aantal zogenoemde grootvee-eenheden (gve), zeg maar koeien, tot twee per hectare boven het hoofd hangt.

Zo stond het althans vlak voor de Kamerverkiezingen in een brief die minister De Boer (Milieubeheer) aan de Tweede Kamer had willen sturen. De minister ziet zich genoodzaakt een aanvullend stikstofbeleid te voeren om de EGnitraatrichtlijn te kunnen halen. Maar de brief werd niet verzonden. Haar collega van Landbouw, Van Aartsen, weigerde er zijn handtekening onder weigerde, omdat de inhoud ervan heel ingrijpend is voor de sector. “De minister wil op deze manier zijn waardering ervoor uitspreken dat de sector zelf mee wil denken aan oplossingen. Dat maak je ook wel eens anders mee”, aldus de woorvoerder van Van Aartsen.

Dat wil overigens allerminst zeggen dat de rundveeboeren nu rustig kunnen gaan slapen. “Minister De Boer”, zegt een woordvoerder van haar departement, “vindt de kwestie zo belangrijk dat ze er op staat dat ze in de kabinetsformatie een rol speelt.” Voor dat beleid is veel geld nodig; gesproken wordt van minimaal 400 miljoen gulden.

Als de plannen van minister De Boer doorgaan, verwacht boer Opsteegh dat Nederland op den duur nauwelijks meer een rundveehouderij zal overhouden. “Dan kun je na de herstructurering in de varkenssector spreken over een tweede herstructurering die de agrarische stand op korte termijn te verwerken krijgt.” Zelf heeft hij op dit moment 2,8 gve per hectare, dus ook bij hem zal het mes er in moeten. Maar volgens Opsteegh helpt dat niet. “Twee melkkoeien per hectare zegt niks over de milieudruk. Sterker nog: met een goed mineralenbeleid kan ik met vier koeien per hectare veel minder milieuvervuilend bezig zijn dan iemand met twee. Want die kijkt nergens meer naar. Die voert zijn beesten en bemest het land net als vroeger met alle gevolgen voor het milieu vandien.”

Ook de boerenbelangenorganisatie LTO Nederland prefereert “een stimulerende aanpak” boven aanscherping van normen. Opsteegh, die ook voorzitter is van de vakgroep rundveehouderij van de Noord-Brabantse christelijke boerenbond: “We zijn nog maar net begonnen met het mineralenaangiftesysteem dat we eerst nog eens goed in de vingers moeten krijgen. Om daar nu weer extra normen aan toe te voegen, is wat veel van het goede.” Beleidsmedewerker F. Dontinga van de Brabantse Milieu Federatie: “Als de boeren zeggen dat ze het zelf wel oplossen, heb ik daar weinig vertrouwen in. Zie de varkenshouderij: daar heb je gezien hoe moeilijk het is om er in twee etappes tien procent van af te krijgen. Ik denk dan ook dat er politieke beslissingen genomen moeten worden, omdat de maatregelen te ingrijpend voor de sector zullen zijn om ze het zelf te laten oplossen.”