Schumacher triomfeert tussen de rokende puinhopen

MONTREAL, 8 JUNI. Michael Schumacher heeft gisteren op trefzekere wijze munt geslagen uit de enorme chaos bij de Grote Prijs van Canada, de zevende Formule I-race van het seizoen. De coureur van Ferrari behaalde in Montreal zijn tweede zege van het jaar, bij een bizarre wedstrijd die werd gekenmerkt door ongelukken, riskante confrontaties, troep op het circuit en langzame rondjes achter de veiligheidsauto.

Twaalf van de 22 coureurs haalden op het Circuit Gilles Villeneuve de eindstreep niet, onder wie Mika Hakkinen en David Coulthard van het McLaren-Mercedes team. De McLaren-rijders, die het kampioenschap dit seizoen domineren, gingen als nummer een en twee van start, maar kregen beiden te maken met technische problemen.

Schumacher ontpopte zich in hun plaats als de meest constante coureur van de race. Pas nadat de Duitser in de 44ste ronde de leiding had overgenomen van Giancarlo Fisichella (Benetton), kalmeerde de wedstrijd en begon de einduitslag vaste vormen aan te nemen. Fisichella hield vast aan een tweede positie; Eddie Irvine (Ferrari) eindigde als derde, ondanks dat hij een hele ronde op een klapband moest rijden.

“Ik bind liever de strijd met ze aan op het circuit”, zei Schumacher over zijn zege bij afwezigheid van Hakkinen en Coulthard. Het grote aantal incidenten weet de tweevoudig wereldkampioen aan de vele remgebieden in het parcours. “Op de remgebieden raak je sneller de macht over de auto kwijt. Dat is iedereen overkomen dit weekeinde.”

Het vuurwerk van de race begon al binnen tien seconden, toen een ophoping van het hele rijdersveld in de eerste bocht aanleiding gaf tot een spectaculair ongeluk. De Oostenrijker Alexander Wurz (Benetton) raakte klem aan de binnenkant, verloor de macht over het stuur, schoot op zijn zijde naar de overkant van de baan en sloeg driemaal over de kop. Hij nam de wagens mee van Jarno Trulli (Prost-Peugeot), Jean Alesi en Johnny Herbert (Sauber). Onderdelen vlogen in het rond, maar niemand raakte gewond.

Na een korte onderbreking begon iedereen, inclusief Wurz in een reserve-auto, opnieuw. En weer kwam het tot botsingen in de eerste bocht. Ralf Schumacher maakte een zwieper en dwong Alesi en Trulli ten tweede male van de baan. Alle drie vielen uit. Hakkinen staakte de wedstrijd met een versnellingsprobleem. Terwijl het puin werd geruimd, werd de aanvoering van het rijdersveld voor vijf ronden overgenomen door een langzaam rijdende veiligheidsauto.

De eigenlijke race begon daarna pas, met een strijd tussen Coulthard en Schumacher - totdat de dertiende ronde opnieuw een onderbreking bracht. Achteraan raakte de Braziliaan Pedro Diniz (Arrows) van de baan bij een inhaalmanoeuvre. Hij sloot zich weer aan, maar sleurde onder zijn bolide een flink stuk grond mee, en begon het circuit te bestrooien met lapjes van het pas gelegde gazon waarin hij was beland. De opruimploeg kwam weer tevoorschijn, en alle coureurs hoopten zich weer op achter de veiligheidswagen.

Kort nadat de race andermaal was hervat, hield Coulthard het voor gezien wegens een motorprobleem. Schumacher maakte op dat moment een pitstop, zodat Fisichella aan de leiding kwam. Toen Schumacher het circuit weer opreed, maakte hij zijwaarts contact met zijn landgenoot Heinz-Harald Frentzen (Williams-Mecachrome). Frentzen belandde daardoor in het grind. Voor straf moest Schumacher tien seconden komen stilstaan in de pits.

Schumacher, die bekend staat om agressief rijgedrag, zwoer naderhand dat hij niet met opzet had gehandeld. “Heinz-Harald zat in mijn dode hoek”, verklaarde hij. “Ik heb hem gewoon niet gezien. Als hij door mijn toedoen van de baan is geraakt, bied ik mijn verontschuldigingen aan. Maar het was niet met opzet.”

Twee ronden later was het de beurt aan wereldkampioen Jacques Villeneuve (Williams-Mecachrome) voor een gewaagde manoeuvre. De Canadees, die dit seizoen het erepodium nog niet heeft gehaald, wilde bij de thuiswedstrijd graag presteren. De race in Montreal, op het circuit genoemd naar zijn in 1982 verongelukte vader, is “de belangrijkste van het jaar” voor hem. Gilles Villeneuve won er twintig jaar geleden de Grote Prijs van Canada; Jacques is dat nog niet gelukt.

Maar Villeneuve was te gretig. Hij greep vanaf de tweede positie roekeloos een kans om koploper Fisichella in te halen. Zijn eerste koppositie van het seizoen duurde maar een paar seconden, want hij kon niet meer op tijd remmen voor de eerste bocht van het circuit. De regerend wereldkampioen stak met hoge snelheid de grindbak over en zag zes wagens aan zich voorbij gaan. Hij moest de pits in voor een minutenlange reparatiestop en reed de rest van de race voor spek en bonen mee.

“Ik ben zeer teleurgesteld dat ik het verknald heb”, zei Villeneuve naderhand. De kampioen moet dit seizoen zijn titel verdedigen in een auto die daar niet snel genoeg voor is, maar kwam naar Montreal met een vernieuwd model. Hij zag nieuwe kansen om zijn seizoen te redden. “We hadden deze keer kunnen winnen”, zei hij.

Schumacher opende na zijn tien strafseconden de aanval op zijn oude rivaal Damon Hill (Jordan-Honda), wereldkampioen in 1996, voor de tweede positie. Tot woede van Schumacher probeerde de Brit hem met gezigzag te blokkeren, maar even later moest Hill met motorproblemen opgeven. Tijdens een pitstop van Fisichella nam Schumacher vervolgens de leiding over. Hij bouwde genoeg voorsprong op om zich een tweede pitstop te kunnen veroorloven, en reed de 69 ronden uit zonder zijn koppositie nog kwijt te raken.

Met zijn overwinning is Schumacher Coulthard voorbijgestreefd in de puntentelling. Hakkinen leidt met 46 punten, gevolgd door Schumacher met 34, Coulthard met 29 en Irvine met 19. Villeneuve staat met acht punten op een gedeelde zevende plaats. De volgende race in het Formule I-kampioenschap wordt over drie weken gereden in Frankrijk, op het circuit van Magny-Cours.

    • Frank Kuin