Pinkstervuur

Zo'n dertig jaar geleden meenden Westerse godsdienstonderzoekers dat in de jaren '60 de 'postreligieuze' tijd was aangebroken. Vooral de Noord-Amerikaanse theoloog Harvey Cox gaf daarbij duidelijk de toon aan met zijn boek The secular city. Maar nu verscheen onlangs van dezelfde auteur Fire from heaven, een studie over de wereldwijde spectaculaire ontwikkeling van de Pinksterbeweging en over de gedaantewisseling van de religie in de 21ste eeuw.

Tegenwoordig, aldus Cox, wordt eerder de ontkerkelijking dan de religie met uitsterven bedreigd, want we beleven een krachtige opleving van de grote godsdiensten en van de traditionele religies. Ook het christendom deelt volgens hem in deze renaissance, al valt de groei niet waar te nemen bij de oude, gevestigde kerken die vaak de grootste moeite hebben om nog enigszins overeind te blijven. En tegelijk keren zich dagelijks duizenden mensen tot een van de vele 'pinksterkerken'.

Wereldwijd geven deze kerken een ongelofelijke groei te zien. Per jaar nemen ze met 20 miljoen nieuwe aanhangers toe, zodat het totaal aantal pinksterchristenen nu al zeker 410 miljoen gelovigen bedraagt. Dat betekent dat één op de vier christenen een 'pinksterchristen' is en dat in Zuid-Amerika meer dan tachtig procent van alle niet-rooms katholieke christenen tot pinksterkerken behoort. In Brazilië zijn in het gebied van Rio de Janeiro in twee jaar tijds niet minder dan ruim zevenhonderd pinksterkerken gesticht.

De groei van de Pinksterbeweging wordt enigszins alarmerend beschreven in het onlangs verschenen jaarverslag van de Nederlandse Zendingsraad (NZR), het interkerkelijke bureau voor zendings- en missie-activiteiten. De Pinksterbeweging bestaat uit een groot aantal groepen buiten de officiële kerken waarin geestesgaven als het spreken in tongen (glossolalie), profetieën, genezingen en uitdrijving van boze geesten centraal staan. In kerkelijke kringen wordt meestal negatief gereageerd op pinkstergroepen. Volgens secretaris J. van Butselaar van de Zendingsraad wordt het bestaan van de Pinksterbeweging door de kerken vrijwel ontkend. Ook in Nederland zou dat volgens de NZR-secretaris het geval zijn. In plaats van geringschattend en veroordelend over Pinksterkerken te spreken, zou er volgens hem naar toenadering moeten worden gezocht. Vooral ook omdat de Pinksterbeweging zo radicaal gebroken heeft met de verbalistische Westerse manier van geloven en omdat het 'pentecostalisme' (pentecost = Pinksteren) zoveel nieuwe en directe mogelijkheden voor ervaringen met God biedt.

Omdat het naar zijn mening definitief uit is met de dominantie van de Westerse theologie, veronderstelt Van Butselaar dat dat wel gevolgen moet hebben voor de ontwikkeling van de oecumene, de wereldwijde beweging voor het herstel van de verloren gegane christelijke eenheid.

Binnen de oecumenische beweging die in 1948 in Amsterdam haar vaste vorm heeft gekregen met de oprichting van de Wereldraad van Kerken, wordt gewoonweg voorbijgegaan aan het bestaan van pinksterkerken, ook al zijn ze nog zo omvangrijk. En voorzover er al sprake was van contacten over en weer, hebben die niets opgeleverd. Ook bij het aanstaande vijftigjarig bestaan van de Wereldraad dat in december in Harare (Zimbabwe) wordt gevierd, zal de aandacht voor de 'pentecostals' waarschijnlijk minimaal zijn.

In tegenstelling tot de kerken van de Wereldraad is de katholieke kerk al vanaf 1972 in een intensieve discussie met de pinksterchristenen gewikkeld. Deze discussie kwam tot stand toen bleek dat de snel groeiende charismatische beweging binnen de r.k. kerk heel veel gelovigen naar zich toe wist te trekken. Dat miljoenen christenen in Zuid-Amerika de laatste jaren voor pinksterkerken hebben gekozen, zou vooral het gevolg zijn van het tekortschieten van de Latijns-Amerikaanse 'bevrijdingstheologie' die uitgaat van een marxistische analyse van de maatschappij. Weliswaar kozen de bevrijdingstheologen voor de armen, maar de armen kozen op grote schaal voor de pinksterkerken. Daar vinden ze doorgaans meer troost in hun ellendige bestaan dan bij de bevrijdingstheologie. Ook zou het intellectuele karakter van de bevrijdingstheologie de mensen op den duur zijn gaan tegenstaan. Opmerkelijk is dat de snel groeiende pinksterkerken in Latijns-Amerika en andere gebieden in de Derde Wereld, in tegenstelling tot andere kerken met hun zendelingen, missionarissen en grote buitenlandse geldstromen, nooit hebben kunnen rekenen op economische steun uit het Westen.