Penderecki leidt zelf zijn nieuwe en keurige muzieken

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Krzysztof Penderecki. Werken van Penderecki. Gehoord: 5/6 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. Uitzending Radio 4 KRO 25/6 20.02 uur

Gierende glissandi en clusters als bominslagen, dat zijn de associaties die de thans 65-jarige Poolse ex-avantgardist Krzysztof Penderecki meestal oproept. Zijn grootste succes dateert alweer uit 1961: Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima. De oorspronkelijke titel luidde kortweg: 8'37''. Toen men zich realiseerde dat dit het tijdstip was van de atoombominslag in Hiroshima in 1945 was een nieuwe titel geboren en daarmee een hype.

In de jaren '70, nadat de componist zich had geworpen op genres als passie, oratorium en opera, werden de futuristische geluidssculpturen ingeruild voor een neo-romantische stijl van Brahms tot Bruckner en van Sibelius tot Szymanowski. Le Monde, bij monde van Lonchampt, betitelde deze verregaande facelift als 'het laboratorium van de leegte.' Is het werkelijk zo erg gesteld?

Vrijdagavond in Den Haag bij het Residentie Orkest in de Anton Philipszaal was er alle gelegenheid om deze mening te toetsen. Penderecki dirigeerde er de Nederlandse premières van zijn Tweede vioolconcert uit 1992-1995 en zijn Vierde symfonie uit 1989. Hij heeft er inmiddels een zevental op zijn naam staan.

Om met het goede te beginnen: de Duits-Scandinavische mix klinkt op zich uitstekend. Penderecki is een vakman. Vooral de vele soli zijn effectvol en waren dan ook zeer aan de leden van het Residentie Orkest besteed, alleen al in de epiloog van de symfonie (Largamente e tranquillo) componeerde Pendericki ze achtereenvolgens voor fluit, Engelse hoorn, hobo, fagot en basklarinet, niet zonder raffinement ingebed door onder meer de gong en klokjes.

Het concert is Slavisch zwaarmoedig, leunt sterk tegen dat van Tsjaikovski en zo werd het ook met een groot vibrato vertolkt door Chantal Juillet. De grote slotcadens - op zich een compleet muziekstuk in diverse tempi! - heeft allure.

In de symfonie, gecomponeerd voor de herdenking van de Verklaring van de Rechten van de Mens, treft nog het meest een uitgebreid recitatief voor de fagot: een verzinnebeelding van de Verklaring? Die zou best eens kunnen uitgroeien tot een veelgevraagd onderdeel voor het fagotproefspel voor orkest.

Helaas, wat men mist is durf en spanning. Want waarom boeien de symfonieën van Allan Pettersson of die van Hans Werner Henze wel degelijk? Ze gaan over de schreef, risico's worden genomen, Pettersson is verpletterend energiek, Henze ongeremd hedonistisch. Penderecki houdt het bij een enkele aanzet in die richting. Zo ziet de coda uit het concert (espressivo molto) er op papier attractief uit, elegant in het hoge register. Het klinkende resultaat is toch zoiets als happen in een smakelijk rood uitziende, echter veel te waterige aardbei.

En het 'laboratorium van de leegte'? Was het maar leeg, ontplofte de boel maar eens zoals destijds in de Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima. Penderecki ruilde vitaliteit voor goede smaak.

    • Ernst Vermeulen