Passé, passé, De Vries Robbé

Wel negen dagen duurde 'De buitengewoon omvangrijke faillissementsverkoping' van De Vries Robbé, nadat dit Gorkumse staalconstructiebedrijf in 1976 failliet ging. De faillissementscatalogus spreekt tot de verbeelding. Zo werd een palissander directiebureau met dito rolbaar telefoontafeltje en jaloeziekastjes geveild. De volgende bladzijde vermeldt een hoekstaalknipstraat en een dubbelwandig beglaasd kantoorgebouw.

Tijdens de voorstelling Verhalen over Staal die afgelopen zaterdag in première ging in het Gorkums Museum en vrijdag 12 juni (20.00 uur) weer zal worden opgevoerd, wordt deze vergane glorie opgerakeld. Veertien oud-werknemers vertellen over het wedervaren van het bedrijf. De toeschouwer krijgt een beeld van een bedrijf dat in de hoogtijdagen van de staalconstructie, begin deze eeuw, en tijdens de wederopbouw een ongekende bloei doormaakte.

Het bedrijf heeft een zwaar stempel gedrukt op Nederland. Een werknemer in de buitendienst: “Als ik op vakantie was en iemand vroeg me waar ik werkte, dan keek ik om me heen tot ik een hoogspanningsmast, zendmast of brug zag en antwoordde dan: waar dat ding gemaakt is.”

Nog steeds is de nalatenschap van De Vries Robbé alom aanwezig. Om enkele voorbeelden te noemen. De stationsoverkappingen van Tilburg en Schiedam, de Van Brienenoordbrug in Rotterdam (een man van de buitendienst: “Toen konden ze nog bruggen bouwen”), de gevangenis van Haarlem en de zendmasten van Lopik, Kootwijk en IJsselstein. De laatste zendmast van IJsselstein (met 385 meter het hoogste bouwwerk van Nederland) wordt jaarlijks als kerstboom verkleed.

Eind jaren zestig werkten er 4.500 mensen bij De Vries Robbé. Dat was ongeveer een kwart van de Gorkumse beroepsbevolking. Een voormalig secretaresse (uit 'het kippenhok'): “Als De Vries Robbé uitging, kwam heel Gorkum tot leven.”

Het gold als een voorrecht om bij De Vries Robbé te werken. Onder meer wegens de goede sociale voorzieningen. “Ik moest van mijn ouders naar De Vries Robbé”, vertelt voormalig constructietekenaar Janus van de Giessen in de voorstelling. “Daar kon je tot je 65ste blijven werken.”

De reden dat er twintig jaar na dato pas aandacht wordt besteed aan dit deel van de Gorkumse geschiedenis komt, volgens de regisseuse van de voorstelling, Anne van Delft, doordat de ex-werknemers er tot voor kort niet over wilden praten. Daarvoor was het massaontslag te pijnlijk.

Van Delft, die al eerder vertaalprogramma's organiseerde met havenwerkers, scheepsbouwers en vluchtelingenkinderen, heeft de ex-werknemers niet geselecteerd op acteertalent. “Iedereen is ontslagen, dan kan je ze niet nog eens gaan afwijzen. Dat maakt de voorstelling wel onvoorspelbaar en moeilijk te regisseren. Ondanks spiekbriefjes en een verhaallijn (die loopt van het buitenwerk tot de directie) weet ik nooit precies wat iemand gaat zeggen.”

Vanavond vertelde een montageman trots over 'zijn' stalen spoorwegbrug in Zwijndrecht. Omdat er zoveel staal in zit. Roept een ander opeens: “Ja, maar daar zijn wel twee collega's bij verongelukt.”

“Het boeiende van de voorstelling”, vindt Van Delft, “is dat elk vakwerk zijn eigen manier van vertellen heeft. De mensen van de buitendienst hebben dezelfde vrolijke verteltrant als havenarbeiders. Dat komt denk ik omdat zij zoveel moesten overleggen. Je moet je voorstellen dat ergens in een grasveld een hoop ijzer ligt die ze samen tot een hoogspanningsmast moeten maken. Dat zijn prachtige verhalen. Hoe een buitenmonteur twee weken moest werken in een dorp in Groningen en dan voor twee dagen de kost vroeg bij een weduwe. Voor twee dagen, want je wist nooit of het eten lekker en de weduwe aardig was.”

Tijdens de voorstelling openbaart De Vries Robbé zich als een zeer conservatief bedrijf met een ietwat typische directie. Voormalig chef machinale bewerking Dick Brüggemann vertelt over zijn eerste ontmoeting met directeur C.T. de Vries Robbé: “Ik kwam in een immens grote suite met bruine lambrizering. Het was er donker. Helemaal aan het eind zat een klein mannetje: de directeur. Die kwam nog net achter zijn bureau vandaan en gaf met een knik aan dat ik aan gene zijde van een lange tafel (misschien was het de conferentietafel van 5.60 meter uit de boedelbeschrijving) moest plaatsnemen. Er werd helemaal niks gezegd. Ik dacht: je bent op sollicitatie, dus doe iets. Ik vroeg: 'Ik heb nog nooit een advertentie gezien van De Vries Robbé.' Hij antwoordde: 'Meneer Brüggemann. U moet één ding goed begrijpen. Als ze een goede staalconstructie willen dan komen ze bij De Vries Robbé, en als ze een slechte staalconstructie willen dan gaan ze naar een ander.' Toen was het sollicitatiegesprek afgelopen. Ik was aangenomen, bleek.”

Lager kader moest 25 jaar op een onthaal 'achter het schot' wachten. Bij die gelegenheid kreeg een werknemer een gouden horloge met de naam van het bedrijf erin gegraveerd. Een verteller toont het pronkstuk tijdens de voorstelling.

In de jaren zeventig ging het gigantisch mis met 'de parel van Gorinchem'. Onder andere door de oliecrisis verloor het bedrijf zijn zelfstandigheid en werd overgenomen. Eerst door Billiton, Shell, en uiteindelijk door Nederhorst. “De grootste fout die gemaakt is”, vindt loonadministrateur Van Rooden, is dat de naam De Vries Robbé, die wereldwijd een goede reputatie had, vervangen werd door Nederhorst.”

Het effect op Gorkum was verpletterend. Brüggemann zat indertijd in de ontslagcommissie. “Ik durfde Gorkum niet meer in. Steeds weer die huilende mensen die riepen: 'Meneer Brüggemann, weet u wel dat u mijn hele familie kapotmaakt'.”

Nadat hij er honderd had ontslagen werd Brüggemann voor de tweede keer in zijn leven bij de directie ontboden. “Dat hebt u prima gedaan Brüggemann. Ik heb nog een lijst van honderd.”

Dat was het einde van Brüggemann bij het bedrijf. En even later, einde bedrijf.

    • Jan Maarten Deurvorst