Orbán opent coalitieoverleg in Hongarije

BOEDAPEST, 8 JUNI. Fidesz, de partij die de recente parlementsverkiezingen in Hongarije heeft gewonnen, begint deze week coalitieoverleg met de rechts-populistische partij van de Onafhankelijke Kleine Boeren. Het partijcongres van Fidesz gaf dit weekeinde unaniem steun aan de beoogde coalitie met de Kleine Boeren en het conservatieve MDF (Hongaars Democratisch Forum). Fidesz behaalde bij de parlementsverkiezingen 148 van de 386 zetels, de Kleine Boeren 48 en het Democratisch Forum 17.

Maar het coalitie-overleg wordt niet makkelijk. Prominente Fidesz-leden gaven dit weekeinde op het congres te kennen dat er eigenlijk niet te regeren valt met de Kleine Boeren en dat er een voortdurende dreiging van vervroegde verkiezingen in de lucht zal hangen. Het moeilijkste punt wordt de vraag wie de baas wordt in de provincies, Fidesz of de Kleine Boeren. De Kleine Boeren eisen de vorming van en de controle over een soort superministerie van landbouw waarin praktisch alle problemen die de provincies aangaan moeten worden ondergebracht. In Hongarije bestaat een groot verschil in levensstandaard tussen stad en platteland en tussen het westen en het verpauperde oosten. Bovendien verkeert de landbouw in een deplorabele staat en wachten de boeren met smart op doortastende maatregelen. Fidesz weigert de Kleine Boeren het alleenrecht op de vertegenwoordiging van het platteland en wijst een superministerie af.

Tijdens het congres benadrukte Fidesz-leider en kandidaat-premier Viktor Orbán dat Fidesz de dienst zal uitmaken in de nieuwe coalitie. Hij wil het Hongaarse overheidsapparaat op alle niveaus reorganiseren om beter te kunnen omgaan met vraagstukken als armoede, onderwijs, gezondheidszorg en openbare veiligheid. Over het buitenlands beleid verklaarde Orbán dat wat hem betreft de toetreding tot de Europese Unie belangrijk is, maar dat het nog belangrijker is dat de Hongaren zich thuis voelen in hun eigen regio. Het congres werd bijgewoond door leiders van de Hongaarse minderheden over de grens, Miklós Duray uit Slowakije en Béla Markó en de protestante bisschop László Tökés uit Transsylvanië.

Intussen neemt Fidesz de economische verkiezingsbeloften (zeven procent groei per jaar, verlaging van belastingen en verhoging van uitkeringen) stapje voor stapje terug. Na de verkiezingen van twee weken geleden kelderde de beurs van Boedapest met bijna tien procent omdat de beleggers weinig vertrouwen hadden in het aangekondigde economisch beleid van Fidesz. De aanpak van de rechts-liberalen zou volgens deskundigen leiden tot een groter overheidstekort en inflatie. Eind vorige week herstelde de beurs zich enigszins toen duidelijk werd dat de belangrijkste economische ministeries in handen komen van bekwame deskundigen, die een beleid voorstaan dat niet erg afwijkt van het krapgeldbeleid van de vertrekkende socialistische regering.