Op campagne

Het is het jaar 2002 in Amsterdam. In de stad woedt een plakoorlog. De campagnemedewerkers van wethouder Jikkie van der Giessen hebben affiches over die van oud-PvdA-fractievoorzitter Eberhard van der Laan geplakt. Maar medewerkers van Van der Laan wisten hun collega's van de D66-diva op het Rokin op heterdaad te betrappen. Ze verrasten hun concurrenten en overgoten hen met plaksel waarna ze wegrenden. De eenmansfractie van Mokum Mobiel heeft het college van B en W gevraagd wat het hiertegen denkt te ondernemen.

Het zou het enige incident blijven tijdens een verder vlekkeloos verlopen campagne voor de eerste gekozen burgemeester van het land. Amsterdam is aangewezen om het paradepaardje van D66 uit te testen. De Amsterdammers hadden zich in een referendum nog wel tegen het experiment uitgesproken, maar omdat er slechts twintig procent was komen opdagen, zag minister Melkert (Binnenlandse Zaken) te weinig zwaarwegende redenen om het nog tegen te houden. Bovendien had de VVD met Ajax-voorzitter Michael van Praag een reële kanshebber in haar gelederen.

Van der Giessen, die moed had geput uit de beperkte nederlaag van haar partij in de hoofdstad in 1998 (van acht naar vier zetels), behoorde zeker niet tot de kanshebbers. Ze kon alleen rekenen op wat steun van daklozen, met wie ze nog altijd erg begaan was. En van computerfanaten, omdat ze als 'wethouder millenniumbug' de stad voor een massale break down had behoed.

Van der Laan gooide evenmin hoge ogen. De oud-fractievoorzitter van de hoofdstedelijke PvdA had na een sabbatical leave van drie jaar zijn politieke ambities teruggevonden en wilde een gooi doen naar het burgemeesterschap. De historie had hem geleerd dat de meest succesvolle burgemeesters echte Amsterdammers waren geweest, zoals hij. Maar het publiek was hem na zijn terugtreden snel vergeten.

Nee, van de 35 deelnemers (zoals Rudi Fuchs, Roel van Duijn en levend kunstwerk Fabiola) kon alleen Michael van Praag enigszins tippen aan de grote favoriet: de huidige burgemeester Schelto Patijn. Van Praag kon niet meer stuk bij de Amsterdamse kiezers toen Ajax voor de tweede keer op rij de Champions League had gewonnen en het aandeel-Ajax tot recordhoogte (146 gulden) was gestegen.

Maar Patijn kon rekenen op de 'burgemeesterbonus'. Gemeenteraadsvergaderingen liet hij nog wel eens uit de hand lopen, maar bij het publiek was hij immens populair geworden. Met zijn charme nam hij iedereen voor zich in.

In 1998 had hij er nog aan gedacht om niet langer dan twee jaar burgemeester te blijven, maar onder zijn leiding was het steeds beter gegaan met de stad. En Patijn had er steeds meer plezier in gekregen, want weerstand bleef uit.

Groot voordeel was dat hij de enige grote Amsterdamse krant, Het Parool, achter zich had staan. Sinds Het Nieuws van de Dag in 1998 was verdwenen, was Amsterdam toch een beetje een one-paper-city geworden. En Patijn had daarvan het belang meteen ingezien. Het verzoek van Het Parool om voor een verkoopactie tijdens het WK Voetbal in Frankrijk in een reclamespotje op te treden, had hij meteen ingewilligd. Gehinderd door een gevoel zijn onafhankelijkheid te willen bewaren, werd hij niet. Hij hoefde toch alleen maar een bal van krantenpapier te koppen? Wellicht dat hij de redactie, zo dacht hij destijds, nog eens kon bewegen om een weekje met hem op stap te gaan voor een aardig verhaal.

Met het spotje voor Het Parool had Patijn een voorschot genomen op de burgemeesterscampagne en dat was hem goed bevallen. In maart 2002 was hij hard op weg de eerste gekozen burgemeester van het land te worden. Van de verwachte veertig procent opkomst kon hij volgens de peilingen zeker rekenen op een ruime meerderheid. Tijdens de campagne had hij geen last van de plakoorlog. Niemand die het in zijn hoofd haalde de affiches van hem te overplakken.