Nucleaire dreiging zet Kashmir op internationale agenda

Bij het oplopen van de nucleaire spanningen op het Indiase subcontinent wordt steeds nadrukkelijker gewezen op de kwestie Kashmir. De omstreden staat is het middelpunt van de onopgeloste twisten tussen India en Pakistan.

ISLAMABAD/NEW DELHI, 8 JUNI. Na 50 jaar onbegrip, drie oorlogen, naar schatting 12 kernproeven en talloze beschuldigingen over en weer, zijn India en Pakistan weer precies op het punt aangekomen waar ze in 1947 uit elkaar gingen. Met dit verschil dat, nu de regio voor het eerst wordt bedreigd door een nucleaire confrontatie, de inzet om het diepe wantrouwen tussen beide landen weg te nemen veel hoger is dan destijds.

Tot verdriet van India, die de kwestie als “een binnenlandse aangelegenheid” beschouwt, richt de aandacht van de internationale gemeenschap zich steeds meer op Kashmir. Al sinds de terugtocht van de Britten maken India en Pakistan aanspraak op het voormalige prinsdom in de Himalaya's; zij vochten er twee grensoorlogen over uit. Jarenlang heeft Pakistan geprobeerd de historisch uiterst gecompliceerde kwestie op de internationale agenda te krijgen, terwijl de Indiase regering al die tijd probeerde zo stil mogelijk een einde te maken aan de opstand die aan het eind van de jaren '80 in het Indiase deel van Kashmir ontbrandde.

Inmiddels lijkt het erop dat de Indiase regering zichzelf lelijk in de vingers heeft gesneden toen premier Atal Behari Vajpayee op 10 mei het sein op groen zette voor de eerste serie ondergrondse kernproeven. “In internationaal-politiek opzicht een geweldige misrekening”, zegt een Westerse diplomaat in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. “Kijk wat er nu gebeurt: de hele wereld dringt aan op een oplossing van de kwestie-Kashmir. Iedereen gaat zich er mee bemoeien.” Het gaat hem wat te ver om de nucleaire wapenwedloop een blessing in disguise voor Pakistan te noemen, maar de internationale aandacht voor de kwestie is precies waarop het land al die jaren - tevergeefs - aanstuurde. Het “nucleaire spierballenvertoon” zou, met Kashmir als inzet, wel eens kunnen leiden tot een kernoorlog, zo vrezen politici van Oost tot West. De kwestie-Kashmir levert in de toekomst “de meest waarschijnlijke kans op het gebruik van massavernietigingswapens, inclusief nucleaire wapens” op, zei het toenmalige hoofd van de CIA, James Woolsey, in 1994.

De Indiase regering wringt zich thans in allerlei bochten om 'Kashmir' niet verder te internationaliseren. Recente pogingen van landen als Japan, Bangladesh en Iran om te bemiddelen tussen India en Pakistan werden in New Delhi in een oogwenk van de hand gewezen. “In de Indo-Pakistaanse dialoog is geen ruimte voor welke buitenlandse inbreng dan ook”, zei een woordvoerder van de Indiase regering afgelopen vrijdag nog. De regering beschouwt Kashmir als een integraal deel van India.

De facto beheert India sinds 1947 slechts tweederde deel van Kashmir; Pakistan de rest. De wortel van het conflict stamt uit de tijd dat het subcontinent door de Britten werd opgedeeld in twee delen: het islamitische Pakistan, inclusief het tegenwoordige Bangladesh, en het overwegend hindoeïstische India. Over het voormalige prinsdom Kashmir namen de Britten geen besluit. Kashmir was overwegend islamitisch, maar werd bestuurd door een hindoeïstische maharadja die gokte op een onafhankelijk Kashmir. Hij moest echter toezien hoe zijn land binnen enkele maanden na de deling werd aangevallen door militante stammen uit het nieuwe Pakistan.

Hoewel de geschiedschrijving vanaf dat moment uiteenloopt, wordt aangenomen dat de maharadja na de schermutselingen de hulp inriep van het Indiase leger en een document tekende waarin hij verklaarde dat Kashmir was toegetreden tot India. In 1949 werd onder auspiciën van de Verenigde Naties een bestandslijn in Kashmir getekend die nog steeds de wankele grens vormt tussen India en Pakistan. Pakistan behield het deel dat door de tribale milities was bezet.

De VN-resoluties uit die tijd en een bilaterale overeenkomst uit 1972 vormen de belangrijkste twistpunten tussen India en Pakistan. De VN-Veiligheidsraad nam in 1949 een resolutie aan waarin werd aangedrongen op een referendum onder de Kashmiri's over de toetreding van hun land tot India of Pakistan. De derde mogelijkheid, die van onafhankelijkheid, werd niet geopperd. Bovendien werd het referendum nooit gehouden, in India noch in Pakistan. De Pakistaanse regering houdt tot op de dag van vandaag vast aan de resolutie; het is haar belangrijkste troef tegen India. Volgens India is de resolutie een gepasseerd station. Premier Indira Gandhi en president Zulfiqar Ali Bhutto kwamen namelijk in 1972 in de Noord-Indiase stad Shimla overeen dat geen van beide landen meer zou proberen de bestandslijn in Kashmir eenzijdig te veranderen. Van een referendum werd niet gerept in de slottekst.

Pakistan staat sinds het einde van de jaren '80 op het standpunt dat de regering het akkoord destijds onder druk tekende, direct na de oorlog tussen India en Pakistan over Oost-Pakistan, het huidige Bangladesh. De roep in Kashmir om onafhankelijkheid, of tenminste een referendum over de toekomst van het land, kwam steeds luider naar voren sinds 1989, toen militante islamitische groeperingen in opstand kwamen tegen India, na 1991 mede onder invloed van de onafhankelijkheid die de naburige landen in Centraal-Azië kregen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De opstand, die meer dan 15.000 mensen het leven heeft gekost, is nog steeds gaande.

India beschuldigt Pakistan er vrijwel wekelijks van de jihad (heilige oorlog) in India's deel van Kashmir militair en financieel te ondersteunen. Pakistan beschuldigt India vrijwel dagelijks van grove schendingen van de mensenrechten in Indian held Kashmir, zoals het Pakistan wordt genoemd. In de regio zouden zo'n 600.000 Indiase militairen zijn gelegerd.

Eén van de problemen bij het zoeken naar een oplossing is dat de verschillende bewegingen in Kashmir elk met een eigen doel strijden. Sommige willen aansluiting bij Pakistan, andere een onafhankelijke islamitische staat, en weer andere een onafhankelijke seculiere staat. “Het is deze fragmentatie, samen met de onwrikbare standpunten van India en Pakistan, die een levensvatbare onafhankelijke staat in de nabije toekomst uitsluit”, schreef de Britse politicoloog Vernon Hewitt enkele maanden geleden in History Today.

“Wij betreuren het vooral dat de bevolking van Kashmir op geen moment in de geschiedenis haar stem heeft kunnen laten horen”, zegt een journalist uit Srinagar, hoofdstad van het Indiase Kashmir. “India is bang dat een referendum het einde van zijn heerschappij in Kashmir betekent. Het allerergste scenario voor New Delhi is dat een meerderheid van de bevolking naar Pakistan wil. Dat zou strategisch rampzalig zijn, en onacceptabel gezichtsverlies betekenen.”

India wil niet voor niets alleen op bilaterale basis met het veel kleinere buurland praten over een oplossing. Onder internationale druk zou de roep om zelfbeschikkingrecht van de Kashmiri's en daarmee om een referendum snel aan populariteit kunnen winnen. Maar zelfs met een onafhankelijk Kashmir zijn de problemen in Zuid-Azië vermoedelijk nog niet voorbij. Zowel in Pakistan als in India bestaat de vrees voor verdere versnippering het subcontinent. In het noordoosten van India woeden in verschillende staten onafhankelijkheidsopstanden; tegelijkertijd groeit ook in het westen van Pakistan de roep om meer zelfbeschikking ten opzichte van de traditioneel machtige provincie Punjab.

    • Rob Schoof