Etnisch debat

Het publieke debat in Nederland spitst zich steeds vaker en scherper toe op de positie van de allochtonen. Wat AVRO-commentator mr. G.B.J. Hiltermann vorige week op de radio zei, was niet nieuw - we hebben van Bolkestein in de verkiezingsperiode dezelfde geluiden gehoord - maar het was wel provocerender verwoord met de omschrijving 'etnische profiteurs'.

Hiltermann liet deze woorden wijselijk achterwege in het gesprek in Buitenhof met zijn interviewers Elles de Bruin en Hubert Smeets. Hij zei het nu allemaal veel diplomatieker. “We overdrijven de tolerantie voor de asielzoekers.” En: “We moeten niet een wijkplaats worden voor migranten die op voordeel belust zijn.” En: “Ik zeg niet álle allochtonen, maar véél.”

De Bruin en Smeets kregen daardoor geen vat op hem. De kern van Hiltermanns betoog - dat allochtonen onvoldoende integreren in de Nederlandse samenleving - bleef onaangetast. “Moeten we niet meer geduld hebben?” vroeg Smeets alleen. De Bruin wees op al die leuke allochtone eettentjes in Den Haag die een verrijking zijn voor de Nederlandse cultuur. “Tja, als u het culinaire zo belangrijk vindt”, kon Hiltermann honen.

Hoe kwam Hiltermann aan zijn kennis, vroegen zijn interviewers. “Uit krantenpublicaties”, zei hij. Dat kwam hem later in de uitzending op een uitbrander te staan van migrantendeskundige J. Beerenhout: “Het is heel verdrietig dat u zo ongedocumenteerd over de allochtonen spreekt.”

Maar ook Beerenhout schoot geen bressen in het verhaal van Hiltermann - integendeel. Hij discussieerde met mevrouw R. Hallouch, een medewerker van Marokkaanse afkomst van het buurtcentrum 'Atlas' in Amsterdam-West. Uit alles wat Beerenhout zei, bleek dat ook hij van mening is dat veel allochtonen zich te veel afzonderen van de Nederlandse samenleving.

Enkele citaten van Beerenhout: “Men (de allochtonen) neemt veel te weinig eigen verantwoordelijkheid.” En: “We plukken nu de vruchten van wat we dertig jaar geleden hebben gezegd: u kunt integreren met behoud van uw eigen cultuur. En dat kan niet (...) Daarmee zeiden we impliciet: aan de cultuur van je nieuwe land hoef je niet veel te doen.”

Hiltermann nam op dat moment al niet meer deel aan de discussie. Anders had hij kunnen vragen: “Wat heb ik nu eigenlijk miszegd?”

Zelfs mevrouw Hallouch weersprak niet dat er onvoldoende integratie is, zij vroeg er alleen begrip voor: “Men wil integratie, maar als er negen Marokkaanse gezinnen op één trap wonen...”

Ik zat nog na te kauwen op deze uitzending toen ik op Nederland 1 in een programma viel van Omroep Friesland over Vietnamese vreemdelingen. Wat in de interviews met deze Vietnamezen zo opviel, was de grote mate van bereidheid tot aanpassing. Een jonge man, die hier op 9-jarige leeftijd was gekomen, zei in uitstekend Nederlands: “Je moet van beide culturen het beste nemen.” Hun vader zei: “Ze zijn bijna honderd procent Nederlands. Taal en cultuur van Nederland staan bij hen voorop.” Over zichzelf zei hij: “Ik voel me meer Nederlander dan Vietnamees.”

Passen Aziatische allochtonen zich gemakkelijker aan dan Marokkaanse en Turkse allochtonen? En zo ja, waarom? Het lijkt de moeite waard om voortaan bij het allochtonendebat wat meer de Aziatische vreemdelingen te betrekken, al was het maar om generalisaties over 'de allochtonen' te ontkrachten.

Verder kon ik gisteravond in één moeite door nog deze ferme uitspraak noteren: “Ik vind dat ongewenste buitenlanders teruggestuurd moeten worden.”

Wie zei dit?

Bolkestein? Hiltermann? Beerenhout? Uzelf? Ik?

Nee, het was iemand met wie niemand van ons zich nu nog graag zou encanailleren: de Britse fascistenleider Sir Oswald Mosley, aan wiens leven de Engelse televisie een boeiende dramaserie - nu te zien bij de VPRO - wijdde.

    • Frits Abrahams