De sportwagen van de eeuw

Het vijftigjarig jubileum van Porsche werd gisteren in Frankrijk van een passend cadeau voorzien. Voor de zestiende keer won een wagen van het Duitse merk de 24 Uur van Le Mans. Porsche, van 356 tot 911, van aluminium tot koolstofvezel.

Twee fabriekswagens zette Porsche in bij de 66ste 24 Uur van Le Mans en gistermiddag om twee uur gingen ze als één en twee over de streep. Beide wagens van het type 911 GT1 - dit jaar voorzien van een nieuw chassis van koolstofvezel - voegden een nieuw hoofdstuk toe aan het sucesverhaal van Porsche. Wat betreft Le Mans begon het succes in 1951, toen de Duitse sportwagenfabrikant debuteerde in de '24 uur'. Jaguar won Le Mans dat jaar, maar de Franse coureurs Veuillet en Mouche zegevierden in hun klasse met een Porsche 356. Nu was het de Brit Allan McNish - in 1988 teamgenoot van Mika Hakkinen in de Engelse Vauxhall/Lotusklasse - die in de 911 het etmaal in Le Mans als snelste volmaakte.

Ferdinand Porsche stond aan de basis van wat een begrip zou worden. In 1931 begon hij een ontwerpbureau onder de naam Dr. Ing. Porsche KG Konstruktionsbüro für Motoren- und Maschinenbau. Een aanbieding van de Russische dictator Jozef Stalin om de 'tsaar' van de industrie in Rusland te worden, legde Porsche naast zich neer. Hij stelde zich in dienst van de Duitse (oorlogs)industrie, onder meer als ontwerper van tanks. Zestien jaar later, in 1948, kwam de eerste auto onder eigen naam op de markt, de Porsche 356, met een body van aluminium. Ontworpen door Ferdinand junior en met de hand gebouwd in het Oostenrijkse Gmünd, bij Salzburg, waarheen Porsche aan het einde van de Tweede Wereldoorlog tijdelijk zijn toevlucht had gezocht.

Het eerste, bescheiden succes op Le Mans van Porsche in 1951 droeg bij aan de snel toenemende populariteit van het merk. De exclusiviteit van het merk werd onderstreept door de mensen die een Porsche kochten. De Amerikaanse acteur James Dean schafte er begin jaren vijftig verschillende aan. Aan zijn leven kwam in september '55 een tragisch einde, bij een ongeluk met een Porsche 550 Spyder. Het drama voltrok zich toen de 24-jarige Dean op weg was naar een race. Dean was een verwoed autocoureur en reed zijn races voornamelijk in een Porsche Speedster. Ook op andere artiesten heeft Porsche altijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht gehad. Van dirigent Herbert von Karajan tot omroep-directeur Bart de Graaff. Tot woede van Enzo Ferrari koos Steve McQueen ervoor om in de film Le Mans (1971) met een Porsche te rijden. Paul Newman werd in 1979 als amateur-coureur in een Porsche 935 tweede in de 24 Uur van Le Mans.

In het vijftigjarige jubileum dat Porsche deze maand viert, is de 911 een van de hoofdrolspelers. Met het jaar 2000 nabij, is er een officieuze race om de titel 'Auto van de eeuw' aan de gang. De Volkswagen kever wordt genoemd, maar in het rijtje van kandidaten misstaat ook de Porsche 911 niet, een auto die in de 36 jaar van zijn bestaan niet wezenlijk van uiterlijk is veranderd. Saillant detail: het was professor Ferdinand Porsche, de grondlegger van het gelijknamige bedrijf, die de kever ontwierp. De 911 won - in verschillende uitvoeringen - alles wat er te winnen was, van de Rally van Monte Carlo tot en met de 24 Uur van Le Mans. Al het jaar waarin de eerste Porsche op de markt kwam, 1948, was er een succes voor de nieuwkomer in de racerij. Met wagen nummer 1, een Porsche 356, schreef Herbert Kaes een stratenrace in Innsbruck op zijn naam.

In Nederland was een zekere A.C. Vogel zo gecharmeerd van de 356, dat hij er als hoogste baas van de Algemene Verkeersdienst (AVD) van de Rijkspolitie in Driebergen in 1950 twee van aanschafte. De West-Duitse politie nam als eerste Porsches in gebruik. “Eind jaren vijftig waren er nogal wat hold-ups op de Duitse autobanen”, aldus voormalig AVD-commandant Vogel bij zijn afscheid in 1988. “Om daar wat aan te doen, schafte de politie snelle wagens aan. Ze dachten, als we nu maar snel over die autobaan heen en weer rijden, dan gebeurt het niet meer. Ze vielen als het ware van achteren aan. Er zijn nog twee hold-ups geweest en daarna was het afgelopen.” Ook in Nederland misten de Porsches - de 356 en zijn opvolger de 911 Carrera - hun effect niet.

Ruim tien jaar nadat de 356 was geïntroduceerd, vond Ferdinand junior, ook wel Ferry genoemd, het tijd om de 356 te vervangen door een ruimere wagen, met een koffer waarin de eigenaar ook zijn golfclubs kon opbergen, zo luidde de filosofie. Ferry's oudste zoon, Ferdinand Alexander ('Butzi'), ontwierp als derde-generatie-Porsche de 911, een compleet nieuwe auto. Het werd een luchtgekoelde tweeliter met zes cylinders, die bovendien iets minder rumoerig, prettiger te besturen en vooral eigentijdser was.

Op de autoshow van Frankfurt, in september 1963, werd de Porsche 911, voor het eerst aan het publiek getoond, toen nog onder de naam 901. De produktie zou nog een tijdje op zich laten wachten. Een jaar later, op de autoshow van Parijs, maakte het bedrijf bekend dat de 901 in produktie kon nemen. Omdat Peugeot bezwaar maakte tegen de typenaam 901 - de Franse fabrikant heeft het patent op alle driecijferige typenamen met een 0 in het midden - werd de auto omgedoopt in de 911.

Van de meer dan 23.000 races die Porsche in vijftig jaar won, behoren de overwinningen op Le Mans tot de grootste en meest prestigieuze. In 1970 kwam daar de eerste triomf met de 917, gereden door Attwood en Herrmann. Gijs van Lennep won in een Porsche de Franse klassieker tweemaal: in 1971 met de Oostenrijker Helmut Marko en in 1976 met de Belg Jackie Ickx. Afgelopen weekeinde haalde de nu 56-jarige Van Lennep in Le Mans herinneringen op aan die jaren, als gast van het jubilerende Porsche. Op Le Mans zegevierde het merk uit Zuffenhausen (bij Stuttgart, daar gevestigd sinds 1938, red.) verder in 1977, '79, '81 tot en met '87, '94, '96 en '97.

Van alle merken boekte Porsche in Le Mans de meeste overwinningen. De zo mooi vormgegeven 911 rijdt al vanaf 1966 mee in de 24 Uur van Le Mans. De klassieke 911, die in de GT2-klasse is ingedeeld, is niet opgewassen tegen de aerodynamischer en snellere bolides uit de GT1-klasse, maar is al wel meer dan dertig jaar een vertrouwde verschijning op het Circuit de la Sarthe. In 1966 reed er één rond, vier jaar later waren het er al zestien.

De 911 is nog steeds de kurk waar Porsche op drijft. Sinds 1963 zijn er zo'n 425.000 van gemaakt. Aan het eind van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig redde de 911 het bedrijf van de ondergang. Een faillissement lag op de loer omdat de verkoop in de Verenigde Staten - een van de belangrijkste afzetmarkten van Porsche - in elkaar stortte. Porsche verkocht er destijds zestig procent van zijn wagens, maar door een combinatie van een hoge dollarkoers en toenemende produktiekosten in Duitsland liep dat percentage sterk terug.

Pas in 1996 slaagde Porsche er weer in winstgevend te worden. Het gaat nu ook financieel weer goed met de sportwagenfabrikant. In de eerste helft van het lopende boekjaar, dat op 1 augustus begon, behaalde het bedrijf een netto-winst van 69,7 miljoen mark tegen 38,4 miljoen mark in de eerste helft van het vorige boekjaar.

De 89-jarige 'Ferry' Porsche zei vlak voor zijn dood - hij stierf in maart - in een vraaggesprek met Classic & Sports Car dat hij nooit had gedacht dat de 911 zo lang zou meegaan. Het was volgens hem vooral te danken aan de prioriteit die het bedrijf al vijftig jaar geeft aan de duurzaamheid van slijtagegevoelige onderdelen. In dat vraaggesprek vertelde Ferry over lange, snelle ritten die hij in auto's van concurrenten maakte tussen Stuttgart en Wenen. “Die hielden het alleen vol als ik het rustig aandeed en de wagens spaarde. Zulke auto's hebben wij nooit gebouwd.”

    • Ward op den Brouw