Dampende Afrobeat en Indonesische schlagers

Een recordaantal van 200.000 bezoekers trok afgelopen weekend naar het Park bij de Rotterdamse Euromast om daar het multiculturele Dunya Festival bij te wonen. Zij gaven zich over aan een mengeling van muziek, storytelling, poëzie en exotische etenswaar.

ROTTERDAM, 8 JUNI. Dunya betekent 'aarde'. Bij aanvang van het Rotterdamse Dunya Festival leek de aarde zich voornamelijk in de vorm van modder te manifesteren. Vooral het veld waar zaterdagavond 10.000 bezoekers de Kaapverdië-special hadden bijgewoond, bood zondagochtend een Woodstock-achtige aanblik. De organisatie had 's nachts nog wanhopig geprobeerd het veld droog te pompen maar de aanhoudende regen had alle pogingen hiertoe zinloos gemaakt.

Toen zondagmiddag het Rotterdams Philharmonisch Orkest het programma van de tweede dag inluidde, bleken de sombere weersverwachtingen echter niet uit te komen.

Het Dunya Festival, tot 1995 bekend onder de naam Poetry Park, werd afgelopen weekend voor de éénentwintigste keer gehouden. Ooit begonnen als opmaat voor Poetry International, is het festival uitgegroeid tot een multicultureel openlucht-festival van formaat. Ook dit jaar overtrof het bezoekersaantal dat van vorig jaar met twintigduizend.

In het gratis toegankelijke Park in Rotterdam vergastten zondag meer dan 300 artiesten het 200.000-koppige publiek op poëzie, verhalen en een keur aan muzikale stromingen variërend van opzwepende Marokkaanse raï en energieke Nigeriaanse Afrobeat tot mierzoete Indonesische schlagers en stevige Turkse rock. Van één uur 's middags tot acht uur 's avonds mengden de exotische klanken van de dertien podia zich met de geur van uitheemse hapjes en oerhollandse patat, poffertjes en haring.

Dunya wil een zo volledig mogelijk overzicht geven van de hedendaagse alle niet-Westerse podiumkunsten. Van het dichterlijk verleden is nog een residu over. In de tenten op het literaire terrein werden dichters en vertellers bijgestaan door jazzmuzikanten. Indrukwekkend was de voordracht van de Amerikaanse jazzpoëet Kamau Daaood. Zijn ode aan John Coltrane, ondersteund door een pompende ritmesectie en een gierende saxofoon, deden de grenzen tussen muziek en dichtkunst vervagen. Toen hij al brommend en piepend een geïmproviseerd duet met de saxofonist aanging, kon je je afvragen of je nu luisterde naar poëzie als jazz of andersom. “What would John say, had he not been away?”, vroeg ook Daaood zich hardop af. De verhalenvertellers in de druk bezochte 'storytelling'-tent sloten met hun optredens aan bij de orale tradities van veel niet-Westerse culturen, waarin tekst en muziek onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Een groot deel van de optredende artiesten zocht de interactie met het publiek. De over het podium razende Femi Kuti, zoon van de in 1997 overleden 'koning van de Afrobeat' Fela Kuti, zweepte zijn toehoorders op mee te klappen en dansen op de klanken van zijn swingende band. Aanvankelijk aarzelend maar gaandeweg enthousiaster liet de massa zich inspireren door de charismatische podiumpresentatie van de Nigeriaanse saxofonist en de drie onvermoeibare danseressen. De leden van de Ghanese clownshow Adesa betrokken het publiek nog directer bij hun act door kinderen van het veld te plukken en ze te laten deelnemen aan acrobatische kunsten. Twee kleuters vormden samen met de artiesten een menselijke pyramide, die zich langzaam draaiend in beweging zette. Een angstig kijkend meisje werd bijna terug het publiek in gekatapulteerd. De aanwezige volwassenen lieten zich een stuk moeizamer overhalen tot een heupwiegend dansje of een poging tot een achterwaartse salto.

Dat een taalbarrière interactie niet in de weg hoeft te staan, bewezen de grotendeels stokoude en tandenloze zangers van de zang- en percussiegroep Daqqa uit het Marrokaanse Marraquez. Door middel van zang en tegenzang beeldden ze hele verhalen uit, die ze illustreerden met uit hun herderstassen getoverde attributen als barbiepoppen en speelgoedautootjes. Het overgrote deel van de toehoorders dat geen Arabisch verstond begreep er niets van, maar de lol die de jolige bejaarden erin hadden was zo aanstekelijk dat iedereen meelachte en -juichte.

    • Edo Dijksterhuis