Big Bands ontgroeien dorpshuis

Jazz Portretten: The New Concert Big Band. Ned.3, 21.29-21.54u; 15 juni: De Bik Bent Braam o.l.v. Michiel Braam.

Een van de opmerkelijkste verschijnselen in de Nederlandse muziek is de opleving van het big band wezen. Leek met de dood van Boy's Big band eind jaren '60 en de verdwijning van de radio-orkesten het big band boek voor eeuwig gesloten, sinds enkele jaren leeft deze sector heviger dan ooit. Er komen voortdurend big bands bij, er bestaan speciale big band festivals en er is sinds een jaar zelfs een magazine met de titel BIG Band! dat elke twee maanden verschijnt.

De verklaring voor deze revival moet waarschijnlijk gezocht worden in de grote golf jazzmusici die de laatste jaren is klaargestoomd op de jazz- en 'lichte muziek' afdelingen van de conservatoria. Veel van deze jonge musici hebben eigen groepen van drie tot zes man en zoeken daarnaast een vaste plaats in een groter orkest. De keuze voor een big band ligt dan erg voor de hand, vooral voor blazers. Want de big band bestaat sinds de jaren '30 traditioneel vooral uit blazers: trompetten, trombones en rietinstrumenten. Met de ritme-sectie erbij variëren ze in grootte van vijftien tot twintig man.

De aanwas van de conservatoria heeft tot gevolg dat er naast talloze hobby-bands, vergelijkbaar met de orkesten uit het fanfare- en harmonie-circuit, vooral bands bijkomen met grotere ambities dan jaarlijks één geslaagde 'uitvoering' in het lokale dorps- of parochiehuis.

De houding van deze big bands is professioneel; de muziek moet de toets der kritiek kunnen doorstaan, hun cd's zijn meer dan een aardigheidje voor familie en kennissen, ze spelen het liefst op officiële podia, willen graag decent worden betaald en achten zich net zo subsidiabel als het Willem Breuker Kollektief en het Concertgebouworkest.

De jongste loot aan deze professionele stam is de New Concert Big Band van Henk Meutgeert, ex-pianist van de Skymasters die als arrangeur zijn sporen onder andere verdiende bij het Metropole Orkest. De band werd opgericht in april '96 en speelde onder zijn leiding met toenemend succes elke veertien dagen in het BIMhuis in Amsterdam. Een groter publiek bereikte de band op 1 april vorig jaar door een optreden in het Amsterdamse Concertgebouw. Hun hoofdtaak was daar het begeleiden van de Amerikaanse saxofonist Joe Henderson maar die speelde zo bleekjes dat de band hem gemakkelijk de show ontfutselde.

Van dat concert zijn in het 'Jazzportret' dat Ger Poppelaars voor de NPS maakte, vanavond geen beelden te zien, wel van het NCBB-festival dat april j.l. in het Bimhuis plaats vond. Met als gastsolisten niet alleen getalenteerde 'jonkies' als trompettist Eric Vloeimans en saxofonist Yury Honing, maar ook oudgedienden als slagwerker Han Bennink.

Wat Meutgeert stempelt tot een bandleider met gezag blijkt uit opmerkingen die enkele bandleden zich tussen repetitie- en concertflitsen over hem laten ontvallen. “Hij hoort alles, ieder foutje”, vertelt Ben Herman. “Hij kan heel bot zijn maar hij heeft wel altijd gelijk”, meent collega-altist Allard Buwalda. Het kortste statement komt van trompettist Angelo Verploegen die hem karakteriseert als 'een geniale neuroot'.

Het duidelijkst zegt Henk Meutgeert het zelf tijdens een repetitie: “Laat mij het nu maar bepalen, anders wordt het een chaos.”

    • Frans van Leeuwen