BIB: crisis in Azië niet achter de rug

AMSTERDAM, 8 JUNI. Hoewel de financiële markten zich enigszins hebben gestabiliseerd, is het verre van zeker dat de crisis in Azië over is. Dit schrijft de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in zijn jaarverslag over 1997, dat vanmorgen werd vrijgegeven. In de BIB overleggen de belangrijkste centrale banken van de wereld over het monetaire, financiële en het toezichtsbeleid.

In het verslag, dat grotendeels aan de oorzaken en gevolgen van de Azië-crisis is gewijd, zegt de BIB dat, hoewel sommige moeilijkheden in Azië hadden kunnen worden voorzien, de snelheid van de crisis, het overslaan op andere Aziatische landen en de diepte die de koersen van munten en aandelen bereikten, zonder modern precedent zijn. De oorzaken van de crisis lagen volgens de BIB vooral op binnenlands gebied. Er was excessieve groei van kredieten, en een te groot vermogensbeslag. De bancaire systemen werden onvoldoende gecontroleerd, er ontstonden zeepbellen in de prijzen van activa en de wisselkoersregimes waren te star. Deze binnenlandse redenen hadden kunnen en moeten worden voorkomen. De BIB stelt echter de conclusie dat alleen het aanpakken van deze problemen de crisis zou hebben vermeden, onvolldig is. Een “ongebalanceerde” internationale macro-economische omgeving heeft aan de hevigheid van de crisis bijgedragen, en kan ook nog verdere consequenties hebben.

De onbalans is volgens de BIB het gevolg van uiteenlopende conjunctuurcycli in de VS, Europa en Japan. De stagnerende binnenlandse vraag in Japan en in Duitsland en omringende landen, en het uitblijven van inflatiedruk in de VS, heeft gezorgd voor een verhoudingsgewijs lage rente in alle grote industrielanden. De grote hoeveelheid aan liquiditeiten die daardoor vrij kon komen vond zijn weg naar de Aziatische landen en heeft gezorgd voor excessieve kredietverlening aan de regio en opgeblazen wisselkoersen die na verloop van tijd niet meer te handhaven waren.

De BIB stelt dat de schade die de crisis heeft aangericht op sociaal gebied, aan het lokale bedrijfsleven en aan de instellingen die aan dat bedrijfsleven hebben geleend, nog niet te overzien is.