Wij zijn halve beesten, en wij weten het

Het Oranjegevoel en Koninginnedag zijn twee koppen van het veelvormige monster dat lamlendigheid heet. Koninginnedag is verworden tot onze nationale vuilnisdag en het Oranjegevoel is ineengeschrompeld tot een middenstandsziekte die het saaiste kleurtje van de waaier als een adellijke teint probeert te verpatsen.

Als in Amerika iemand gaat verhuizen, houdt hij een 'yard sale'. De oude rommel wordt in de voortuin gedumpt en buurtgenoten pikken er het bruikbare uit. Wat er in Nederland op Koninginnedag gebeurt, is een uitzonderlijke variant van die 'yard sale'. Het lijkt wel of we en masse gaan verhuizen, het halve land verlaat het pand om te kopen of te verkopen, en een hogere vorm van nationale trots lijken we niet te kennen. Met miljoenen tegelijk bedrijven we handel, we bakenen dagen van tevoren onze territoria af, legen onze kelders en zolders en bewijzen de wereld dat zelfs onze oudste troep nog geld oplevert. Koninginnedag, de absolute Oranjedag, is vooral een vlooienmarkt geworden, en als Nederlanders kennen we geen leuker tijdverdrijf dan het handjeklap. Tenzij we worden aangestoken door het virus van een EK of WK. Oranje vla. Oranje onderbroeken. Oranje condooms. De middenstand wil de vroegmiddeleeuwse gekte die voetbal heet graag in het bekrompen kleurtje van Koninginnedag spoelen, maar helemaal lukt dat gelukkig niet. Daarvoor is voetbal te barbaars, zelfs voor middenstanders.

Het ziet er niet uit, dat harde oranje. Het kan niet geel of rood zijn en is dus bij gebrek aan lef oranje. Je kunt moeilijk beweren dat onze jongens er beter door ogen. De Italianen hebben dat prachtige azuurblauw en veranderen in godenzonen zodra ze hun shirt aantrekken. Onze eigen jongens roepen in hun pakkies het beeld op van stugge schappenvullers bij de Hema, en alleen als het oranje in de broek is gezakt en de shirts wit blijven ontstaat er iets sereens en stoers. Wit is een kleur - oranje een compromis, en misschien daarom bij uitstek de Nederlandse kleur.

Vandalisme aangericht door fans beperkt zich vooral tot Europees voetbal en is zo goed als afwezig bij Amerikaans voetbal, dat optisch een bijzonder agressieve sport is. De emoties rond voetbal zijn primitief en door een ieder met nauwelijks enig inzicht in het alfabet in felle intensiteit te beleven. De essentie van de ervaring van de voetbalfan is gelegen, vanzelfsprekend, in de identificatie met het winnende team, jouw eigen team; maar het gaat niet zomaar om winnen, het hoogst bereikbare is het winnen door te vernederen.

Zodra een elftal op veilige afstand voorstaat, wil het de tegenpartij vermorzelen. Wanneer een combinatie naar het hoogste niveau beweegt, telt niet alleen het atletische en technische vermogen. Van even groot belang is de wanhoop van de machtelozen die achter de feiten aanhollen. Ik herinner me wedstrijden die ik nauwelijks kon verdragen nadat het grote Ajax aan het vernederen was geslagen.

Commentatoren nemen bij die momenten altijd dat woord 'vernedering' in de mond: 'Ze worden weggespeeld! Wat een vernedering!' Wat Bush aan het slot van de Golfoorlog niet kon opbrengen, behoort tot de grote momenten van een voetbalploeg: de volkomen onttakeling van de tegenspeler, de diepste demoralisering, kortom: de verkrachting.

Ik was twintig - en je mag aannemen toch enigszins in de jaren des onderscheids - toen Oranje in de finale van de moffen verloor. Huilend ben ik naar buiten gerend en heb urenlang, verblind door tranen, over de hei van Vught gedwaald. Nog een keer verloren. Schaamte en woede om die val van Hölzenbein weerhield me ervan om terug te keren en troost te zoeken bij vrienden. Verkracht was ik.

Net als voor velen was die wedstrijd voor mij een keerpunt. Toen ik ontwaakt was uit de roes, besefte ik hoeveel gekte ik op die ploeg en die wedstrijd had geprojecteerd. Het ging dus om de oorlog, om mijn grootouders en ooms en tantes, om al die verdwenen familieleden die ik nooit had gezien maar met wie ik in de geest was opgegroeid en die nu gewroken moesten worden. En dat allemaal op elf brave Duitse jongens die bijna allemaal na mei '45 waren geboren. Die moffen hadden gestraft moeten worden.

Professioneel voetbal laat zich nauwelijks door relativeringen terugbrengen tot wat het op dit moment is: een spelletje van zelfzuchtige miljonairs tegen andere zelfzuchtige miljonairs. De wereldvreemdheid van de meeste beoefenaars is stuitend. Die arme Patrick Kluivert, de vleesgeworden arrogante domheid, kan het zich veroorloven om aan een collectieve verkrachting - eentje die niet geritualiseerd is - deel te nemen zonder te worden aangeklaagd; het is nu eenmaal zijn vak, hij weet niet beter. Onze dwingende behoefte om van dat spelletje meer te maken dan het trappen tegen een varkensblaas leidt tot dat koortsige verlangen om de rest van de wereld te kakken te zetten.

Natuurlijk speelt de middenstand daarop in. Onze wereld kent nu eenmaal geen opzienbarende gebeurtenis, laat staan zoiets kolossaals als een rituele wereldoorlog, zonder een commerciële component.

Een fabrikant van kleurstoffen klaagde dat slechts één kilo kleurstof genoeg was voor honderdduizend flessen oranje vla, maar hij heeft zijn waar inmiddels verkocht en zijn centen ontvangen, en daarop moeten de overige middenstanders, die zich fors met oranje rommel hebben bevoorraad, nog wachten. Van hen moet Oranje winnen omdat ze nu eenmaal een deel van hun omzet op het spel hebben gezet door op Kluivert en Davids te wedden (ze hebben geen keus), en van ons moet Oranje winnen omdat we anders het gevoel hebben dat we de pispaal van Europa zijn geworden, en daar kan geen poldermodel wat aan verbeteren. Wie de finale haalt, is de meest viriele ploeg op aarde. Wie verliest, is een pussy.

Zelfs bij onze zegevierende hockeyploeg zag je de jongens - in de regel zonen uit beschaafde dynastieën - zich aan de overwinningsroes laven. En ook zij stonden te huppelen, verbaasd, onwennig, maar zij stonden echt op en neer te springen, zich uit te rekken en groter te maken, en zich ritueel voor te bereiden op een forse zaadlozing. En om het seksuele motief vast te houden nog dit: vroeger werden uitgespeelde voetballers sigarenboer (!) - tegenwoordig beginnen ze te handelen in onderbroeken.

Europees voetbal is naakter dan de Amerikaanse variant, waar geüniformeerde soldatenlegers op elkaar inhakken. In Amerika vallen de gewonden bij bosjes, velen raken voor hun leven invalide of zelfs verlamd, maar daar zijn gezichtsloze soldaten nu eenmaal voor ingehuurd, denkt de waarnemer. De Europese variant kent slechts het kale man-tegen-man-gevecht, en dat is in feite meedogenlozer en meeslepender dan het gerobotiseerde Amerikaanse veldslagenvoetbal.

Oranje is een onkleur, en het zootje ongeregeld dat straks onze kleuren verdedigt - ook al zo'n hemelstrelend cliché - laat zich door geen enkel ander sentiment dan dat van de eigen bankrekening sturen. Dat mag, maar als we ons hangend voor de televisie continu door die ontnuchterende gedachte laten afleiden, ontzeggen we onszelf het genot van de gekte. Nuchterheid zou voetbal kapotmaken.

We zijn halve beesten, weten we straks weer, die rauw schreeuwend de mannetjes van de vreemde tribe willen verscheuren en hun vaandels en wimpels aan onze reet willen afvegen. We willen verkrachten. Als rite, maar toch.

Onze Olympische atleten hullen zich meestal ook in het oranje, maar wat we daarbij ervaren is geen schim van wat we bij voetbal ondergaan. Ik projecteer nooit iets op Duitse discuswerpers, ook niet toen ik jong was en in elke Duitser een potentiële granaatwerper zag. En zelfs bij de honderd meter sprint, een geweldsexplosie, beschouw ik de winnaar niet als iemand die zowel zegeviert als vernedert. Hij was gewoon de snelste, en de anderen waren bijna net zo snel.

Hysterisch worden we vooral bij voetbal, niet bij waterpolo. Want voetballers verkrachten. En daarom zal vrouwenvoetbal nooit in de dubieuze fascinatie voor mannenvoetbal delen.

De scherpte van de emoties, die nu weer in de deelnemende Europese landen pijnlijk oplaait, laat zien dat geen euro kan verbinden wat vele honderden jaren taal- en cultuurverschillen aan verscheidenheid hebben opgeleverd. Het gaat om niks anders dan onze nationale potentie, en als onze miljonairs zich niet doodvechten dan worden we de risee van de campings all over Europe.

Wat roepen we ook al weer? Laat de Leeuw niet in z'n hempie staan! Dat betekent toch niks anders dan: laat jullie erectie zien, groter en harder dan de rest van de wereld! Let op mijn woorden: de ploeg met de grootste gemiddelde erectie wint.