Wet op campagne moet verkiezingsstrijd zuiver houden

Nederland wordt als het om verkiezingscampagnes gaat, een steeds gewoner land. Technieken en methoden die in het buitenland gebruikelijk zijn, raken ook hier in zwang. Om de negatieve gevolgen daarvan te ondervangen is volgens Hans Anker een wet op de verkiezingscampagne nodig.

De Tweede-Kamerverkiezingen van 6 mei 1998 waren, ondanks de naderende eeuwwisseling, de verkiezingen van de continuïteit. Het baken van de Nederlandse politiek, Wim Kok, stond voor een herverkiezingsopdracht, burgers waren tevreden over Paars, economisch ging het goed, logische alternatieven waren niet voorhanden. De verkiezingscampagne gaf enkele vernieuwingen te zien, maar deze waren weinig bijzonder voor wie campagnes in het buitenland volgt.

Toch is er reden voor oplettendheid, juist vanwege de grote voorspelbaarheid van een aantal ontwikkelingen op campagnegebied.

De verkiezingsprogramma's hebben tijdens de campagne een belangrijke rol gespeeld. Dat geldt in het bijzonder voor de programma's die zijn doorgerekend door het Centraal Planbureau (CPB). Veel van de politieke discussies tijdens de campagne waren expliciet of impliciet gebaseerd op de CPB-doorrekeningen.

Toch zou het een goede zaak zijn als dergelijke doorrekeningen door meer dan één bureau worden verzorgd. Politieke partijen worden dan minder in de verleiding gebracht om hun programma's aan te passen aan de CPB-modellen, zoals thans te vaak het geval is.

Ondanks veel geklaag, met name bij politieke partijen, heeft de inhoud bij deze campagne een belangrijke rol gespeeld. Wel was het zo dat het inhoudelijke aspect zelden via briljante beleidsmatige ideeën aan de orde kwam, maar vaak door middel van een controversieel onderwerp. Bijvoorbeeld de suggestie van het CDA om jeugdige criminelen vanaf tien jaar strafrechtelijk te vervolgen.

Ook zorgden conflicten met andere partijen voor het belichten van de inhoud. Hierdoor ontstond discussie over de hypotheekrente en de asielzoekers. De nauwe relatie tussen inhoud en personen wordt hierbij overigens ook door politieke waarnemers te vaak over het hoofd gezien.

Het verrichten van electoraal onderzoek is inmiddels tot in alle gaten en hoeken doorgedrongen. Bijna alle politieke partijen maar ook een groot aantal dagbladen en radio- en televisieprogramma's lieten electoraal onderzoek verrichten waarvan de kwaliteit overigens uiteenliep.

Meer dan voorheen is gewerkt met het uitdragen van en vasthouden aan een compacte boodschap. De PvdA koos voor een eenduidige boodschap ('sterk en sociaal') en hield zich daar consequent aan. De SP deed dat eveneens met haar 'stem tegen-boodschap'. Verwacht mag worden dat bij de volgende Kamerverkiezingen de meeste partijen het strijdperk zullen betreden met een heldere, compacte boodschap en alles zullen doen om die boodschap over het voetlicht te krijgen.

De SP zette bovendien de eerste stappen op weg naar negative campaigning. Zij gebruikte daarbij zelfs zeer moderne technieken (waarbij het gezicht van Kok langzaam overging in dat van Bolkestein). Nog maar vier jaar geleden vormde deze 'morphing' een van de belangrijke campagne-vernieuwingen in de Verenigde Staten. Het overgrote deel van de fondsenwerving was intern gericht en op klassieke leest geschoeid (bedelbrieven, etc.) De meeste partijen houden nieuwe methoden van fondsenwerving nauwlettend in de gaten, maar schrikken meestal terug voor de politieke risico's. Maar hier geldt: zodra één schaap over de dam is volgen er meer.

Er is een gender-kloof aan het ontstaan in Nederland: mannen stemmen op de VVD en SP, vrouwen stemmen op linkse partijen als GroenLinks en PvdA. De aanwezigheid van een dergelijke kloof is recentelijk onderkend door VVD-leider Frits Bolkestein.

Het betreft hier echter een internationaal verschijnsel dat moeilijk los gezien kan worden van de enigszins cowboy-achtige stijl van rechtse politici als Bolkestein, Chirac, Gingrich en Netanyahu en de meer verzoenende stijl van figuren als Kok, Clinton en Blair.

Bij de volgende Kamerverkiezingen zullen de meeste partijen met een veel uitgesprokener boodschap komen dan nu. Het is niet ondenkbaar dat betaalde publiciteit in de vorm van reclameboodschappen daarbij een steeds belangrijkere rol zal spelen.

Alleen door middel van een campagnewet zal het unieke karakter van Nederlandse verkiezingscampagnes - de ondergeschikte rol van geld, de dominantie van vrije publiciteit en de relatief sterke nadruk op inhoudelijk beleid - behouden kunnen blijven. Die campagnewet zal de beschikbaarheid van televisiezendtijd moeten reguleren en zal voorwaarden moeten stellen aan de wijze waarop campagnefondsen worden geworven.

    • Hans Anker