Vreemde hypes; De groei van de buitensportmarkt

De buitensportmarkt is de laatste twintig jaar buitensporig gegroeid. 'Outdoor' kleding is zo populair dat ze het algemene modebeeld steeds meer beïnvloedt. En dat niet uit budgettaire overwegingen - een driedelig kostuum is vaak goedkoper. Maar of alle kleding en gadgets ook even nuttig zijn is de vraag.

Er is waarschijnlijk geen land ter wereld waar zoveel 'outdoor' winkels zijn, gemeten naar het aantal inwoners, als Nederland. Amerikanen begrijpen er niets van. 'Waar gáán jullie in hemelsnaam naar buiten?', vragen ze vaak aan Kees Geutjes, bedrijfsleider van Bever Zwerfsport in Amsterdam.

“Eh... naar de Ardennen, zeg ik dan,” antwoordt Geutjes. “Maar dat we zo dicht op elkaar zitten, is juist ook een deel van de verklaring: als je geen geld hebt voor een vrijstaand huis, koop je met een tent en een rugzak een hele grote tuin.”

De outdoor- of buitensportmarkt groeide in de afgelopen twee decennia van een handvol kleine speciaalzaken voor bergsportfreaks, naar circa 100 outdoor-winkels, outdoor-supermarkten en adventure-shops. De oudste winkels hebben een respectabele geschiedenis. Carl Denig in Amsterdam begon als tentenbouwer in 1912, Slee Buitensport begon in 1911 in Utrecht. Dan volgt Demmenie, dat dit jaar zijn 40-jarig jubileum viert. Demmenie was aanvankelijk een slaapzak-atelier en rustte in 1958 de eerste Nederlandse klimexpeditie naar Salcantau in Peru uit. Maar dat is lang geleden. Nu is in elke middelgrote stad wel een Zwerfkei, Zwerfsport, Outdoor, Vrijbuiter of Buitensportwinkel, en kan iedereen avonturier zijn, althans, zich avonturier wanen met de juiste kleding en het juiste gerei.

Neem het verschijnsel Bever Zwerfsport: 21 jaar geleden liep Fred van Olphen weg bij werkgever Slee Buitensport, en begon op een bovenverdieping in Den Haag een winkeltje in outdoormateriaal. Nu is Bever een keten van 14 winkels met een gemiddeld oppervlak van 800 vierkante meter en een omzet van ruim 40 miljoen gulden. Paradepaardje is de 'Bever Burcht' in Eindhoven, met outdoorcafé, bibliotheek en computers met Internetaansluiting.

Van Olphen zelf is te druk voor een interview, want, zegt hij bij een toevallige ontmoeting in het Amsterdamse filiaal, hij gaat op expeditie naar Groenland. Kees Geutjes glimlacht er drie dagen later nog om: “Fred noemt iets expeditie wat een ander vakantie zou noemen; hij gaat er namelijk langlaufen.” Het tekent de man, en het verklaart - gedeeltelijk - zijn succes: “hij is een goede verkoper,” die weet dat je niet alleen een lichtgewicht tent of waterdichte en ademende goretexjas verkoopt, maar ook een (vakantie)droom. Afgezien daarvan had Bever Zwerfsport de tijd mee. “Er is een hele generatie groot geworden met Daktari en Jacques Cousteau, en die heeft nu het geld om verre reizen te maken,” aldus Geutjes.

De klantenkring is gevarieerd, maar goed in kaart gebracht: er is de groep van bergsporters (zo'n 60.000 in Nederland) die richting Alpen of verder trekt, er is 'de reizende fietser', de 'lichtgewicht-kampeerder-en tracker', de 'sportklimmer' (die zich bekwaamt in de indoor klimhal en op korte trips naar de Ardennen) en, de grootste groeier van de afgelopen jaren: de 'reiziger'. De (meestal) tweeverdiener die verre reizen maakt, de binnenlanden van Nieuw Zeeland of Costa Rica in. Die natuur met cultuur wil combineren en niet kijkt op een paar centen - senioren vallen er ook onder. “Voor deze groep was er niet echt een winkel, de lederwarenbranche bijvoorbeeld heeft er totaal niet op ingespeeld. Bij ons kan de reiziger terecht voor koffer-rugzakken, tropenkleding, klamboe's, waterfilters, muggenverjagers,” zegt W. Gussenhoven van Slee Buitensport in Rotterdam.

De geschatte omzet van de gespecialiseerde winkels ligt volgens Gussenhoven rond de 300 tot 400 miljoen gulden. Hij telt daarbij niet de bestedingen van de outdoor-afdelingen van warenhuizen als Perry Sport en V&D, van sportwinkels en van de grote kampeerhallen die zich meer richten op de familiekampeerder met de kleinere portomonnee.

Woerden is onder de buitensporters bekend om De Zwerfkei, 14 jaar geleden opgericht door de broers Van Gendt. Ook hier wordt behalve outdoormateriaal, 'sfeer' verkocht: de winkel (opp. 2000 m2) is een doolhof, met langs het spoor klaterend water, welige plastic plantengroei, een binnenvijver met karpers, en tussen blokhutten, rietwanden, een stenen bed (om slaapmatjes uit te proberen) een heuvelig rotspad (om Meindls, Lowa's en Teva's te testen) en zo'n 15.000 verschillende outdoor-producten.

Een grote gespecialiseerde outdoorwinkel zoals De Zwerfkei heeft al gauw een stuk of 100 verschillende slaapzakken in huis, een kleine 80 soorten en kleuren fleece-vesten en truien, tussen de 160 en 180 types rugzakken, evenzoveel soorten berg- en wandelschoenen, rekken vol goretexjassen, dat alles ook in kindermaten, en verder fietskarren, kinderdraagzakken, 'technisch' ondergoed om warm of juist koel te blijven, reisgidsen, lichtgewicht servies, en een voorraad handigheden als outdoorshampoo, waterproef opschrijfblokjes voor geniale invallen tijdens het raften, wegwerpbare mini-wc's, en zakmessen waarmee je een oorlog kunt winnen.

De populariteit van outdoorkleding is ook opvallend zichtbaar in het dagelijkse straatbeeld. Na de rugzak, de broek met zijzakken op de dij, het fleecevest, de multifunctionele goretex-jas en de afritsbroek, verovert nu de sportsandaal de winkelstraat. Die sportsandaal, een hybride van de gezondheidssandaal en de bergschoen, heeft zich volledig ontdaan van het 'geitewollensokken'-imago, en is 'cool' volgens het ANWB tijdschrift Op Pad. Functionele outdoorkleding is kleding waarmee je voor de dag kunt komen. Insiders kennen er de waarde van, weten dat je in Berghaus of Jack Wolfskin voor meer geld aan je lijf hebt dan de buurman in driedelig kostuum.

De vermenging van mode en outdoor gaat nog verder, nu steeds meer kledingwinkels outdoorcollecties brengen, en outdoorlabels modieuzer worden. Het Amerikaanse merk The North Face loopt daarmee voorop, met een nieuwe collectie van overslagrokjes en getailleerde blousjes van high-tech (ademende, vochtafvoerende etc) kunststoffen, zodat je er ook op LAW 4 altijd charmant bij loopt. “Het wordt de streetwear van de komende jaren,” voorspelt Geutjes.

Ter illustratie: The North Face verdubbelde vorig jaar wereldwijd de winst naar bijna 11 miljoen dollar, en verkocht 32 procent meer dan in 1996. Ook in Nederland 'plust' The North Face met groeicijfers van 25 tot 30 procent, zegt Hans Veth, hoofd inkoop van CJ Agencies. De omzet in Europa wordt voor 1998 geraamd op 50 miljoen dollar.

Maar er zijn ook pessimistischer geluiden. “De rek is eruit,” zegt H. Plugge, eigenaar van Demmenie. “Het klantenbestand breidt zich nog uit, maar het aantal aanbieders groeit harder.” Volgens Rob Veldhuis van Carl Denig “verdwijnen op dit moment ook al weer winkels.” Bovendien doemen grote kapers op aan de kust. Plugge vreest de komst van de Franse sport- en outdoor-keten Decathlon, die met een goedkoop eigen label de markt zou kunnen verstoren.

Navraag bij Daka Sport in Rotterdam - dat eventueel met Decathlon zou samen werken - leert dat nog allerminst vast staat of, en zo ja wanneer het eerste Decathlon-filiaal komt. Vestigingen in Duitsland en Belgie leverden tot nog toe teleurstellende resultaten op. “Nederland is al goed voorzien en bovendien zijn Nederlanders te merkgericht om enthousiast te worden voor een huismerk van een onbekende buitenlandse keten,” aldus Jan Peter Dankaart, inkoper van Daka Sport.

Dat kunnen overigens ook middenklasse-merken zijn als Nomad en Active Leisure. “Daka Sport is er niet voor de klanten van de Bevers en de Zwerfkeien. Die noemen wij de berggeiten. Wij zijn er voor die mensen die een paar heuveltjes willen nemen met een rugzak en een lekkere wandelschoen.”

Wat niet wegneemt dat Daka Sport in september een filiaal heropent en herdoopt tot Adventure Store, met 3000 vierkante meter outdoor-, en naar gelang van het seizoen, surf- en skibenodigdheden. Ook de Vrijbuiter in Roden trekt met een “assortiment voor elke portomonnee” klanten uit het hele land. Ze adverteren veelvuldig op de televisie, waarbij het aantal vierkante meters winkeloppervlak onderwerp is van een prijsvraag.

Voor de opkomst van deze buitensporthallen is Gussenhoven van Slee naar eigen zeggen niet bang. Er is volgens hem “een keiharde scheiding” tussen dergelijke supermarkten en zijn winkel. “De echte buitensporter komt voor het specialisme van onze verkopers, die bijna altijd zelf buitensporters zijn. Als je alleen wandelt op de Veluwe voldoen een paar Reeboks en een Agu-regenjack, maar wie naar de tropen gaat of de bergen in, heeft goed materiaal en goed advies nodig.”

Gussenhoven ziet ook dat de functionele outdoorkleding steeds meer moet voldoen aan mode-eisen. “Maar merken als Camel en Nike komen er bij ons niet in. Voor ons geldt first function then fashion. Een goed voorbeeld daarvan is Fjällraven, een Scandinavisch merk dat drijft op een sfeer van traditie, natuur, rust. Dat ziet er al 25 jaar ongeveer hetzelfde uit. Amerikaanse merken zijn wel meer gericht op jong, snel en super high-tech.

Bijna alle outdoor-specialisten erkennen dat het hobbyisme er wel af is. “De handel wordt steeds commerciëler,” zegt Geutjes. “En ik ook. Je begint uit liefde voor het product, omdat je zelf graag reist, maar nu wil ik omzet maken. Dat komt ook door de klant. Die stapt op zaterdagmiddag binnen, wijst een dure expeditietent aan, en zegt: 'die kleur vind ik mooi'. Wat zal ik dan nog gaan vertellen onder welke windhoek die het beste presteert?”

Soms spijt het hem dat het meer en meer om geld en imago draait. “Je krijgt van die vreemde hypes: zoals Helly Hansen, een Zweedse fabrikant die zijn spul aan de straatstenen niet kwijt kon. De voorraden werden voor afbraakprijzen verkocht in de Bronx in New York. Ineens liepen al die hiphoppers in Helly Hansen, stonden in donsjacks te dansen in de disco. Ik kreeg hier een publiek in de winkel wat ik eigenlijk niet binnen wil hebben; het jaagt mijn vaste klanten weg.” En dan te bedenken dat het 'Smelly Hansen' wordt genoemd, omdat het kunststof ondergoed weliswaar goed vocht afvoert, maar ook een broeinest is voor bacteriën.

“De zin en onzin van outdoorspullen? Ik kom er in ieder geval steeds meer van terug,” zegt Geerd de Koning, een outdoor trainer die veel werkt in Scandinavië, Nepal, en in de Ardennen. “Al dat kunststof, je stinkt als een otter, en één vonk van het kampvuur en je hebt een gat. Ik draag weer een wollen trui en een canvas broek. Afgezien daarvan, bijna niemand weet dat het in Nepal barst van de buitensportwinkeltjes, veel goedkoper dan hier. En dan dat gesjouw met waterfilters: terwijl je overal waar toeristen komen bronwater kunt kopen.”

De gadgets zijn wat hem betreft helemaal overbodig. “Aluminium handgreepjes, kosten bijna 30 gulden! Met een tuinhandschoen pak ik elke pan, en kan ik ook nog brandnetels plukken om thee te zetten.”

“Het zijn typische uitspraken van een reisleider,” reageert Geutjes, “maar hij heeft gelijk. De beste veldfles is een oude spafles. Alleen dat toont niet zo.” Bovendien, voegt hij toe: “als je het hele jaar buiten zit, stel je andere eisen. Als ik drie weken met mijn kleine kinderen door Marokko trek, wil ik niet dat ze ziek worden. En als jij 7000 gulden voor een verre vakantie hebt betaald, wil je niet dat die vergald wordt doordat je slecht gekleed bent, of verrot wordt gestoken door de muggen. Nederlanders zijn wel avontuurlijk, maar ze willen ieder risico uitsluiten.”

    • Edith Schoots