VELUWE

In het artikel van Michiel Hegener over de natuurversnippering op de Veluwe (bijlage van 23 mei) wordt het niet bejagen van edelherten in het Zwitserse nationale park weergegeven als een positieve bijdrage aan de vorming van nieuwe bossen. Dit lijkt me een heel simpel betoog dat meer gericht is op het bereiken van bepaalde doeleinden (het stoppen van het aantalsbeheer van edelherten) dan een weergave van een nogal ingewikkeld probleem.

Het Zwitserse nationale park in het kanton Graubünden (opgericht op 1 augustus 1914, de dag dat WO I uitbrak) heeft een oppervlakte van meer dan dertig maal de Hoge Veluwe; het gebied is grotendeels een berglandschap tussen 1.500 en 3.000 meter hoogte.

Belangrijkste doelstelling van het NP is natuurontwikkeling zonder ingrijpen van de mens, dus ook geen bosbouw en geen jacht. In de beginjaren van het NP speelde hertenschade hier geen rol: het edelhert was in de achttiende eeuw in heel Zwitserland uitgeroeid door overbejaging. In het begin van de twintigste eeuw keerde het hert uit eigen beweging terug naar Zwitserland door emigratie uit Oostenrijk. Het hert heeft zich in zijn herwonnen loofgebied sterk vermeerderd. Ook in Graubünden, wat heeft geleid tot een sterke zomertrek van herten naar het nationale park en rond het midden van deze eeuw tot ernstige schade aan de vegetatie in grote delen van het gebied dat zich in deze jaren juist herstelde van ernstige erosie. Een bestand van duizend herten in het NP wordt nog dragelijk geacht maar in de jaren zeventig leefden er in het zomerhalfjaar rond de vijfduizend herten in het NP, met als gevolg enorme schade aan de vegetatie, achteruitgang van de conditie van de dieren en een zeer grote wintersterfte onder het wild, wat weerstanden opriep onder de bevolking.

Ook nu nog is de hertenstand in het NP te hoog en de directie van het NP realiseert zich dat een vermindering van het teveel aan herten bij afwezigheid van natuurlijke vijanden als wolf en beer niet mogelijk is zonder hulp van een jachtmatig beheer. Daar er in het NP volgens de statuten niet mag worden gejaagd, vindt er nu direct buiten het park afschot plaats.

De traditionele jachttijd op herten in Graubünden, veertien dagen in september, helpt echter niet mee aan een verlaging van de hertenstand in het NP omdat in deze korte periode de seizoenstrek van herten uit het NP naar hun lager gelegen winterkwartieren nog niet is begonnen. Overleg tussen alle betrokken partijen heeft er toe geleid dat er nu in november een supplementaire jachttijd is ingevoerd die wél ingrijpt in de grote aantallen herten omdat deze inmiddels het NP hebben verlaten op weg naar hun winterkwartieren.

Hoewel dus in het Nationalpark niet wordt gejaagd, wordt de hertenstand in het NP wel door de jacht gereguleerd, namelijk in de tijd dat de dieren buiten het Nationalpark leven. En dat is een ander verhaal dan in uw artikel wordt weergegeven.

Nog één opmerking over de armoedige voeding van herten op de Veluwe, vooral wat betreft de mineralenvoorziening. Een bioloog van het IBN vertelt in het artikel dat het (her)verstrekken van likstenen op de Veluwe ten behoeve van de mineralenvoorziening van het wild zou leiden tot ongewenste hertenconcentraties. Een fabeltje. In mijn vijfendertigjarige veldervaring (ik jaag niet) heb ik nooit meegemaakt dat herten stonden te dringen bij likstenen. Het gebruik van likstenen door herten is incidenteel, meestal passeren ze een liksteen zonder er naar om te kijken, laat staan dat er sprake is van filevorming. Wat betreft de foto bij het artikel: er is geen wildtunnel Woeste Hoeve, de herten (en andere dieren) gaan bovenlangs, dus over het viaduct en het verkeer moet door de tunnel.