Van tablet naar borstel; FLUORIDEBELEID IS IN DERTIG JAAR STERK GEWIJZIGD

DE fluoridetabletjes om sterke tanden te krijgen verdwijnen uit het medicatieschema van kleine kinderen. Bij baby's tot 1 jaar zouden de ouders, zodra de eerste tandjes doorkomen, eenmaal daags moeten borstelen met een fluoriderijke peutertandpasta. Bij kinderen van 2, 3 en 4 jaar moet tweemaal daags worden gepoetst.

Zo luidt het nieuwe fluoride-advies, opgesteld door het Ivoren Kruis, een in 1910 opgerichte voorlichtingsorganisatie van de tandheelkunde. Het nieuwe advies geldt per oktober. Dan komen ook aangepaste peutertandpasta's op de markt die meer fluoride bevatten dan de nu gangbare jeugdtandpasta's. Kinderen vanaf 5 jaar kunnen met een normale fluoridetandpasta volstaan. Fluoridetabletjes zullen de tandartsen alleen voorschrijven in speciale gevallen, bijvoorbeeld bij ernstige zuigflescariës, als gevolg van het langdurig sabbelen op een zuigflesje met vruchtensap. Het aangepaste advies leidt nu onder tandartsen tot veel discussie, vooral omdat het de zoveelste wijziging is in 30 jaar fluoridebeleid.

De fluoridering van het drinkwater was dertig jaar geleden een fel discussiepunt. Voorstanders van de maatregel werden herhaaldelijk door opposanten ervan beschuldigd dat zij het milieu wilden vergiftigen. De tegenstanders verspreidden berichten dat de stof akelige ziekten kon veroorzaken.

In de jaren zestig had tandbederf epidemische vormen aangenomen en er waren te weinig tandartsen om alle gaatjes te vullen. Amerikaans wetenschappelijk onderzoek uit de jaren veertig had aangetoond dat een geringe hoeveelheid fluoride in het drinkwater een belangrijk en goedkoop middel was om cariës te voorkomen. In 1953 werd in ons land, met als uitgangspunt de Amerikaanse gegevens, een uniek experiment gestart waarbij in Tiel het drinkwater werd gefluorideerd en Culemborg als controleplaats werd aangewezen. Het resultaat was zeer overtuigend voor fluroidering en in 1970 tapte al 30 procent van de Nederlandse bevolking gefluorideerd drinkwater. Echter, in 1976 kon in het parlement, met als belangrijkste argument de wet op de privacy, geen meerderheid voor drinkwaterfluoridering worden gevonden en stopten de drinkwatermaatschappijen met fluoridering. Vanaf dat moment werden er, vooral door de industrie, allerlei andere fluoridetoepassingen op de markt gebracht waarvan de fluortabletjes voor kinderen en de gefluorideerde tandpasta's het bekendst zijn geworden. Circa 98 procent van de nu in Nederland verkochte tandpasta's bevatten fluoride.

Dertig jaar geleden wist men ook al dat een chronische overdosering van fluoride door middel van het drinkwater bij kinderen witte of bruinachtige verkleuringen op het tandglazuur kon veroorzaken. Het verschijnsel, fluorose, ontstaat tijdens de vorming van de blijvende tanden; de meest kwetsbare periode ligt zo ongeveer tussen een half en vier jaar. De wetenschap zoekt al jaren naar een verklaring. Vroeger, toen het verband tussen het drinken van gefluorideerd water en het afnemen van het voorkomen van cariës voor het eerst werd herkend, nam men aan dat de oorzaak was gelegen in het feit dat fluoride in het tandglazuur werd opgenomen. Later onderzoek wees echter uit dat de relatie tussen de vermindering van tandbederf en de hoeveelheid, voor de doorbraak van tanden, gevormd fluorideapatiet niet zo eenvoudig lag.

In de jaren zeventig kregen onderzoekers meer inzicht in de manier waarop een gaatje in een gebitselement ontstaat. Eerst nam men aan dat het ontstaan van een carieuze laesie op te vatten was als een langzaam verlopend proces. Er onstaat een witachtige vlek op het glazuur waaruit langzaam glazuurkristallen door zuurwerking oplossen en als dat maar lang genoeg duurt, komt er uiteindelijk een gaatje. Nu weet men dat de witte vlek geen gat behoeft te worden maar dat deze glazuurlaesie kan remineraliseren.

Het cariësproces blijkt in feite een delicaat gebeuren te zijn tussen de- en remineralisatie in de oppervlaktelagen van het tandglazuur waarbij de condities in de mond bepalen of er al dan niet een gat zal ontstaan. De aanwezigheid van fluoride in de mond blijkt bepalend te zijn voor het proces van remineralisatie. Een beginnend gat kan dus 'genezen' en het glazuur blijkt op die plaats daarna veel beter de zuuraanvallen te kunnen weerstaan. In de bacteriële plaque wordt ook fluoride opgenomen. Bekend is nu dat fluoride een remmende werking heeft op het ontstaan van die schadelijke zuren. Deze vooruitgang in kennis heeft het denken over de rol van fluoride voor de preventie van tandbederf sterk veranderd en heeft consequenties gehad voor de manier waarop fluoride in de praktijk moet worden toegepast.

De werking van fluoride is vooral therapeutisch. De essentie is gelegen in het gegeven dat het belangrijk is dat er constant in de mond geringe hoeveelheden fluoride aanwezig moeten zijn. Tegelijkertijd is er ook meer bekend geworden over de manier waarop de eerder genoemde fluorose ontstaat. Thans zijn er grote aanwijzingen dat de tand gedurende de hele vorming gevoelig blijft voor overdoseringen van de stof. De klinische implicaties zijn dat vooral de voortanden gevoelig zijn voor het ontstaan van fluorose als er tot het vijfde jaar te veel fluoride aan het kind wordt verstrekt. De meest gevoelige periode schijnt de leeftijd van 2 jaar te zijn. Deze kennis heeft ertoe geleid dat men in de loop der jaren veel voorzichtiger is geworden met de verstrekking van fluoridesupplementen, in de vorm van tabletten, vloeistoffen en tandpasta's, aan jonge kinderen.

    • M.A.J. Eijkman