SPUITEN VAN MINDER GIF MAAKT SCHIMMEL SNELLER RESISTENT

Veel overheden willen dat boeren minder bestrijdingsmiddelen spuiten tegen schimmelziektes. Het toedienen van lagere doseringen dan de door fabrikanten aanbevolen hoeveelheden, blijkt vaak voldoende om een schimmel te onderdrukken en voor het milieu is het beter. In Engeland, Denemarken en Duitsland hebben boeren de doseringen fungiciden al verlaagd en eenzelfde trend is in Nederland te verwachten.

Er kleeft echter een probleem aan. Als boeren steeds maar net genoeg geven om de schimmeldruk laag te houden, kan deze schimmel sneller ongevoelig worden voor het bestrijdingsmiddel. Dr.ir A.J.G. Engels, die 29 mei promoveerde aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, bevestigde dit voor meeldauw, een schadelijke tarweziekte die wordt veroorzaakt door de schimmel Erysiphe graminis f.sp. tritici. Meeldauw wordt sinds 1980 bestreden met Corbel. Daarin zit fenpropimorf dat twee schimmelenzymen blokkeert die zijn betrokken bij de sterolsynthese.

Wanneer Engels op door meeldauw aangetaste tarwe drie seizoenen lang twee maal 1,0 liter per hectare Corbel spoot - de aanbevolen dosering - werd de schimmel niet of nauwelijks ongevoeliger. Wanneer hij echter diezelfde hoge dosering verdeelde over vijf bespuitingen per seizoen - en dus per bespuiting maar 0,4 liter per hectare toediende - werd de ziekte perfect onderdrukt, maar werd de schimmel tegelijkertijd ongevoeliger voor fenpropimorf. De schimmel werd ook al snel ongevoeliger bij twee bespuitingen van maar 0,25 liter per hectare.

Dit komt, verklaart de onderzoeker, doordat schimmelpopulaties altijd een mix bevatten van voor een bepaald fungicide gevoelige en minder gevoelige isolaten. Bij lage doseringen weten de minst gevoelige isolaten te ontsnappen, waardoor de populatie elke generatie een beetje opschuift naar ongevoeliger isolaten.

Overigens leiden lage doseringen niet altijd sneller tot ongevoeligheid voor het bestrijdingsmiddel. Of dit gebeurt hangt onder meer af van het aantal plaatsen in de schimmel waarop het bestrijdingsmiddel aangrijpt, het aantal schimmelgenen die de resistentie beïnvloeden, en het verschil in 'fitness' tussen ongevoelige en gevoelige isolaten. Een boer kan ongevoeligheid voor een middel ook tegengaan, namelijk door te bestrijden met meerdere soorten fungiciden en met schimmelresistente gewassen. Die alternatieven moeten er echter wel zijn, en dat is niet altijd het geval.